Recensies

‘Vroeger was er later’ door Vera Marynissen

“… Vroeger is beter dan later. Vroeger dacht ik aan later. Vroeger dacht ik: later wordt beter. Vroeger was beter. Vroeger was er later “
En nu, denkt hij alleen nog aan vroeger. Want waar naar uit te kijken, als je weet dat er nog nauwelijks later is?

In Vroeger was er later raak je verzeild in de gedachtenstroom van deze recent tot weduwnaar verworden man Paulus, die de laatste maanden van zijn leven doorbrengt in een Rust- en Verzorgingstehuis (RVT)- de plaats waar hij zou moeten genieten van zijn door zijn bezoek bejubelde “welverdiende rust”.
” Zevenhonderdtwintig min vijftien. Kamer 264 is zevenhonderdvijf vierkante meter kleiner dan het huis waar ik met mijn gezin heb gewoond. Ik heb er mijn hele leven voor gewerkt. Nu zeggen ze dat ik mijn hele leven heb gewerkt voor kamer 264.” (pag 60)

Overtuigend toont Vera Marynissen de vernedering die we de oude medemens tegenwoordig maar niet lijken te kunnen besparen.
“Ze denken dat ik er hulp bij nodig heb om oud te worden. Het ging lange tijd vanzelf. …. Dit is het resultaat: ik lig in kamer 264, een kamer met een plastic rolluik tussen bed en wc, met spullen van thuis die iemand anders heeft uitgezocht, ….. ‘Knus, spullen van thuis!’ Ze snijden een mens zijn been af en gebruiken het daarna als prothese.” (pag 76)

Met kleinerende empathie wordt Paulus gedwongen tot de geestdodende routine van het RVT. Door flarden uit zijn agenda, krijg je een beeld van de schrijnende eentonigheid van zijn bestaan. Een eentonigheid bestaande uit een voortdurende opeenvolging van vaste eet- en verzorgingsmomenten, de krant lezen, koffie drinken en op gezette tijd naar bed. Zijn enige dochter, Eva, bezoekt hem elke zondag. Paulus past zich netjes aan, maar er is niets dat hem ontgaat. Zijn observaties doordrongen van ironie en pijnlijk herkenbare onmacht tekenen de tragiek van zijn situatie:
“Slecht humeur, Polleke?’ vraagt de zuster. Waarom doen ze dat toch? Altijd. De zusters. Dat, en roepen in je oor. ‘DAT HET ALLEMAAL WEL GOEDKOMT!’ Terwijl niets nog komt.
Ik had een zwager. Die was stom. Hoe vaak die op een briefje moest schrijven: ‘IK BEN NIET DOOF!’ Hij huilde veel.” (pag 91)

Vera Marynissen hanteert een heldere schrijfstijl, die in het begin wat vreemd aandoet. Toch blijkt er geen betere manier te zijn om je met Paulus te verbinden. Haar korte, krachtige zinnen geven tempo aan het verhaal, maar tonen vooral de vreemde geestessprongen en los-vaste associaties die Paulus door de tijd heen maakt. Verleden en heden lijken zich steeds meer met elkaar te vermengen. Samen met hem raak je verloren in wat is en was; verzeild in de strijd tegen het vergeten. Een strijd waarvan je op voorhand weet hoe die gaat eindigen.
“Hoe lang ik hier moet blijven weet ik niet. Dat het voor altijd is, durft ze niet te zeggen. ‘Voor altijd’ betekent immers niets. ‘Voor altijd’ betekent ‘tot ik hier doodga’. Maar dat kan een kind niet tegen haar vader zeggen.” (pag 58)

Uitgeverij      De Bezige Bij, 2012
Pagina’s         216
ISBN               978 9085 424 314

Recensie door Céline, juli 2018.

 

Share

One comment

  • 14 juli 2018 - 20:00 | Permalink

    Pfft, heftig boek lijkt me

  • Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

    Powered by: Wordpress