Recensies

‘Wat helpt is een wonder’ door Anne Vegter

Anne Vegter is in Delfzijl geboren op 31 december 1958.
Ze schreef kinderboeken en verhalen. Ze is schrijfdocente en schreef voor toneel.
Ze kreeg een aantal grote prijzen voor haar werk en zit in meerdere jury’s.
Van eind januari 2013 tot eind januari 2017 was ze Dichter des Vaderlands. Haar eerste dichtbundel kwam in 1991 uit: Het veerde.

Wat helpt is een wonder is haar vijfde bundel.
De inhoud is een veelzijdige oogst van haar jaren als Dichter des Vaderlands. Ze begint met een uitgebreid vooraf, waarin ze vertelt over haar achtergrond en haar overwegingen bij het aanvaarden van deze officiële dichtersfunctie. Haar Vooraf begint ze met: ‘Het woord engagement vind ik erg irritant’. In haar jeugd raakte ze doordrenkt van dat begrip, wat ‘dienstbaarheid en verantwoordelijkheidsbesef’ impliceerde. ‘Ik at als het ware mijn havermout ’s morgens zeer geëngageerd. Maar te veel kan wel eens zwaar op de maag liggen’. Het elan van een jong mens, dat van harte het onrecht de wereld uit wil werken, kan leiden tot desillusie en tot afkeer van verdere kritische benadering.
Maar Anne Vegter is wonderbaarlijk overeind gebleven. Ze heeft de indigestie doorgemaakt en heeft haar kritische geest en haar veerkracht behouden. Engagement vraagt een eenduidige stellingname, maar Anne Vegter zoekt de vrijheid van het creatieve proces. Ze staat niet meer op de barricade te roepen (al wordt op de voorpagina de megafoon nog gehanteerd), maar laat associërend horen wat ze meemaakt. Ze verbindt zich met wat er gebeurt, maar levert zichzelf niet meer in.

Haar gedicht Kunstliefde (pag. 35) gaat over het concrete werk van het maken van een kunstwerk. Het is herkenbaar voor ieder die creatief werk doet, dat afleidingen tevoorschijn springen, zoals reisjes boeken of iets gaan aanschaffen of toch maar eerst stofzuigen. In haar gedicht maak je mee hoe ze de afleidingen meeneemt in wat kunst wordt. Daarbij opent zich haar onderwerp dermate, dat ze zegt:

..”Het volgende product altijd het beste.
Tot enkels op voeten in de schepping

raken je handen aan een beeld
– zelfgemaakt van je projecties. 

Concreter wordt het niet, de rest:
toeval, gretige nuchterheid, een hartstocht

en wat het uitdrukt krachtens zichzelf.
Wordt gezocht in Nederland:

kunstliefde. Wat er nog van over is
vanaf de vindplaats per ommegaande

terugbezorgen aan de kunstenaar
die liefde met liefde bewerkt.

Ja, wordt gezocht ‘wat er nog van over is van kunstliefde’, na alle bezuinigingen!
Op pagina 81 staat een gedicht met de titel De middelen. Het begint met: ‘wat helpt is een wonder’ , waarna iedere strofe blijft beginnen met ‘wat helpt’.
De titel van de bundel is al meerduidig, relativerend, want je kunt lezen dat een wonder helpt, en ook dat het een wonder is wanneer iets helpt.
Ze schrijft vanuit haar meerduidige invalshoek o.a. over: de kroning van de koning, een voetbalwedstrijd, het onthullen van een beeldhouwwerk, de dood van dichters, de verjaardag van een dichter, een vliegtuigramp, een sinterklaasgedicht n.a.v. de zwarte pietendiscussie, de aanslag op het redactielokaal van Charlie Hebdo, de heropening van een museum.

Over ‘de afnemende bereidheid onder Nederlanders om oorlogsvluchtelingen op te vangen’ gaat haar gedicht De overkant, (pag.87), een waar pamflet tegen het botte gebrek aan meegevoel, dat nogal eens te signaleren valt. In dit gedicht laat ze het ons Nederlanders voelen, namelijk door óns op drift te laten raken.
Het gedicht De koning en ik (pagina 65) schreef ze naar aanleiding van de onthulling van een buste van koning Willem-Alexander in 2014, in Assen. Daarin verwerkt ze tekst uit Het Plakkaat van Verlatinghe uit 1581. Toen werd de Spaanse koning Philips II afgezworen door wat toen de Zeven Provinciën heette. Philips II was een despoot en toen heerste daar al de opvatting, dat: ..‘het zijn taak is zijn onderdanen te beschermen/ tegen en te vrijwaren van alle onrecht’..
Ze wisselt teksten uit dat Plakkaat af met haar inleven hoe een koning van nu in zijn ambt staat. Kennis van onze vaderlandse geschiedenis kan voor het leven van nu verhelderend zijn! ( Het Plakkaat van Verlatinghe is ook op het internet te vinden)
‘Weesvragen’ (pag.99) bestaat uit vragen, waarmee de wetenschap niets kan. Uiterst boeiend en ook erg opbeurend. Iedere lezer kan er eigen antwoorden bij vinden.

In het laatste deel staat een selectie van columns, die de Dichter des Vaderlands van 2014 tot en met 2016 in het tijdschrift Awater publiceerde, hier genoemd: ‘Berichten van de Dichter des Vaderlands’.
Geestig om te lezen hoe ze aan het eind van de eerste column haar ontdekking over de maatschappij van de mieren (pag. 30) gebruikt in een bijdrage over ‘bestuurlijke stabiliteit in democratisch bestel‘! Bestuur? Democratie?
Zo staan al haar stukken vol verwijzingen en associatiemogelijkheden. En dan komt aan het eind nog een checklist voor de volgende Dichter des Vaderlands. We moeten nodig een Nederlandse term voor het Engelse ‘tongue in cheek’ vinden.
Anne Vegter daagt je uit om je eigen begrip en reactie te ontdekken bij wat ze beschrijft in haar functie van Dichter des Vaderlands. Het gaat over zeer verschillende, officiële plechtigheden en mondiaal schokkende gebeurtenissen. Denkend aan wat ze in ‘Kunstliefde’ onze projecties noemt, is het heerlijk om Anne Vegter volgens haar eigen aanwijzingen te lezen: de situatie in te gaan, eigen associaties en beelden naast de hare op te laten komen; haar stemming en die van jezelf te beleven. Maar dat geldt bij iedere dichter, bij ieder gedicht, bij ieder boek. Leesruimte, leefruimte.

Uitgeverij      Querido, 2017
Pagina’s        136
ISBN              978 9021 404 400

recensie Maud Ockers, januari 2018

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress