Recensies

‘Stille Grond’ door Sanneke van Hassel

Sanneke van Hassel (1971, Rotterdam) schreef met Stille grond haar tweede roman. De eerste, Nest, verscheen in 2010. Ze debuteerde als auteur in 2005 met een verhalenbundel en schreef er sindsdien vele, als laatste De Ochtenden. In 2013 kreeg zij de Anna Blamanprijs, bedoeld voor schrijvers die wonen of werken in Rotterdam, of op een andere manier nauw met de stad verbonden zijn.

Als je begint in een boek is het alsof je voor een spiegel gaat staan en een andere wereld instapt, in dit geval de hedendaagse wereld van Rotterdam. Het duurt even voor de roman op gang komt. Sanneke van Hassel neemt de tijd om het besloten wereldje van Landa en Jonathan te schetsen. Landa brengt haar dagen door met een pasgeboren baby in het isolement van haar flat en kijkt uit op de tijdelijke opvang van daklozen op het grondje voor haar huis. Jonathan probeert de bewoners van die opvang zoveel mogelijk te betrekken bij de tuin die hij aanlegt. Ze staan er allebei een beetje buiten, Landa met haar baby, net werkloos geworden voor de bevalling. Jonathan is na jaren nog steeds een beetje verdwaald in de grote stad, na een jeugd op het platteland.

Landa zoekt Jos de Palm op, politicus van de Volkspartij, als een bondgenoot in haar strijd tegen de opvang. Hij ziet wel mogelijkheden in dat grondje en neemt haar op sleeptouw, een spannende doorbreking van haar keurige hoogopgeleide leventje. Bij Jonathan wandelt de spanning binnen in de persoon van een intrigerende dakloze vrouw, die onderdrukte levenslust uit vervlogen tijden weer bij hem wakker maakt. Beiden doen dan bijna tegelijkertijd iets dat buiten hun gewone orde valt. Hun parallelle werelden schampen, zonder dat ze dat weten, even nog dichter langs elkaar. Voor beiden is er iets veranderd na dat voorval en hun omgeving verandert mee.

Sanneke van Hassel tekent het hedendaagse stadsleven op in een ironische schets van het spel van politici, ambtenaren, burgers en projectontwikkelaars. De flat en de tijdelijke opvang zijn metaforen voor twee wereldbeelden: dat van de jaren zeventig, waar steun wordt geboden aan iedereen die buiten de lijntjes kleurt en dat van de wereld van NIMBY (Not In My Back Yard), de wereld van de markt. Jonathan zegt het zo: ”.. in de grafieken van de opvang komen geen vloeiende stijgende lijnen voor. De levens van de bezoekers worden gekenmerkt door onregelmatigheden. Ze overtreden regels, komen te laat en houden zich niet aan afspraken. Ze liegen of stellen de waarheid bij. Ze zijn het even kwijt. Ze zwijgen.” Die wereld moet letterlijk het veld ruimen, het is tenslotte een zedenschets uit 2017.

Eén thema is van alle tijden. “We zijn zelf allemaal door het leven aan het broddelen”, zei Renate Dorrestein in een recent interview over haar schrijverschap. Landa en Jonathan doen dat ook. En daar kunnen wij ons als lezers dan weer aan spiegelen.

Uitgeverij      De Bezige Bij, 2017
Pagina’s         224
ISBN              978 9023 454 274

Recensie door Ine van Emmerik, mei 2018

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress