Recensies Uncategorized

‘Oeverloos begrensd’ door Mia Davidson

Mia Davidson-Henselijn is in 1939 in Amsterdam geboren en woont daar nog steeds. Als klein kind zat ze van 1943 tot 1945 in Wassenaar ondergedoken. Ze volgde eerst de opleiding Mode- en Textielontwerpen en werkte enkele jaren als modeontwerpster. Daarna volgde ze de opleiding Maatschappelijk Werk en Gezinstherapie, waarna ze jarenlang werkte bij het Joods Maatschappelijk Werk. Het was werk waarvoor betrokkenheid en exact, onpartijdig denken nodig is. 

Tijdens haar middelbare schooltijd raakte ze al gefascineerd door de zeggingskracht van taal en de bevrediging van het vinden van het juiste woord. Ze werkte voor de schoolkrant en schreef thuis regelmatig. Pas veel later is ze haar werk gaan publiceren. In 2011 verscheen haar dichtbundel Eigen Vel, daarna de novelle Onder tafel. In het najaar van 2017 is de dichtbundel Alledaags ontheemd uitgekomen. En nu ligt Oeverloos begrensd voor ons. 

De titel zet meteen aan tot nadenken. Letterlijk oeverloos, psychisch – of emotioneel oeverloos, en dat bij het begrip ‘begrensd’. Er lijkt dus geen einde aan de begrenzing te komen. Of is het wel begrensd, maar niet door oevers? En waar staan die oevers dan voor? En wordt hier de oeverloosheid omgekeerd ook niet ingedamd door de begrenzing? In ieder geval maakt de titel al duidelijk dat ieder gehanteerd begrip veelzijdig kan zijn.

De bundel is 43 gedichten rijk. Mia Davidson schildert situaties met taal dusdanig, dat ze fysiek en emotioneel meegemaakt worden. We beginnen in Venetië:
“Langs open monden laveert
in lome deining  
een hemelrijkend herenhuis”

Ruimte en beweging zijn getoonzet. Ruime wateren, toeristen. Wat meteen opvalt is de lange ij in hemelrijkend. We denken bij een –ei- aan een verticaal verlangen, naar de hemel die voelbaar en zichtbaar wordt, maar met de –ij- wordt de betekenis heel anders. Een andere wereld ontstaat, al blijft de ei spannend meespelen. Het gedicht eindigt met:

“een Arke Noach voor hen
die in grenzeloos vertrouwen
vaarwel hebben gezegd.”

Het grenzeloze vertrouwen, waarmee we doorgaans in zee gaan totdat het te erg wordt beschaamd. En dan verval ik in gepeins, waarom er vaarwel kan zijn gezegd. Door overlijden? Door oorlog? Door vrijwillig te verhuizen? Door verbreken van contact?

De eerste gedichten in de bundel spelen zich af bij/in water, zoals in Zwart:

Als de diepste zee
zonder flits van
bleke maan of ster
zonder vonk
die vluchtige
vinnen oplicht

zo zwart dat het
er niet toe doet
waar ik ben.  (pag. 9)

Ondanks ieder gebrek aan houvast hoor ik geen angst, maar een lucide meemaken.

Dat Mia Davidson betrokkenheid vraagt wordt duidelijk in Zee 

…..beweeg!
tart me
duw, beuk of streel me…
dit stille deinen bevalt mij niet (pag. 11)

In Averij razen de golven zo “dat planken grommend vloeken en spijkers houvast zoeken..” Je ziet en hoort een spijker krom in zijn wijder wordende gaatje wrikken, terwijl de verbinding móet houden om te overleven.
In het schitterende gedicht De Overtocht is in Charon’s boot alles licht en schaduw en doorzichtigheid en wellicht een spiegeling. 
Verderop brengt Mia Davidson ons in contact met mensen in hun relaties. 
In Schoolmeisjes  wordt vertederend de heftig emotionele wereld van de meisjes opgeroepen. De meisjes: “meester wij zijn vijftien wij móeten huilen.
En ach, wat wil de moeder haar dochter in het gedicht Moeder troost bieden door hulpeloos iets te vertellen. In een volgend gedicht nodigt ze haar, allang volwassen dochter uit op schoot. Lees wat een ontroerend tafereel van ingewikkelde voorzichtigheid dat oplevert.

In Gure herfst is duidelijk hoe moeilijk betrokkenheid kan zijn:
huil je vraagt hij
voor zich uit
ook voor mij bestemd. (pag. 35)

Titelloos schetst het verhaal van twee mensen die bezworen samen alles te overwinnen, wat eindigt met:
ik zal me bedrinken
meer kan ik niet
voor je doen. (pag. 45)

Hoe herkenbaar is gezelschap dat niet altijd meevalt. Lees Gezelschap.
En schaamte bij huiveringwekkende herinneringen, o.a. in Alarm:
…ik heb niets gemerkt,
niet getracht hun tij te keren.. (pag. 53)

Het is helaas onmogelijk om alle kanten van het werk van Mia Davidson in dit bestek aan bod te laten komen. Het enige dat erop zit is het zelf te leren kennen.

Uitgeverij Gopher 2019
Pagina’s 91
ISBN 978 9492 984 708

recensie door Maud Ockers, februari 2019  — in aangepaste vorm voorgelezen tijdens de presentatie van de bundel op 14 februari jl.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress