Recensies

‘Draad’ door Julia Blackburn

Het delicate leven van John Craske

Waar begint het weefwerk van een verhaal en waar eindigt het? Julia Blackburn pakt een draadje op dat dicht bij huis ligt. Een vriendin vertelt over de visser en kunstenaar John Craske, die leefde in het Engelse kustplaatsje Aldeburgh, in Essex, niet ver van haar woonplaats. Het is het begin van de zoektocht naar de sporen van een vergeten bestaan.
Ik kan alleen maar een paar feitjes en beelden in gedachten houden en mezelf mee laten drijven op de stroom, in welke richting dan ook. Misschien is dat al een manier om nader tot mijn onderwerp te komen, want John Craske wist veel van je laten meedrijven en ik moet gelijk met hem opgaan.” (p.14)

Het is een manier van werken die de schrijfster niet vreemd is. Julia Blackburn, geboren in 1948, schreef o.a. ook With Billy (Holliday) en Wij drieën. Ook daarin beschrijft zij persoonlijke zoektochten. Fragmenten die zij vindt tijdens deze zoektocht roepen een beeld op van een leven, ze zijn een gecondenseerde vorm van geschiedschrijving. Zij zegt het zo op haar website: “Alles wat ik heb geschreven is op de een of andere manier deel van mijn leven geweest en ik vraag me weleens af hoeveel sneller of langzamer, gelukkiger of verdrietiger ieder boek zou zijn geweest als ik het in een andere tijd had geschreven, in overeenstemming met een andere stemming of omstandigheden…..Ik ben geen historicus of specialist op een speciaal terrein, maar het fascineert mij hoeveel dichter je kunt komen bij begrip van een vreemde enkel door met anderen te praten, brieven en dagboeken of schriftelijke verslagen te lezen, door binnen te gaan in wat Henry James ‘the visitable past’ noemde: de plaatsen die nog steeds echo’s geven van wat eens was”.

Julia Blackburn staat daarmee in een eerbiedwaardige traditie van vrouwelijke schrijvers met een heel eigen stijl. Ik denk aan Virginia Woolf of Nobelprijswinnaar Svetlana Alexijivitsj die met verhalen van gewone Russen geschiedenis van Rusland schrijft.

Draad gaat over het leven en werk van John Craske. Hij leefde van 1881 tot 1943. Oorspronkelijk was hij een visser maar rond zijn 36e jaar werd hij ernstig ziek. Het leek op een influenza maar hij herstelde daar niet van, het bleef onduidelijk wat hij nu eigenlijk mankeerde. Voor de rest van zijn leven werden periodes van een staat van verdoving afgewisseld met periodes waarin hij in en om zijn huis wat dingen kon doen. Hij wordt verzorgd en in leven gehouden door Laura, zijn vrouw. Eerst is hij nog een paar maanden met zijn broers op zee, maar dat doet hem geen goed. Vervolgens beginnen Laura en John een viswinkel, tot dat uiteindelijk ook niet meer lukt. De huisarts raadt aan de zee op te zoeken en zo komen zij uiteindelijk in Aldeburgh terecht. Enkele jaren na zijn ziekte, rond 1923, begint hij te schilderen op alles wat maar voorhanden was; doosjes, deuren, het kon van alles zijn. Voor het kopen van schilderdoek was er geen geld. Later ging hij over op borduren, dat kon hij doen terwijl hij bedlegerig was. Het boek bevat vele afbeeldingen van prachtige schilderingen, meestal beelden uit zijn eigen leven, de zee, het visserleven. Ze zijn keurig gesigneerd en voorzien van een jaartal.

Julia Blackburn zegt het zo, na een eerste ontmoeting met zijn werk, bij Snape Maltings Concert Hall:
Het waren afbeeldingen van de zee en boten op zee en de kust gezien vanaf een boot, maar het waren ook afbeeldingen van het leven zelf, de onbestendigheid daarvan, onze worsteling om het hoofd boven water te houden en verder te leven te midden van al die angst en onzekerheid”. (p.18)
Ze neemt een paar geïmproviseerde foto’s en heeft het gevoel een beginnetje te hebben gemaakt. De eerste draadjes zijn geweven.

Ze weeft verder aan haar fragmentarisch verhaal over de zoektocht naar het leven van Craske. In korte stukjes volgen we die gesprekken, bezoeken aan rommelige winkeltjes, musea, maar ook vergeefse bezoeken aan mensen die niet thuis zijn. Ieder stukje tekst roept iets op van the visitable past van het leven van Craske. Ze grijpt een verhaal over het opvangen en weer op weg helpen van een gestrande alk en een verhaal van een vriend over een lange reis op zee en de daaropvolgende thuiskomst aan om onnadrukkelijk op te roepen hoe Craske omging met de noodgedwongen vertraging die zijn leven onderging vanwege zijn ziekte. Haar verhaal wordt verrijkt met veel prachtige afbeeldingen van het werk van Craske. Bijvoorbeeld van de Evacuation of Dunkirk, dat te zien is in het Castle Museum in Norwich. In de laatste jaren van zijn leven borduurde Craske aan een fascinerend panorama van de evacuatie van het Engelse leger op het strand van Duinkerken. Het is bijna af, een fragment van de lucht is nog niet ingevuld.

Draad bestrijkt de periode van september 2011 tot juni 2014. Door het verhaal van Craske weeft Julia Blackburn fragmenten van haar eigen leven, haar leven met haar man, de beeldhouwer Herman Makkink. Voor hem is zij ook een soort Laura. Hij overlijdt op een middag in 2013, in hun tuin, met zicht op een eik. Het laatste hoofdstuk van het boek beschrijft de ontmoeting met een bevriende schilder die recent zijn partner verloor. Hij schildert eiken.

“Schrijven is voor mij een leerproces”, zegt Julia Blackburn (p.282). Lezen is in dit boek ook een leerproces. Je spiegelt je aan de draadjes van woorden en beelden en weeft je eigen verhaal.

Uitgeverij       De Bezige Bij, 2016,
Pagina’s          400
vertaald          uit het Engels door Paul van der Lecq (Threads)
ISBN               978 9023 499 657

Ine van Emmerik, december 2017

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress