Recensies

‘De ondraaglijke blankheid van het bestaan’ door Marianne Thamm

Journaliste Marianne Thamm (1961) is opgegroeid in het Zuid-Afrika, waar de veranderingen broeien. Haar levensverhaal slaat bruggen tussen meerdere onverenigbare werelden.

De Ondraaglijke Blankheid van het Bestaan” (variant op De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan van Milan Kundera, erg populair eind jaren ’80), begint met het geregel rond de crematie van moeder Barbara. Ze was een erg lieve, maar ook flamboyante vrouw, die hield van haar huishouden en opgroeide in het vooroorlogse Portugal onder het dictatoriale regiem van Antonio Salazar. Na de tweede wereldoorlog is ze naar Engeland gevlucht en heeft daar haar man ontmoet. Samen zijn ze naar Zuid-Afrika geëmigreerd om een leven op te bouwen.

Marianne Thamm vertelt een persoonlijk verhaal altijd als een compleet pakket. De maatschappelijke ontwikkelingen van dat moment komen als vanzelf voorbij, terwijl het persoonlijk leven zijn eenvoudige weg vindt. Bij haar wordt die ingewikkelde combinatie een soepel geschreven, logisch pakket.

Hoofdstuk II begint met het gewicht van de as van haar vader. Marianne heeft lange tijd moeite gehad met Georg, die opgroeide in de jaren ’20 van het vooroorlogse Duitsland en op zijn 10e ingelijfd werd bij de nazi’s. Tot ver na de tweede wereldoorlog kan hij het ongelijk van Hitler nog steeds niet geloven. Het duurt lang, in het boek, voordat Marianne Thamm de context van zijn ontwikkeling kan zien. Tot die tijd zijn er vervelende discussies en heeft ze achterdochtige vragen aan haar vader of hij echt, echt niet wist wat er gebeurde tijdens de oorlog. Hij zegt steeds van niet.

Door het verhaal van haar ouders te vertellen, komt ze als vanzelf terecht in haar eigen leven. Ze groeit op in een bijna idyllisch Zuid-Afrika, samen met broer Albert. Haar kindertijd is eenvoudig en goed. Als kind speelt ze bij de nabijgelegen rivier, in haar tienertijd kleedt ze zich graag tomboy. Het is herkenbaar om te lezen dat ze haar beroepskeuze maakt op basis van weinig informatie en dan maar aan de slag gaat. Ze kiest voor journalistiek.

Haar opleiding bestaat uit twee jaar school en een derde in de praktijk. Marianne Thamm verhuist daarvoor van Pretoria naar Kaapstad om te gaan werken bij het dagblad Cape Times: “Ik was net 21 geworden, had nog nooit seks gehad en woonde in een nieuwe stad waar ik geen levende ziel kende” (pag. 123). Haar eerste stappen in het volwassen, zelfstandige leven beginnen net zo karig als bij veel studenten. Ook bij Thamm groeit de allenige start uit tot een steeds beter ingevuld leven. Op de redactie vindt ze een vriend en Kaapstad blijkt een bloeiend lesbisch uitgaanscircuit te hebben.

Pas door haar werk als journaliste komt ze achter de harde waarheden van haar geboorteland. Het broeit, in 1982 in Zuid-Afrika: “Los van de systematische toepassing van apartheid op het dagelijks leven, naderde het land zelf het kookpunt. Eigenlijk bevond het zich in het eerste stadium van een burgeroorlog.” (pag. 129). Ze zit door haar werk dichter op het nieuws, waarvan ze nauwkeurig en leesbaar verslag doet.

Zo worden haar persoonlijk leven, de onomkoombare veranderingen in Zuid-Afrika, de achtergrond van haar ouders en het nieuw te ontdekken leven als lesbienne onder haar handen een organisch geheel, waarbij het één natuurlijk verweven lijkt met al het andere.

Wat Marianne Thamm zo goed laat zien in haar boek, is hoe ze opgroeit en volwassen wordt. Dat ze van veel stappen die ze maakt, nog niet weet wat het zal worden en gaandeweg meer en meer vrienden, inzichten en zelfstandigheid krijgt. Het is intrigerend om te lezen over haar reis naar Europa, waar ze voor het eerst veiligheid ervaart. Het is invoelbaar dat ze de dag van de vrijlating van Nelson Mandela, waarbij ze op het Vrijheidsplein staat en hem van dichtbij kan zien, als de meest historische in haar leven bestempelt. Journaliste en mens vloeien ineen.

De eerste pagina’s van het boek kunnen nog wat hard overkomen. De feitelijkheden van een journaliste kunnen stug lijken, hoewel niet iedereen daar last van blijkt te hebben. Op achterflap staat een in korte promotietekst van Gerdi Verbeet: “Meteen huilend bij het eerste hoofdstuk.” Dat getuigt van veel begrip voor een verhaal dat erg nauwkeurig opstart, alsof het nog gaat om een vakkundig verslag. Toch heeft de oud-Tweede Kamervoorzitster een goed voorgevoel gehad, want alles daarna vult zich meer en meer met warmte en liefde. Als Marianne Thamm op haar 40e samen met haar vriendin twee zwarte kinderen adopteert is dat begrijpelijk.

Het spitsuur van het leven (tegelijkertijd kleine kinderen en de zorg voor je ouders) waar ze mee te maken krijgt, is typerend voor haar generatie. Als eerst de kleine Layla en niet veel later dochter Kenya hun plek in het huis van Marianne innemen, is ze ook de mantelzorger van vader Georg. Alle kilte verdwijnt uit hun vader-dochter relatie als de oude, moeizaam levende Georg voor het eerst kennis maakt met zijn kleindochter: “Ik legde Layla op zijn arm. Hij keek naar haar en trok een gezicht. Ze lachte. Dat vond hij leuk. (…) Het duurde niet lang of Georg liet haar op zijn schoot wippen terwijl hij een liedje zong over een paard. (…) Voor het eerst sinds lange tijd zag ik hem glimlachen.” (pag. 293) Hij ontdooit op een bijna aandoenlijke manier en Layla vrolijkt hem zonder moeite op.

Het is vakkundig om het verloop van je leven, met de achtergronden van beide ouders erbij en de soms onoverbrugbare verschillen die dat geeft, samen te kneden met sociale wantoestanden en grote maatschappelijke omwentelingen tot een logisch, goed leesbaar geheel, maar het lukt Marianne Thamm wonderwel. En het is minstens net zo prettig om alle personages uit het boek te leren kennen. Maar het leukste aan De Ondraaglijke Blankheid van het Bestaan is dat ze op een mooie en complete manier laat zien hoe je volwassen wordt. Het lint van de eigen groei is net zo makkelijk door alle verhalen heen geweven als alle andere aspecten, en houdt je aandacht en hart bij haar verhaal. Tot op haar lieve, goede advies in de laatste regel van het boek.

Uitgeverij          Nieuw Amsterdam, 2018
Pagina’s             352
Vertaald            uit het Engels door Ronnie Boley (Hitler, Verwoerd, Mandela and me. A Memoir)                                                                                                                      
ISBN                  978 9046 823 057

Recensie door Juva Schrijvers, oktober 2018

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress