Recensies

‘Laatste vrienden’ door Jane Gardam

Terugkijkend op de drie delen van deze serie valt het op dat schrijfster Jane Gardam van elke figuur die in de romans van belang is, alleen de jeugd en de ouderdom beschrijft. Van alle hoofdpersonages wordt de achtergrond uitgebreid verhaald, en een aantal gebeurtenissen in de ouderdom. De tussenliggende vijftig jaar in de Far East krijgen weinig diepgaande aandacht. Waarschijnlijk omdat de personages niet veel opmerkelijks beleefden dan werksituaties, sociale verplichtingen van de echtgenotes en hun (saaie) huwelijken.
Alle drie delen zijn totaal verschillend en elk boek is zeker geen sjabloon van het vorige. De oude opleidingsinstituten, de vakgebieden en de locaties zijn de raakvlakken van de personages. Het is interessant hoe de schrijfster de verbindingen maakt.
De enige figuur die echt te weinig aandacht in de boeken krijgt, is Isobel Ingoldby, Edward Feathers’ jeugdliefde. Het weinige dat Jane Gardam – momenteel 90 jaar – over haar naar voren brengt is intrigerend. In een interview in Trouw zegt zij: ‘Ik weet niet of ik voldoende uithoudingsvermogen heb om al die passie tegemoet te treden, misschien ben ik daar een beetje te oud voor. Maar ik heb er wel over nagedacht… Dus, wie weet…
Tja, begrijpelijk, maar er valt toch te hopen.

De titanen waren weg. Zij hadden hun laatste strijd gestreden.”
Het is de beginzin van het derde deel Laatste vrienden. In retrospectief belicht het de achtergrond van Terence Veneering, voornamelijk door de ogen van een bij-personage in eerste twee delen: Fred Fiscal-Smith, die net als Edward (Old Filth) Feathers en Veneering jurist in bouwzaken was, voornamelijk in Hongkong. Waren Betsy en Edward Raj-kinderen, geboren in ‘de Oost’ maar vanaf hun zesde jaar naar kostscholen in Groot Brittannië gestuurd, Veneering en Fiscal-Smith, waren geboren in Herringfleet, een armoedig dorp aan de oostkust van Noord Engeland in Teesside, een gebied met zware industrie, zoals staal en chemie.

De moeder van Terence, Florrie Benson woonde nog bij haar ouders thuis, toen ze als 16-jarig meisje ‘viel’ voor een Kozak, een acrobaat in het Russische circus dat Herringford aandeed. Híj valt letterlijk en ruïneert zijn rug. Het circus vertrekt en de Kozak blijft. Een aandoenlijk verhaal over een buitengewone vrouw, die om de kost te verdienen voor een invalide man en een zoontje kolenboer wordt. Haar gedrag is ongewoon in het brave dorp waar ze leeft: ze trouwt met de Kozak, die Venetski heet en krijgt een mooie blonde baby, Terry. Als Terry later protegé wordt van een zonderlinge jurist, verandert die Terry’s naam in Terence Veneering (naam geleend van de buitenbeentjes Mr and Mrs Veneering uit Hard Times van Charles Dickens). Terence Veneering is een mooie man, een charmeur, heeft flair. Een zondagskind. Hij pakt wat hij krijgen kan.

Ook Fiscal-Smith heeft zijn naam veranderd: hij was de zoon van Smith, leraar aan de kostschool van Sir, waar Edward, Terry en Fred school gingen. Hij moest altijd op zijn zieke moeder passen, en was een eenzaam kind. Zijn hobby werd het fokken van een bepaald soort koeien. Hij trouwde nooit en is in zijn ouderlijk huis blijven wonen. Een ‘loner’ die wel contact wil, maar niet in staat is het te leggen. Hij wordt niet opgemerkt, vergeten en soms onaangenaam behandeld.

Edward Feathers ging dood, evenals Terence Veneering, de aartsrivaal van Edward en de eenmalige minnaar, maar levenslange geliefde van Betsy, die al eerder was overleden. Fiscal-Smith leeft nog en gaat naar de herdenkingsdiensten voor Veneering en Feathers in The Temple Inn in Londen. Daar ontmoet hij oud-collega’s, maar ook hun weduwes, zoals Dulcie, de vrouw van Pastry Willy, rechter in Hongkong en peetoom van Betsy Feathers, geboren MacIntosh. Dulcie woont net als Edward, Betsy en Terry deden, in hetzelfde dorp in Dorset, op Privilege Hall.

Jane Gardam is in staat prachtige portretten te schetsen van dit soort mensen, die anno 2018 niet meer bestaan, maar die in de 20ste eeuw een waarachtig deel van de Britse bevolking vormden. Zij woonden en werkten in de Far East. Er is veel veranderd in het Verenigd Koninkrijk. De Far East woont en werkt nu in Groot Brittannië.
Ook dit deel is verrassend van opzet, werpt nieuw licht op de personages, soms net niet wat je wel zou willen weten. De ondertoon van dit deel is melancholie. Oude relaties, overgebleven (dus) laatste vrienden, overleden verwanten, naderende dood, oude mensen, hun vergeetachtigheid en verwardheid. Een jongere generatie met afstand en onbegrip naar de oudere.
En ook nog … romantiek! Onverwacht en leuk.

Uitgeverij          Cossee, 2018
Pagina’s             221
Vertaald             uit het Engels door Gerda Baardman en Kitty Pouwels
ISBN                   978 9059 367 234

Uitgeverij Cossee gaf nog een ‘encore’uit, een klein boekje met twee korte verhalen, getiteld De Geheime brieven.

Het titelverhaal is een zeer boeiend, literair-spannend verhaal over een zoektocht naar de geheime brieven van Jane Austen aan haar enige (onbeantwoorde of beantwoorde ) liefde.

Het andere is een grappig verhaal uit de sfeer van de drie romans, over een feestje dat Dulcie in Privilege Hall geeft voor haar volle neef, een monnik, als Feathers en Veneering nog leven. Fiscal-Smith is ook van de partij. Voor de kleinzoon van Dulcie, Herman, is een hoofdrol weggelegd.

Leuk boekje om cadeau te doen aan ‘Jane Gardam-verslaafden’.

 

Uitgeverij         Cossee Broekzakbibliotheek, 2018
Pagina’s            94
Vertaald            uit het Engels door Gerda Baardman en Kitty Pouwels
ISBN                  978 9059 367 630

Recensie door Hannah Kuipers, april 2018

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress