Recensies

‘De tere bloemen van het verstand’ door Myrte Leffring

Myrte Leffring (1973) studeerde Vertaalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.
Ze is dichter, redacteur en literair docent en geeft daarbij les aan volwassenen en kinderen. Daarnaast organiseert ze in Rotterdam vier maal per jaar de salon Dichter aan de vleugel , een literair programma met muziek, poëzie en zang, gevolgd door een aangename salon de thé. De salon als podium voor de taal van het hart: poëzie en muziek.

De tere bloemen van het verstand is de tweede dichtbundel van Myrte Leffring.
Deze bundel heeft een heel bepaalde vorm. Op de linker pagina’s staan de letters rechtop, alleen uitspraken zijn cursief gezet. De rechterbladzijden zijn cursief gezet, maar daar staan uitspraken rechtop.
Ook sfeerbepalend is dat vrijwel alles in de verleden tijd is geschreven: er was niets…een vrouw liep over een brug.. en niemand wist het.. een vrouw zat op de grond.. er was water.. er waren tuinen.. de vrouw wist niet wat te zeggen.. enzovoort.

De linker pagina’s gaan over een vrouw die over een brug aan het gaan is. Wanneer je denkt dat het haar ongeveer gelukt is, blijkt ze even later alweer bezig te zijn met het gaan nemen van de helling van een brug. Het is een bezigheid, die haar leven in beslag neemt. Het lukt Myrte Leffring om een sfeer van grote eenzaamheid en afgesneden zijn van contact op te roepen, al komt de vrouw soms iemand tegen. Het is beklemmend. De vrouw baart zelfs kinderen op de brug, maar ook dat draagt niet bij tot warmte of levendigheid, hoewel ze met grote vasthoudendheid doorgaat. Later stuurt ze de kinderen weg. Ultieme contactloosheid. De spijt benadrukt haar machteloosheid.
Wanneer de vrouw zegt dat ze niemand nodig heeft, wordt ‘niemand’ gepersonifieerd en spreekt met haar. Zoiets gebeurt vaker:
“….
de vrouw kneep haar ogen tot spleetjes,
greep overmoed bij de kladden
en ging op weg” (pag 20)
En: “….
spijt stak zijn lelijke kop om de hoek
en hield haar in zijn greep
de vrouw begon te schreeuwen,
sloeg wild om zich heen maar de spijt
gaf het niet op …” (pag 24)

Op de rechter bladzijden gaat het niet over de vrouw op de brug, maar over de beleving van een liefdesrelatie, waar het leven uit wegsijpelt. Ook hier veroorzaakt de vorm van de verleden tijd een gevoel van machteloosheid, want het verleden is niet meer te veranderen:
“… er was het zand
er waren zijn ogen die mij volgden
de lijnen van mijn armen langs mijn flanken
we veinsden geluk en troost en
meer dan dat

we hielden elkaar stevig vast
totdat ik niet meer wist
wie er in mijn lichaam huisde
of zelfs maar wie ik was” (pag 21)

Myrte Leffring durft tot het uiterste van vervreemding te gaan in situaties, waar besef en inzicht zo goed van pas zouden zijn geweest. Toch zijn de rechterbladzijden heel anders, want er is meer contact met de realiteit en we worden betrokken in wat er tussen de twee mensen gebeurt. Er wordt evenwel niet bewust gehandeld naar de bevindingen van de twee:
“….
en overal klonk geschreeuw
om stilte, om lucht, om ruimte
om het hardst
en we liepen de waarheid
regelrecht in de armen maar
ontkenden die totaal …” (pag 25)

Op bladzijde 35 staat ineens een heel gedicht in de tegenwoordige tijd, een belangrijk signaal.
Aan het eind van de bundel zoomt de dichter ver uit en bekijkt van bovenaf het tafereel. Op de linker pagina met:
“Gedachteloze dagen volgden
een vrouw op een brug
alles hield op te bestaan
en de wind waaide
het water stroomde
regenwormen ploegden zich door

de bewegende aarde
vogels maakten nesten
mensen sloten vriendschappen
of begonnen een oorlog om niets
om macht, om eer, om bodemstoffen
………
een vrouw bleef achter
op een brug, telde de nerven
in haar hersenen
telde er elke dag wat minder
wat niet gaf, want ze vergat
het aantal van de dag ervoor
en ook dat was niet zo erg” (pag 58)

Wat een woordrijm, de klinkers a en è blijven domineren!

Op de rechter bladzijde is er de directe innerlijke beleving en ineens verschijnt hier de tegenwoordige tijd, voor de tweede keer! Het is stil en niemand stelt meer vragen; antwoorden zijn te ijl om te horen. Ook wensen en het steeds terugkerende zwart en wit lossen op in de hoge lucht.

Ik heb het in deze bespreking veel over de vorm, omdat daar zoveel aan te ontdekken is en hoe verhelderend dat werkt! Hoe langer ik in de bundel lees, hoe meer links en rechts elkaar blijken aan te vullen. De vormgeving wordt almaar boeiender, want cruciaal. Hetzelfde verhaal wordt zodoende door de dichter verteld vanuit verschillende perspectieven, die ieder hun eigen stijl en uitwerking hebben.
Deze sterke, volgehouden vorm vertegenwoordigt kracht en overzicht van de dichter, die de hoofdpersonen veelal ontberen in het relaas van hun wederwaardigheden.
Hoewel, om nog meer meerduidigheid te signaleren: de verleden tijd wordt gehanteerd door iemand die vanuit het heden vertelt….

Uitgeverij       Van Gennep, 2016
Pagina’s          59
ISBN               978 9461 644 480

Recensie Maud Ockers, november 2017

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress