Recensies

‘Sikkel’ door Ruth Lillegraven

Ruth Lillegraven werd op 21 oktober 1978 geboren in Granvin, Noorwegen. Ze debuteerde in 2005 met een dichtbundel Store stygge dikt,  en schreef daarna een roman plus vijf dichtbundels en meerdere kinderboeken. Onlangs kwam er een misdaadromen van haar uit.

Sikkel kwam in 2016 uit in Noorwegen als Sickle. Ruth Lillegraven kreeg er de Nynorsk litteraturpris voor. In Nederland kwam de bundel in 2018 uit in de vertaling van Liesbeth Huijer.  Dit is geen bundel met diverse gedichten, maar een biografie in 60 gedichten. Nog preciezer: het is de autobiografie van Endre, geschreven door Ruth Lillegraven. Soms komen andere personen uit het leven van Endre aan het woord. 

De bundel gaat over de boerenzoon Endre, en speelt zich af op het Noorse platteland eind 19e eeuw. De titel van de bundel is ontleend aan het eerst onthouden beeld van deze zoon: Maan (pag 12). Als klein kind ziet hij: “hoog in het donker is er iets dat zo wit is”. Vader leert hem dat het de maan is en gaat vaker met hem naar de maan kijken. “…soms zien we een sikkel aan de hemel”

Deze zoon zal het werk van zijn grootvader en vader voortzetten. Vader geeft hem mee, wat hij zelf doorgegeven heeft gekregen. Het is een diepgevoelde oer-opdracht, verwoord in Moeder en Vader.In de taal vallen stilte en eenvoud van zo’n eenvoudig klein boerenbedrijf samen met emotionele lading. De taal klinkt oproepend en bezwerend.

In De Stilte (pag. 15) zien we hoe heftig het kind Endre reageert: 

“Je praat teveel, endre, zegt
mijn vader die winter dat ik vier 
ben tegen me en dan stop ik met praten
dan zwijg ik, zwijg zelfs als mijn moeder vlijt en
vader dreigt, zelfs als vader de viool onder zijn
kin legt, de strijkstok pakt en het huiskamerstof tot
goud speelt, zoals ik graag zou willen kunnen
spelen, ik zwijg week na week en maand na maand
zwijg terwijl de maan wast en afneemt, zwijg terwijl
de bomen groen en geel en wit worden….”

Later hoort hij zijn moeder een keer aan haar moeder vertellen, dat hij zo anders is dan zijn broertjes; dat hij zo vreemd alleen is, terwijl de anderen echte jongetjes zijn, die beter de boerderij zouden kunnen erven, maar dat Endre nou eenmaal de oudste is en dus de boerderij krijgt. “….en ik kan niets zeggen, maar op een dag zal ik haar laten zien….”

Op kerstavond brandt de hele boerderij af, ondanks burenhulp bij het blussen. Vader, moeder en de negen kinderen overleven het allemaal en trekken zolang bij buurman Oddmund en zijn familie in. Het jaar daarna, wanneer Endre zeventien is en vader veertig, blijkt vader reumatiek te hebben ‘gekregen bij oddmund’. Hij ligt mager en met ondraaglijke pijn in bed. Endre zit naast hem en luistert naar de verhalen, die zijn gebochelde en gebogen vader vertelt over zíjn vader en wat er aan vreselijks gebeurde. Endre vertelt het inOpa en de boot.(pag. 21-26). Hij neemt het werk van zijn vader over, werkt keihard en trouwt met Abelone. Ze zijn gelukkig en alles gaat goed.

Het bos valt begint met:

“bomen zou ik vellen
en bomen heb ik geveld
honderd jaren stonden ze overeind…”

Hij zit uit te rusten “in het winterzachte en rijpachtige” Hij hoort zijn hart kloppen en dan hoort hij een kort fluitje en daarna nog veel meer fluitjes. Het blijkt een hele groep staartmezen te zijn. We zien, horen en ontdekken met hem mee (pag. 42-43). De meeste kinderen zijn dan al weg: Iedereen gaat weg(pag. 45):

“….eens waren we negen
bosaardbeitjes, negen vruchtjes aan een strootje, maar nu
liggen broer john en de eerste kleine ingeborg in de aarde
en anve, torstein, de tweede ingeborg en kristoffer zijn
naar amerika gegaan, daarheen waar het geluk zou
wonen, ja, ze zijn allemaal vertrokken en het
is zo stil, zo stil in ons huis”

In en vader lag daar maar laat hij Knutin het volgende gedicht zeggen, “en nee, je kon daar niet ademen..”, want ook Knut gaat weg. Dan blijft hij alleen met zijn ouders over. Het wordt tijd voor hem om een vrouw te zoeken. Dat valt daar niet mee. Maar dan staat Abelone met zijn moeder te praten tussen de stokrozen. Ik wil niet vertellen hoe het met Endre verder gaat. Het is zoveel beter om het al lezend te weten te komen, in die taal die opkomt uit de stilte en omstandigheden daar. Maar een hard leven wordt het, van binnenuit verteld. 

Voor de lezer een meeslepend verslag van de volkomen verinnerlijking van Endre,  hoe hij door een nieuwe taal weer tot leven wordt gewekt en hoe de wanhopige Abelone toch weer aansluiting met Endre vindt via dezelfde taal.

Wat een prachtige biografie op deze manier, in deze dichtvorm. En de vertaling van Liesbeth Huijer is zo goed, dat ik vergat dat ik een vertaling las. 

Uitgeverij  Azul Press 2018
Pagina’ s  133
Vertaald  uit het Noors door Liesbeth Huijer (Sickle)
ISBN  978 9492 401 274

recensie door Maud Ockers, februari 2019

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress