Recensies

‘Medeweten’ Antjie Krog

Antjie Krog is geboren in oktober 1952 in Kroonstad, Zuid Afrika.
Ze debuteerde in 1970 met de dichtbundel Dogter van Jefta. Medeweten is haar achttiende bundel, in het Zuid-Afrikaans en Nederlands. Daarnaast schrijft ze proza, toneel en non-fictie.
Ze studeerde aan de universiteit van Pretoria, is getrouwd en moeder van vier kinderen en ze is hoogleraar aan de universiteit van de Westkaap.

Wereldwijd wordt er van haar werk gehouden en is ze geprezen en bekroond.
Door haar compromisloze stellingname tegen onrecht en discriminatie (hoe scheid je die begrippen?) werd ze ook met de dood bedreigd, wat haar niet heeft weerhouden om door te gaan met het aankaarten van misstanden.
In Medeweten komt wat haar ter harte gaat opnieuw in krachtige taal met treffende en aangrijpende woordvondsten tevoorschijn. Dit ter harte gaan is bij haar van een betrokkenheid en warmbloedigheid, die samengaat met een al even intens houden van taal. Ze trekt lettergrepen van woorden los en zet andere lettergrepen eraan, zodat nieuwe betekenissen ontstaan. Bij voorbeeld: lachtheid.
Mijn hersens veren op om zulke nieuwe verbindingen af te tasten en te duiden.
Ze verpakt (verhult) haar woede over onrecht niet in keurige woorden; lees vanaf pagina 62 in Vrouwe Justitia geblinddoekt!
In plaats van zich door een gevoel van onmacht te laten knevelen, trekt ze alle registers van woede, walging, liefde, tederheid, aandacht, medegevoel en mededogen open. Medeweten, ook voor ons, haar lezers.

Dat de machtigen zichzelf vrijwel alles toe-eigenen in de mening dat alleen hún werk belangrijk is, omdat zíj er nou eenmaal meer toe doen en harder werken dan ieder ander, noemt ze: de hypocrisie en de pornografische claims van machthebbers, corrupten, kleptocraten – en ze verwijt mensen in het algemeen een gebrek aan morele verbeelding. Vrouwe Justitia richt zich op de wet, niet op rechtvaardigheid, en de wet beschermt de rijke.
Daarbij vraagt Antjie Krog zich af: waarom is Vrouwe Justitia toch geblinddoekt? Om het onrecht niet te hoeven zien? Bij haar vraag kan je denken aan oordelen zonder aanziens des persoons. Maar zonder een mens aan te zien en aan te kijken is er minder kans op juist beoordelen, laat staan mededogen voelen. Zonder vooringenomenheid? Die vraag is al door Antjie Krog beantwoord, want mazen blijven er genoeg in de wet waar Vrouwe Justitia onder valt.

Over haar schrijvend kan ik de woorden ‘ook’ en ‘samengaan’ wel blijven gebruiken, want alles gaat bij Antjie Krog samen en staat nooit los van andere facetten die net zo goed belicht worden, maar alles tegelijk kan eenvoudigweg niet.

Na haar stellingname tegen machtswellust en corruptie zegt ze wat ze het ergste vindt: schone handen. Het gevolg daarvan is lauwheid en schouders ophalen. Ongetwijfeld zal ze niets tegen een mooi aangeharkt tuintje hebben, zolang het niet dient om de beerput eronder nooit te hoeven legen. In haar boek De kleur van je hart doet ze verslag van ruim twee jaar betrokkenheid als verslaggever bij de Waarheids – en Verzoeningsommissie, waarvan aartsbisschop Desmond Tutu voorzitter was. Dat was openen en doorspitten van een beerput vol gruwelijke misdaden van het apartheidsregime, in het besef dat de waarheid de enige mogelijkheid vormt om ooit in het reine te kunnen komen met de verschrikkingen.

Naast thema’s die zich in het groot aandienen, is Antjie Krog even betrokken bij haar persoonlijke leven en liefde. Bij haar is er geen verschil tussen opmerkzaamheid voor wat een kind of kleinkind beleeft en wat er wereldwijd aan de orde is.
Over wat ze in de ogen van haar kleindochter ineens aan angst ziet, terwijl het meisje zo met alles haar best doet, dicht ze in Slapen in de kamer van een meisje:

de angst dat best niet telt dat best niets / oplevert of uiteindelijk nergens toe leidt dat / best de greep van anderen op jou is en vooral / dat je misschien maar een gewoon meisje bent deze / oma weet hoe je best doen je daar voor de rest / van je leven ongelukkig mee gaat maken (pag. 74)

Ja, deze oma heeft weet van het alles beheersende minderwaardigheidsgevoel van grote groepen mensen, hóe ze ook hun best hebben gedaan en blijven doen.
Het zal dan ook niet verbazen dat ze nooit aangenomen heeft dat er een god of God zou zijn die van boven af bestiert en beoordeelt. De wetten van de natuur, van de kosmos, zijn voor haar God. En alles hangt daarin samen en beïnvloedt alles, menselijk gedrag inbegrepen. Ze noteert dan ook hoe haar kleinkind zich vereenzelvigt met vogels en wind in Een meisje in de tuin (pag.113-114).

Uitgeverij               Podium, 2016
Pagina’s                 258
vertaalde helft        uit het Zuid-Afrikaans door Robert Dorsman, Jan van der Haar en Alfred Schaffer (Mede-wete)
ISBN                       978 9057 596 971

Recensie door Maud Ockers, augustus 2017

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress