Recensies

‘Pleidooi voor de Rechten van de Vrouw’ door Mary Wollstonecraft

Eloquent gefoeter. Maar leerzaam, zeer leerzaam. Het pleidooi wordt gezien als het begin van het feminisme.

Ze heeft al een heel leven achter de rug als de Engelse Mary Wollstonecraft in 1792 het Pleidooi voor de rechten van de vrouw uit haar inktveer gooit. In de inleiding van het boek geeft Jabik Veenbaas een goede beschrijving van haar levensloop en de heersende tijdgeest. Zonder die duidelijkheid zou het belang van Mary Wollstonecraft’s teksten verdwijnen in haar niet aflatende gefoeter op de maatschappelijke verhoudingen. Maar ze was haar tijd ver vooruit en de eerste die zo duidelijk aan de bel trok als het ging om de rol van de vrouw in de samenleving.

Mary Wollstonecraft is bekend geworden omdat ze als eerste pleit voor gelijke rechten en kansen voor vrouwen en mannen. Uitgangspunt is dat alle mensen gelijkwaardig geschapen zijn en dus de vrouw net zo begiftigd is met de rede als een man. Dat geeft de vrouw dezelfde rechten, kans op onderwijs, goede beroepen en vertegenwoordiging in de politiek. Want dat is er allemaal nog niet, als Mary haar pleidooi schrijft.

Wollstonecraft’s beschrijving van de rol van vrouwen eind 18e eeuw laat geen spaan heel van hun positie. Ze houdt zelf ook niet van het weeïge karakter wat overgebleven is, nu opleiding en gelijkheid uitblijven. Ze vindt haar metgezellen dik en ziet ze veel te veel eten. Die mollige vrouwen hangen vrijwel altijd binnenshuis op een dure sofa en worden op die manier fysiek zwak. Haar sexegenoten houden er vileine spelletjes op na om in de gunst van de man te blijven en ze zijn volkomen afhankelijk van anderen. En dat vindt Wollstonecraft gelukkig fout, heel fout. Zoals bijvoorbeeld op pagina 67: “Want vrouwen (…) zijn ver verwijderd van een plek waar ze nuttig kunnen zijn, en wel als gevolg van onnatuurlijke onderscheidingen die algemeen aanvaard zijn in het geciviliseerde leven. Rijkdom en erfelijke titels hebben vrouwen tot nullen gereduceerd en ledigheid heeft een mengsel van koketterie en tirannie in de samenleving gebracht.”

Ze heeft er allang een oplossing voor: “Versterk de geest van de vrouw door hem te verbreden en er zal een eind komen aan de blinde gehoorzaamheid.” Hoewel dat in één adem uitmondt in het volgende probleem: “Maar het gezag wil altijd blinde gehoorzaamheid, en daarom hebben tirannen en wellustelingen gelijk als ze er naar streven vrouwen in het duister te houden.”

De educatie aan vrouwen is ver onder de maat, “slechts een ordeloos soort onderricht”, en ze pleit als pijler van aller gelijkheid voor beter onderwijs. Niet alleen de rol van vrouw, maar ook het toenmalige koningshuis (alleenheersers en dat enkel op erfelijke gronden), moet eraan geloven en natuurlijk wordt de bijbel aangepakt als het gaat om het verhaal van Adam en Eva. Hoewel ze aan dat laatste weinig woorden vuil maakt. Op pagina 76 schrijft Mary: ”God heeft alle dingen goed gemaakt, maar de mens heeft van alles verzonnen om Zijn werk te bederven.” Dat is haar belangrijkste stelling en daar laat ze het bij.

Mary Wollstonecraft analyseert alles wat maar betrekking kan hebben op de rol van de vrouw en houdt met kracht een tirade tegen iedere ongelijkheid. Het liefdesleven wordt besproken: Hoe de verhoudingen liggen en het belang van een goede man en wat dat is. Ook de moederrol wordt in de beschouwing meegenomen, al gaat ook dat zelden naar wens. Op pag. 305: “Volgzame vrouwen zijn over het algemeen domme moeders, die willen dat hun kind het meest van hen houden en in het geheim hun zijde kiezen tegen de vader”. Nu ze er toch aan begonnen is, heeft ze ook voldoende te melden over het onderwijs in het algemeen. Ze vindt de scholen op het platteland leuker en vooral warmer dan de kille kostscholen van de rijke elite.

Alsof ze haar hele leven alles opgespaard heeft en het er nu met een ruime zwaai uit gooit, schrijft Wollstonecraft haar woestmakende waarnemingen op. Ze pakt de hele immense stapel aan vooroordelen over de vrouw op en gooit ze met niet aflatende energie hoofdstuk voor hoofdstuk overboord. Maar het boek wordt na zo’n 100 pagina’s steeds lastiger om te lezen. De analyses beginnen een overlap te krijgen. Omdat ze meteen alles maar even meeneemt wordt de tekst langdradig, de uiteinzettingen wel erg luisterrijk en het constant weerleggen vermoeiend. Het lijkt een gebed zonder eind.

Maar overal zitten die kleine puntjes, die rimpeltjes die we nu nog niet gladgestreken hebben, die puntjes van herkenning van denkbeelden waarvan je weet dat veel mensen die nog in hun achterhoofd hebben. Het boek is fijn om wat feministische boeken bij mij wel vaker doen: Je wordt weer even op je goede plek gezet, waar je niets van je levenskracht en plezier hoeft op te geven, voor wie of wat dan ook. Ook Mary Wollstonecraft is op die manier nog steeds opbeurend om te lezen. Als je een lange adem hebt.

Uitgeverij         Wereldbibliotheek Amsterdam
Pagina’s            399
Vertaald            uit het Engels door Willem Visser (A vindication of the rights of woman)
ISBN                  978 90 284 2701 3

Recensie door Linda Lankreijer, april 2019

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress