Recensies

‘IK BEN IK BEN IK BEN’ door Maggie O’Farrel

Zeventien keer rakelings langs de dood

IK BEN IK BEN IK BEN is een non-fictie boek, een aangrijpende memoir: de kwetsbare mens die soms rakelings de dood passeert. Het beschrijft vermeldingswaardige feiten voor het nageslacht, die vaak belangrijke bronnen bevatten.

Maggie O’Farrell heeft zeven romans op haar naam staan, waaronder De hand die de mijne vast hield, waarmee ze de Costa Novel Award won. IK BEN IK BEN IK BEN is haar eerste non-fictieboek.

In het boek zijn een aantal citaten gebruikt met toestemming van uitgevers en erven. Het begint met: “Ik haalde diep adem en luisterde naar het oude snoeven van mijn hart; ik ben, ik ben, ik ben”. (uit: The bell jar van Sylvia Plath)

De citaten laten zien hoe dit boek tot stand is gekomen: een creatieve benadering van rangschikken van hoofdstukken naar lichaamsdelen, organen, lichaamsvloeistoffen, botten en ingewanden. Open staan voor een andere weergave van verhalen schrijven halen mijn aanvankelijke aversie weg. Door minder gefixeerd te lezen ontdekte ik waar mijn weerstand vandaan kwam. Die had met mezelf te maken: de pijn en herkenning van sommige verhalen. Boosheid vooral bij het lezen over het dochtertje en de behandelende arts, die klakkeloos een recept uitschrijft zonder ondervraging of überhaupt te kijken naar de patiënt. De verdrongen beelden kwamen weer naar boven, beelden van ellebogen in kartonnen rolletjes, om te voorkomen dat jeukwonden opengekrabd zouden worden, of het kind met handschoenen aan. Ook het kleinzoontje, dat met zijn handjes achter zijn knieën schuurde, deed zeer. Waarschijnlijk zullen er meer lezers zijn die hun verhaal herkennen, omdat het raakvlakken heeft met ieders leven.

Met andere ogen lezend heb ik veel waardering gekregen voor dit boek van Maggie O’Farrell. Door feiten te mengen met verdrongen beelden, weet ze emoties naar boven te halen.
Het citaat: “that spending time abroad may open the mind to new ways of thinking.” (uit ‘For a more creative brain, travel van Brent Crane) opende mij ook de ogen en ik hoop dat het voor meer lezers zo werkt.

In het eerste hoofdstuk/lichaamsdeel Hals (1990) vertelt een puber van net 18 jaar op het politiebureau over haar intuïtieve ervaring: “Ik realiseer me ook dat er op dit afgelegen deel van het pad niemand dichtbij genoeg is om me te horen roepen’. Zwemmen, ‘zeg ik. ‘Dat klinkt goed.’ Hij antwoordt door de riem van zijn verrekijker om mijn hals te doen.”  Bij het lezen van dit stuk over de angstaanjagende ontmoeting op een verlaten pad, houdt de spanning mij in zijn greep en werkt zelfs door in mijn dromen.

Het accent ligt op de bijna-doodervaringen, de dood die rakelings langs iemand gaat, waarvan je als je achterom kijkt het besef krijgt dat het gelukkig goed afgelopen is. Je kunt weer verder.
Namen zijn niet relevant in dit boek, op één na, Will, een partner van het laatste aangrijpende verhaal.

In het laatste hoofdstuk Dochter, dat in het ‘heden’ plaats vindt, wordt een kindje met een ernstige vorm van eczeem naar een dermatologisch verpleegkundige in het grote ziekenhuis in Londen doorverwezen. De arts schrijft bij binnenkomst al iets op een notitieblok, een recept voor een zalf op parafinebasis. Zij onderzocht het kindje niet, ze stelde niet één vraag, ze wierp niet eens een blik in de kinderwagen. Als ze dat wel had gedaan, dan zou ze een baby hebben gezien die haar polsjes tegen het tuigje schuurde, een baby die van top tot teen onder de natte, ontvelde plekken zat. Dan zou ze de wanhopige, uitgeputte, gekwelde blik hebben gezien in de ogen van de dochter; de blik die een kind van 9 maanden oud nooit zou mogen hebben, het grijpt mij aan.

Sommige verhalen zijn universeel. Blijf wakker, zeg ik, blijf bij ons. Met Will en haar dochter dicht tegen zich aangeklemdkomen zij op tijd aan in het ziekenhuis van Orviedo. “Ze rent met haar dochter in haar armen vooruit, als een offerande. En zij denkt: dat gaat niet gebeuren. Niet nu, niet hier. Je krijgt haar niet, vandaag niet en een andere keer ook niet. Het verhaal eindigt met Ze is, ze is, ze is.

Wat chaotisch leek door de opeenstapeling van moeilijke situaties, bracht pijnlijke dingen die diep zaten naar boven, die ik niet wilde zien: het zorgen, de angsten over het dochtertje. De feiten over ‘anafylaxis’ van de Franse arts en Nobelwinnaar Charles Richet kan ook veel lezers een handvat geven.

Uitgever           Nijgh &Van Ditmar, 2018
Pagina’s            267
Vertaald            uit het Engels door Lidwien Biekmann (I AM I AM I AM)
ISBN                  978 9038 805 030

Recensie door Anneke Balk, oktober 2018

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress