Recensies

HIER door Joke van Leeuwen

Joke van Leeuwen (1952) schrijft proza en poëzie, ook voor kinderen. Ze is illustrator en performer. Haar romans worden lovend ontvangen. Feest van het begin is al eerder besproken op onze website.                                                                            

De titel HIER verwijst naar het huis aan de grens, waar Stamvader woont. De subtitels verwijzen naar delen van het boek.

De hond                                                                                                                                   

Stamvader wordt aangesteld als beëdigd controleur van grensovergangen van de staat. Hij moet van ver naar HIER verhuizen, een plaats waarmee hij geen enkele band heeft. Zijn meerderen oordelen dat hij anders in de verleiding zou kunnen komen bekenden te bevoordelen. Op koude nachten verschanst hij zich graag met de hond, die Hond heet, in een lage schuilhut van takken en bladeren; zijn benen in een schapenvacht en ter afschrikking een ongeladen pistool aan zijn riem. 

Bardo, zijn zoon, zit als kleine jongen op Onna’s (= moeder’s) brede schoot. Hij steekt graag zijn vingertjes in het klamme gootje tussen haar borsten. Hij weet dan nog zeker dat het leven een feest is. Vanaf zijn 8e jaar is moet hij alleen thuis blijven en zichzelf vermaken. Zijn moeder gaat elke week naar de markt, maar keert op een dag niet terug, ze is ‘geschept’. Hij ziet nog vaak voor zich hoe zijn moeder de laatste keer naar hem omkeek.

Op een avond, als de tafel al gedekt staat, komt Stamvader schreeuwend en boos naar binnen. Hij roept: er waren schoften die mijn hond hebben doodgestoken, en door het schreeuwen heen, is een vreemd mislukt gesnik te horen. Het klinkt, denkt Bardo, alsof zijn vader wil huilen, maar nooit heeft geleerd hoe je dat doet.                

In mooie en eenvoudige taal schrijft Joke van Leeuwen over de begrenzing van het individu en hoe mensen in een samenleving wordt onderdrukt en begrensd. Emoties worden ook diep weggestopt, men gaat er aan voorbij.

De meerderen                                                                                                                              

In het dorp wordt twee keer per jaar een feest gevierd waarbij gedanst wordt. De samenhorigheid is hartverwarmend. De stampende muziek dreunt door alle lichamen. Bardo besluit naar het dorpsfeest te gaan. Hij ziet er Mara. Ze wurmen zich samen door de meute tot ze de buitendeur bereiken en de koelte van de herfstnacht op hun gezicht voelen. Ze zegt dat ze weet wie hij is, die van de grens. Ze mag Bardo graag. Mara woont en werkt aan de overkant van het grensgebied, waar alles mooier en beter geregeld is. Zij weet een werkplek voor Bardo en binnen een uur is hij bij de grens over, net zoals zijn moeder de grens over fietste.                                          

De eerste keer dat Mara, die moeder van kleine Onna zal worden, bij Bardo in de voorkamer staat, neemt ze zwijgend de meubels in zich op en ze ziet het verbleekte fotootje van Onna hangen. ‘Tien jaar geleden, ik weet het nog’, zegt ze, ‘die man van de Vooruitgang heeft haar geschept.’ Dan wordt Bardo de ware toedracht van het ongeluk duidelijk.

De overschrijdingen                                                                                                                           

Voor Stamvader is het prachtig dat Bardo na zijn dienstplicht grensbewaker en zijn opvolger kan worden. Bardo moet echter wel steeds van standplaats wisselen. Het zijn meestal onbekende soldaten die hij tegenkont, totdat hij Kors herkent. Kors begroet hem, “zo schijtluis, jou kan ik mij nog goed herinneren.” De gedachten van schijtluis Bardo zijn een beschrijving van zijn innerlijke onzekerheid over het niet handelen bij de groepsverkrachtingen en het brute geweld. Hij heulde met de groep en alleen omdat Kors zijn ‘eigen denkwijze’ wilde volgen en daarin volhardend was, werd hij aangepakt. De schaamte blijft zwaar op zijn schouders rusten; Kors, die hij niet heeft geholpen.                                                                                                            

Het richten                                                                                                                                    

Mara sleept alles van haar zojuist onverwacht overleden schoonvader door het raam naar buiten. Op de cirkel in het grasveld maakt ze een brandstapel en steekt het vuur erin. Vuur, ja maar waarom? Opa is er niet meer. Kleine stormt naar buiten en schreeuwt: Je hebt opa verbrand! Zij was er niet bij, ze hadden op haar moeten wachten. 

Mara laat de begrafenisondernemer langs komen om haar schoonvader naar een koelcel te brengen. Haar chef vindt dat het afleggen van een dode schoonvader geen reden is voor absentie. Een dag afwezigheid kost haar een paar plaatsen in de ranglijst.  Samen met een andere vrouw verzorgt zij de zwaarlijvige Stamvader.  Ze trekt hem zijn opengeknipte uniform aan en kamt zijn haren volgens voorschrift.

Later slaapt Onna in dezelfde slaapkamer. Onna is ze genoemd naar haar grootmoeder. Stamvader kan er niet tegen om de naam van zijn overleden vrouw aan te moeten horen, en dus zegt hij Kleine.                                                                  Aan de goede kant van de grens blijft Bardo patrouilleren. De discipline is hem vanaf zijn jonge jongen bijgebracht, hij kan niet anders. 

De huid                                                                                                                                        

Mara en Bardo hebben het niet makkelijk samen. Zij werkt hard en hij doet weinig. Mara probeert haar man aan te zetten tot meer activiteit en plezier, bijvoorbeeld nog een keer samen naar het dorpsfeest. Het spannende feest van de grote mensen wekt de nieuwsgierigheid van Onna, maar ze mag niet mee. Ze sluipt door het raam naar buiten en ziet hen in de schuur. Haar vader ligt naakt op haar moeder’s lichaam en slaakt een kreet en schreeuwt haar angst uit: U hebt mama doodgemaakt! Ik heb het gehoord! 

In de meeste delen staan korte gecursiveerde stukjes, waarin verteld wordt over wat Kleine zoal doet en hoe lief zij haar grootvader verzorgt. Ze is zijn oogappel en luistert naar zijn verhalen. Er is een grote tegenstelling tussen de vastgeroest in een keurslijf levende man en het onbevangen meisje dat zich (nog?) niet aan alle regels wil houden. 

Joke van Leeuwen schrijft erg ontroerend en subtiel in HIER over het spelende en lichtvoetige kind met een open houding. Het kind experimenteert en weet niets van al die barrières. De schrijfster zet er de overdadig begrensde wereld tegenover. Grenzen zijn in Hier een wezenlijk maar beangstigend onderdeel van het leven tussen buurlanden. Daarbij worden fysieke, imaginaire en morele grenzen wel regelmatig overschreden. Vrijheid is er niet vanzelfsprekend, en het recht van het individu wordt onderdrukt. Joke van Leeuwen schrijft, ondanks de door haar gebruikte eenvoud, op een diepgaande manier over de kwetsbaarheid en de beangstigende momenten in het menselijk bestaan.

Uitgeverij         Querido                                                                                                             
Pagina”s           231
ISBN                 978 9021 409 580

Recensie: Anneke Balk december 2018

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress