Recensies

‘De Zaak Beukenoot’ door Marianne Philips

Dit boekje was het Boekenweekgeschenk van 1950. Schrijvers konden destijds anoniem een werk insturen, dat door een jury werd gelezen en beoordeeld op geschiktheid als boekenweekgeschenk. Het kwam zonder de naam van de schrijver uit en de lezers konden meedoen aan een prijsvraag waarbij ze konden raden wie de auteur zou kunnen zijn. De oplaag was 130.000 exemplaren. Er reageerden op De zaak Beukenoot 16.400 lezers met een auteursnaam, waarvan 417 het goed hadden. Leuk om te weten, en geschreven in het nawoord van dit boekje door Judith Belinfante, kleindochter (1943) van Marianne Philips.

De zaak Beukenoot is een psychologische novelle en gaat over Noldus Beukenoot, schilder van kleine schilderijtjes, die hij namaakte van ansichtkaarten en langs de deuren verkocht. Hij was een brave huisvader en kleine kostwinner, en niet getrouwd met de vrouw waarmee hij samenwoonde en twee kinderen had. Ook zij werkte – als werkster- om financieel het hoofd boven water te houden. Op een regenachtige dag belt hij met zijn koopwaar bij een groot huis aan waar zijn jeugdvriendin de deur opendoet. Hij wordt binnengenoot. Zij blijkt de vrouw des huizes te zijn en hij krijgt voor de gezelligheid een paar glazen cognac. Aangeschoten en opgewonden gaat hij de deur weer uit. Hij is zo dronken dat hij in een etalage een modepop aanziet voor zijn jeugdvriendin, de etalageruit breekt en twee bh’s en een korset steelt. Hij wordt opgepakt en weet zich niet veel te herinneren. Hij zegt niet dat hij dronken was, daar schaamt hij zich voor. De aanklacht wordt diefstal met inbraak, niet openbare dronkenschap.
Het wordt een ‘zaak’.

Marianne Philips schildert de onrechtvaardigheden van het Nederlandse rechtssysteem. De zaak wordt een lijdensweg voor Noldus – met zijn onnozele advocaat, de fouten van justitie en politie, de onzorgvuldigheid van het Openbaar Ministerie en de rechters – die oploopt tot een voorarrest van 10 maanden. Dan pas begint zijn proces en daarna duurt het nog een maand voordat hij vrij komt. Voor zijn vergrijp zou Noldus niet meer dan een kleine straf moeten hebben gehad. Hij kan vanuit de gevangenis zijn gezin niet onderhouden, waardoor het gezin in grote armoede komt te verkeren. Zijn vrouw mag hem niet bezoeken, want ze zijn niet getrouwd. Klassejustitie!. De rechterlijke macht beschermt zijn eigen mensen en hij krijgt uiteindelijk de straf die hij –ten onrechte – al had uitgezeten. Het had zo niet hoeven lopen als iedereen zijn werk op de juiste manier had gedaan en interesse had getoond in de zaak van deze verdachte. Maar niemand kon het echt wat schelen. Toen het eenmaal zo was gebeurd, had Noldus uiteraard diepe verontschuldigingen en een passende schadevergoeding moeten hebben. Maar niets van dat alles.

Marianne Philips stelt als sociaal bewogen schrijfster deze misstanden aan de kaak. Blijkens het nawoord van Judith Belinfante had Marianne Philips zelf de onzorgvuldigheid van de rechterlijke macht beleefd door de situatie van haar man Sam Goudeket, die verdacht werd van het op onwettige wijze verkrijgen van dollars en in november 1947 in voorlopige hechtenis werd genomen. Hij werd vastgezet in het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. In juli 1948 kwam hij vrij. Wat in 1947 verboden was, was in 1948 geen reden tot gevangenneming of verdacht zijn. Een rechter schreef, via de uitgever van het Boekenweekgeschenk 1950, aan de anonieme schrijver een brief : ‘Het is uitermate leerzaam voor de dienaren van het recht, omdat het inderdaad zo kan gebeuren en gebeurt.’

Marianne Philips was geshockeerd door de gevangenneming van haar echtgenoot, “diep ongelukkig met de situatie en woedend. Zij uitte haar emoties door te schrijven.” Bij de bekendmaking van de naam van de auteur van het Boekenweekgeschenk door de voorzitter van de CPNB werd een brief voorgelezen, die Marianne Philips op haar ziekbed had geschreven: “De hoofdzaak was mijn drang om nogmaals uiting te geven aan mijn innige overtuiging, dat wij, onvolmaakte stervelingen, door onze eigen ontoereikendheid, niet in staat zijn objectief te oordelen over anderen en daarom uitsluitend moeten leven uit het beginsel van medegevoel en erbarming met ieder ander schepsel.”

Het boekje werd door uitgeverij Cossee in 2019 herdrukt als een novelle van 110 bladzijden in de Broekzakbibliotheek.
Een prachtig initiatief.

Uitgeverij      Cossee, 2019
Pagina’s        110
ISBN              978 9059 368 415

Recensie door Hannah Kuipers, juli 2019

 

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress