Recensies

‘Vallen is als vliegen’ door Manon Uphoff

Getriggerd door de dood van haar oudste zus vertelt Manon Uphoff in deze roman over haar jeugd waarin zij en haar drie zussen, in het boek genaamd Henne, Toddiewoddie en Libby, langdurig misbruikt zijn door hun vader. De nadruk ligt vooral op het mentale aspect. Manon Uphoff laat op bijna poëtische wijze zien wat er met de psyche van een kind gebeurt als zoiets je overkomt en hoe dit in het latere leven zijn sporen nalaat. Ze schrijft in metaforen en verwijst vaak naar literatuur, wetenschap en kunst. Gaandeweg wordt het almaar duidelijker hoe de vader de dochters volledig in zijn macht heeft. Met walging lees je hoe hij de vier meisjes steeds meer in zijn greep krijgt, hen uit elkaar speelt en tegelijkertijd de moeder op afstand houdt.

Als lezer word je langzamerhand meegenomen in deze voor een kind verwarrende wereld.
‘’Er was chaos en verwarring: een zekere ontwrichting en verstoring van ons en onze geschiedenissen, een gespletenheid in wie we waren.’’ Manon Uphoff gebruikt het woord ‘labyrint’ om deze verwarringen en tegenstrijdigheden in een kinderleven aan te duiden. Haar vadernoemt zij steevast De Minotaurus: een gevaarlijk mythisch wezen met het lichaam van een man en de kop van een stier. In een interview zegt ze hierover:‘’het is te omschrijven als iets ontzagwekkends, iets half menselijks, half goddelijks, half dierlijks. Iets groots.’’

Deze omschrijving laat weer de tegenstrijdigheden zien waar de hoofdpersonage als klein meisje mee worstelde: is haar vader nou wel of niet een goed mens? Zijn zijn daden wel of niet normaal? Heel begrijpelijk voor een kind, dat nog geen referentiekader van de wereld heeft ontwikkeld.

‘’Dan kan en wil ik weer geloven dat hij even gespleten was als ik en net als ik verlangde naar die splitsing waarin er werkelijk een vader en een monster was (en een vader in wiens armen ik me voor dit monster kon verschuilen)-  en betwijfel ik of ik beter af ben met de wetenschap dat zij één waren. Het kind dat gelooft in mythen en magie hunkert naar de oude tweedeling. En herinnert zich tevens de vreugde, die vrij en echt beleefd werd. Je moet weten: ik hield van hem, wij allemaal hebben onze god liefgehad.’’ 

Als lezer bevind je je dan ook constant in twee werelden: één waar de meest afschuwelijke dingen plaatsvinden en één waarin een kind gewoon het leven leidt wat bij een kind past. Zoals de schrijfster zelf zegt: ’Tijdens dit dove opgroeien zijn er toch ook de troost en het plezier van het bijzondere, het doodgewone.’’
Hoewel deze belevingswerelden van de hoofdpersonage dus tegenstrijdig zijn, zijn ze toch verbonden zijn in één leven. Dat is tevens de essentie van het boek: Vallen is als vliegenlaat zien dat zelfs ellende ook mooie kanten kent. Dat goed en kwaad, hoe absurdistisch dat soms ook is, hand in hand gaan in het leven. Dat vallen hetzelfde als vliegen is  -(kan zijn?).

Zelfs de schrijfstijl bevat een soort tweedeling: afschuwelijke gebeurtenissen worden zo nu en dan op een ironische, humoristische wijze verteld. Hierdoor voel je soms als lezer precies wat de hoofdpersonage voelde, een toeschouwer van je eigen leven. Iets wat zo absurdistisch is dat het lijkt alsof het je niet zelf overkomt. Terwijl je diep van binnen weet dat het de pijnlijke waarheid is.

Alle lof voor Manon Uphoff, die op een knappe wijze weet neer te zetten wat haar is overkomen. Aan de ene kant is het zo afgrijselijk dat je wilt stoppen met lezen, maar aan de andere kant ben je ook nieuwsgierig naar het einde.

Uitgeverij             Querido, maart 2019
Pagina’s                 192
ISBN                      978 9021 408 026

Recensie door Merel Broere, juni 2019

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress