Recensies

‘Zien horen zwijgen’ door Sabine van den Berg

De titel van het boek van Sabine van den Berg, Zien Horen Zwijgen, valt op omdat de volgorde van de drie woorden afwijkt van het bekende beeld van drie aapjes die ‘horen, zien en zwijgen’ uitbeelden, naar een tekst van de Chinese wijsgeer Confucius: “Kijk niet naar, luister niet naar, spreek niet uit en richt je niet op wat in strijd is met welvoeglijkheid.” Daarmee komt de titel van het boek precies overeen, in tegenstelling tot de bekende uitdrukking. Verder gaat de vergelijking niet, want als er ergens sprake is van onwelvoeglijkheid, dan is het in dit boek.

In een trilogie, waarvan de eerste twee delen al eerder zijn uitgegeven als losse boeken, gaat het om de relatie tussen een dochter en haar vader, maar soms ook haar oom of haar neef. Deel 3 is een vervolg van deel 2, maar in deel 1 is er sprake van een andere dochter en vader, alhoewel de persoonlijkheden onveranderd blijven: de vaders willen het onmogelijke mogelijk maken en de dochter probeert het mogelijke onmogelijk te maken door haar destructieve neigingen. Ze is geen prettig meisje dat met mensen speelt en alleen gevoel voor haar kleine broertje vertoont.

Deel 1 en 2 zijn geschreven in de ik-vorm, vanuit het perspectief van de dochter. Deel 3 begint daar ook mee, maar wisselt naar de tweede persoon en uiteindelijk de derde. Regelmatig worden fragmenten opnieuw verteld, maar vanuit een ander perspectief en met nieuwe dader–slachtoffer rollen. In alle drie de delen weet je als lezer nooit wat de waarheid is, omdat de dochter, door wie alles verteld wordt, erop los fantaseert en liegt. Het hele boek is doorspekt met de meest weerzinwekkende seksscènes, vooral in het eerste deel. Denk niet dat de dochter daarin het weerloze slachtoffer is. De vraag is eerder wie wie gebruikt. Gevoel speelt op seksueel gebied geen enkele rol, negatief noch positief.
Er is wel sprake van een zekere verhaallijn, maar voortdurend worden er sprongen in de tijd gemaakt zonder dat de functie daarvan duidelijk is. Losse fragmenten schrijven is één ding, maar een goed onderbouwd, doorlopend verhaal is een ander. Daarvan is in dit boek geen sprake.
Zien horen zwijgen telt bijna 500 bladzijden. Dat komt voornamelijk omdat werkelijk alles tot in de kleinste details beschreven wordt, met gebruikmaking van zoveel mogelijk zintuiglijke waarnemingen. Het taalgebruik van de hoofdpersoon is inconsistent: dan weer spreekt een jong meisje, dan een volwassene en dan iemand met woorden uit de vorige eeuw. Dat laatste sluit aan bij verouderde begrippen als cassettebandjes, bakelieten telefoons, typemachines en dergelijke, terwijl verder niets suggereert dat het verhaal in een bepaalde tijdsperiode zou moeten spelen.
Mannen komen er allemaal slecht vanaf in het boek, met uitzondering van het kleine broertje van de hoofdpersoon. Hij is de enige die met liefde beschreven wordt.

Zien
In het eerste deel van de trilogie wordt een incestueuze relatie tussen een meisje en haar oom beschreven. Dat is tegen de zin van het meisje, maar ze zegt zelf: “Mij breken zal hem niet snel lukken, omdat ik niet begrijp dat ik niets ben.” Ze realiseert zich dat hij haar harder nodig heeft dan zij hem, waardoor ze in een machtspositie verkeert.
Ze is bij oom en opa in huis na een auto-ongeluk waarbij haar moeder omkwam en haar vader blind en misvormd raakte. Misschien zijn ze tijdens een vakantie in een ravijn in Paraguay gevallen, of misschien heeft het meisje in de auto haar handen voor de ogen van haar rijdende vader geslagen. Het kan ook zijn dat de ouders nog in leven zijn. Oom gaat op zoek naar zijn broer en verdwijnt volledig uit het verhaal.
Het meisje correspondeert met haar vader. In een ervan zegt ze: “Ik schrijf deze brief aan u, al weet ik dat u hem nooit zult lezen.” Als hij al leeft, is hij blind, dus dat klopt wel. In ieder geval volgt er dan een lang verhaal over de blinde vader die zijn dochter voortdurend onder de duim houdt. Ja hij bepaalt zelfs de tijd waarin zij op het toilet mag zijn, tot zij hem op een schip zet en zelf van boord springt. Dat is dan na een bezoek aan het graf van haar moeder. Als zij daar tenminste in ligt.
Als het nu ging om herinneringen van het meisje aan haar vader, dan was alles nog wel te volgen, maar dat is niet zo. En daar verschijnt vader dus weer, alsof hij nooit weg is geweest. Omdat hij ineens niet meer blind is, mogen we veronderstellen dat we terug gaan in de tijd. Waarom, weten we niet. Hij heeft nu minnaressen die dochterlief mag tekenen in pornografische standjes. Het meisje reageert volslagen gevoelloos, zoals ze dat in het hele boek doet. Wat de schrijfster wil met al die seksscènes, is mij niet duidelijk.
Eén element komt in alle drie de delen van het boek voor: de vader werkt in het diepste geheim aan uitvindingen. In dit deel is dat een fototoestel dat op geluid, warmte en beweging zou moeten werkten. Mogelijk leeft hij in een soortgelijke fantasiewereld als zijn dochter.
Dit deel van de trilogie eindigt ermee dat vader iets moois gaat beginnen met de tekenlerares van zijn dochter.

De immense hoeveelheid beschrijvingsdetails is hier nog wel te verklaren. Het deel heet Zien en de beschrijving is als voor een blinde, maar als de dochter haar blinde vader meeneemt naar de dierentuin en daar alles voor hem beschrijft, dan hanteert ze tenenkrommende boekentaal.

Horen
Het meisje heeft nu een naam: Leda. Toevallig of niet dezelfde naam als de vrouw uit de Griekse mythologie die zich niet door een man, maar wel door een zwaan liet overweldigen. Haar persoonlijkheid is dezelfde als die van het meisje uit deel 1, maar haar vader is nu een huisarts en haar moeder is in leven en een onderdanige vrouw. Leda lijkt dol op haar vader, maar luistert nooit naar hem, evenmin als hij haar ooit echt hoort. Mogelijk slaat hier de titel van dit deel van de trilogie op.
Ook deze vader heeft uitvindbuien. Eerst gooit hij alles weg wat los in huis ligt en trekt zich dan terug op zolder. Moeder brengt hem dan zijn schone was. Boven aan de trap, want niemand mag iets weten van vaders uitvindingen. De Japanners of de Amerikanen zouden er wel eens achter kunnen komen. Alleen Leda is zijn vertrouweling, maar die is meer geïnteresseerd in haar neef Hugo waarmee ze een relatie aangaat. Tussen Hugo en vader gaat zich een machtsstrijd ontwikkelen, terwijl vader steeds meer van de wereld vervreemdt.
Dit tweede deel is minder rauw van toon, er is minder seks, maar er zijn nogal wat wreedheden t.a.v. dieren, zoals een kip met een botte bijl slachten, slakken vertrappen etc. Weer is er geen doorlopend verhaal, maar een fragmentarisch geheel waarbij Leda en Hugo het ene moment kleine kinderen zijn en op de volgende bladzij met elkaar in bed liggen. Weer weet de lezer op geen enkel moment of iets echt gebeurt of niet, maar hij/zij gaat moedig door met het lezen van deel 3.

Zwijgen
De verhaallijn uit deel 2 wordt voortgezet, ditmaal vanuit wisselend perspectief. Als de ik-vorm ‘jij’ wordt, komt de lezer wat meer in de schoenen van Leda te staan. In een volgend hoofdstuk wordt de derde persoon gebruikt, waardoor meer afstand gecreëerd wordt.
De vader begint uit de realiteit te verdwijnen met zijn poging tot uitvinding van driedimensionaal geluid en dat dan toegepast op een film voor blinden, waarvoor hijzelf het script schrijft. Waar de vader uit deel 1 blind was, wil de vader in dit deel blinden laten zien.
Hugo blijkt weinig of niet te geven om Leda, maar dat maakt voor Leda niet uit. Hugo verdwijnt dan zomaar. Er wordt gesuggereerd dat hij in zee verdronken is, want hij kan niet zwemmen vanwege watervrees. Zoals inmiddels te verwachten was, weten wij dat niet zeker. Later duikt hij weer op in de kast van vader als een soort zombie, maar dan is vader al een heel eind heen. We krijgen nu te maken met een wereld van marsmannetjes die vader heel serieus neemt. Vervolgens wordt vaders filmscript weergegeven, met tussendoor wat commentaar. Het boek eindigt met Leda die wegloopt met haar kleine broertje aan wie ze allemaal enge verhalen vertelt over hun leven op een andere planeet.
De titel van dit deel, Zwijgen, slaat mogelijk op het zwijgen van de vader over zijn uitvindingen, maar ook op algehele zwijgen van iedereen over de werkelijkheid.

Wie van moeilijke cryptogrammen houdt, moet dit boek zeker lezen. Misschien ontdekt diegene dan waarom het geschreven is. Mij is dat niet gelukt. Ik weet dat anderen er erg enthousiast over zijn. Helaas kan ik dat gevoel niet delen.

Zien is eerder uitgegeven als De naam van mijn vader (2000), Horen als De lachende derde (2002), beide bij uitgeverij Vassalucci. Beide boeken zijn herzien voor deze nieuwe uitgave, met toevoeging van een derde deel: Zwijgen.

Uitgeverij          Lebowski Publishers, 2017
Pagina’s             495
ISBN                  978 90 488 3908 7 

Recensie door Janny Wildemast, mei 2019

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress