Recensies

‘Foon’ door Marente de Moor

De hoofdpersoon Nadja, is tijdens haar studie in Leningrad verliefd geworden op de veel oudere zoöloog Lev. Samen zijn ze midden in het Russische woud gaan wonen, aan de oever van de rivier de Malaja Smota. Hier hebben ze een laboratorium gebouwd, waar ze onderzoek doen onder zoogdieren.

Foon is geschreven vanuit het perspectief van Nadja, wanneer ze als oudere vrouw (soms nostalgisch) terug kijkt op haar leven en op haar verhouding tot haar geliefden. Ze deelt denkbeeldig en liefdevol haar gevoelens met de grote machinist van de trein, die één keer per dag langs het door iedereen verlaten dorp raast. De voorbijflitsende locomotief wordt steeds meer het symbool van Nadja’s leven. Hoopt Nadja dat de machinist haar zal redden en terugbrengen naar de bewoonde wereld?

Met hun twee kinderen, Vera en Dimka, voelde het gezin zich de eerste primitieve jaren gelukkig in de wildernis, tussen de beren, vleermuizen en geiten. Later deed de ‘Hollandse’ (Esther) haar intrede en veranderde er veel. Het sprookjesbos veranderde in een bedreigend woud, waar vaak mysterieuze, angstaanjagende oergeluiden (Foon) worden gehoord. Betekent dit het inluiden van ‘het einde der tijden’ of geldt de wetenschappelijke verklaring van de verschuiving van de tektonische platen?

Het onderzoekscentrum is met de hulp van Esther begonnen met de ontvangst van ‘eurostabdortsjiki’, studenten/toeristen uit het westen, die onderzoek komen doen en jonge berenwelpjes mogen vertroetelen. Esther heeft het gezin dan al neergezet als een inheemse stam (want dat willen de westerlingen), en Nadja in plaats van als wetenschappelijk onderzoekster weggezet als een Russische moeke, die altijd bezig is in de boekweitpap te roeren. Esther wordt, terwijl ze een welpje aan het voeden is, aangevallen door de moederbeer en verliest een oor.

Soms leest Foon als een magisch sprookje, waarin je knuffelt met beren, met een geitenbok je bed deelt en gezellig met geesten en trollen babbelt. De omringende natuur is raadselachtig en overheersend; als lezer voel je je ondergedompeld in de diepe mysteries van het woud, maar ook van het leven.

Meer ‘tussen de regels door’ wordt de harde politieke werkelijkheid met scepsis beschreven. Er wordt gesproken over een ontwrichte samenleving, strafkampen, en een “land van gehoorzame stinkerd; dat waren we in de jaren van de stagnatie.” (pag. 66) “In dit land zijn we gewend geobserveerd te worden Zolang we in de minderheid waren, loerden de dieren, maar toen die ons niet meer konden pakken, waren ze op ons uitgekeken. Toen kwamen de tsaren. Bij hen moest je niet proberen te ontsnappen, want dan kreeg je een brandmerk op je kop, zodat de rest van de kudde je kon herkennen en in de gaten houden. De Sovjets pakten het nog grondiger aan, leiders en klerken. Nergens ter wereld werd je zo goed bekeken als bij ons. Je was nog niet geboren of ze hadden je al ingevuld, in hoekig handschrift op een buigzaam stuk karton. Op school dacht je dat je op moest letten, maar zij letten nog beter op jou… Zou het kleutertje bij de dominanten gaan horen of de gehoorzamen?… Zou het geschikt zijn het bij de grenstroepen te laten dienen of was het beter om hem nutteloze kuilen te laten graven in het buitengebied?”

Nadja probeert haar eenzaamheid, die steeds groter wordt als Lev dementeert, te overleven. Het onderzoekscentrum is in verval geraakt; elektriciteit, water en voedsel worden steeds schaarser. De lege uren worden met de fles gevuld. Als haar dochter uit Leningrad schreeuwt dat ze gered moet worden, gaat Nadja naar haar toe, maar het lukt haar niet Vera te overreden om terug te keren naar het sprookjesbos van haar kindertijd. Later lezen we, ‘ook weer tussen de regels door’, dat Vera waarschijnlijk gestorven is aan een overdosis.

Marente de Moor heeft met haar impressionistische stijl een prachtige tuin van verbeelding geschetst. Het is geen lijnrecht verhaal; het onderscheid tussen heden en verleden, werkelijkheid en verbeelding is diffuus. Het wordt aan de lezer overgelaten zijn eigen thematiek en filosofische keuzes te ontdekken. Het boek filosofeert over de tegenstelling tussen het vrije leven als onderdeel van en in evenwicht met de grote natuur en het geciviliseerde, georganiseerde leven. Het gaat ook over de tegenstelling tussen de westerse cultuur versus de Sovjet cultuur, die regelmatig, zonder drama, met humor beschreven wordt.

Uitgeverij      Querido, 2018                                                                                          
Pagina’s      319                                                                                                             
ISBN            978 9021 412 009

Recensie door Ammy Langenbach, december 2018

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress