Recensies

‘Hier zijn is heerlijk’ door Marie Darrieussecq

Hier zijn is heerlijk is een biografie over kunstschilderes Paula Modersohn- Becker.
De titel van het boek is gebaseerd op een van de gedichten van Rainer Maria Rilke: ‘Hiersein ist herrlich’ uit de poëzievertaling De elegieën van Duino. Het woord elegie komt van elegos, grieks voor klaaglied of melancholisch treurgedicht.

Met veel onderzoek naar brieven, naar hoe haar werken tot stand zijn gekomen en waar de werken zich nu bevinden, beschrijft Marie Darrieussecq haar bevindingen omtrent het korte leven van Paula Modersohn-Becker, in mooie korte alinea’s als ware het strofen.
“Het gruwelijke gaat daar samen met het heerlijke; laten we niet om het gruwelijke van de geschiedenis heen draaien, voor zover een leven een geschiedenis is: sterven op je eenendertigste met nog een heel schildersleven voor je en een baby van achttien dagen oud.”  (pag 8)
In 1935, 18 jaar na haar sterven, staat in een lang artikel in de Bremer krant dat de schilderijen door de nazi’s zijn afgekeurd en tot ‘entartete kunst’ zijn veroordeeld.

Ik zal in grote lijnen een korte omschrijving van het boek geven. In het midden van het boek zijn acht pagina’s opgenomen met foto’s, zwart –wit en kleur van haarzelf en van haar kunstwerken.
Misschien ga ik toch eens in Bremen naar het Paula Modersohn- Becker Museum, ontworpen door architect Bernhard Hoetger, om de sfeer van de doeken en de tijd waarin ze gemaakt zijn te ervaren.

Paula Becker is geboren in 1876 en in 1907 gestorven.
In het jaar 1906 maakte ze meer dan tachtig schilderijen in mooie gedempte kleuren, vaak met zwarte contouren omlijnt, met een gebloemd of donker fond. Portretten van kinderen, zelfportretten o.a. met barnstenen colliers, naakten, landschappen en stillevens. Het werk van een grote liggende vrouw met baby met de titel: liggende moeder met kind II, uit zomer 1906 is verreweg het bekendst.
Ze heeft tijdens haar leven drie schilderijen iverkocht, aan de Vogelers, aan Frau Brockhuis en aan Rilke.

Paula was bevriend met o.a. Reiner Maria Rilke. In een geïsoleerd kunstenaarsdorp in Worpswede, een dorpje ten noorden van Bremen, waren veel kunstenaars, waaronder Paula, naar deze kolonie getrokken. Hier ontmoet ze Heinrich Vogeler, Clara Westhoff, Rainer Maria Rilke en Otto Modersohn.
Met Otto krijgt ze een ( moeilijke) relatie. Dat alles gebeurt in 1900. Paula schrijft aan haar broer Kurt dat ze na jaren slapen en dromen is ontwaakt.

Paula gaat naar de academie in Parijs, naar het Louvre op bezoek naar de kunstwerken van Holbein, Titiaan, Botticelli en Fra Angelico. Bij de examens eindigt Paula als beste van het jaar. Ze schrijft uitgebreid naar Otto. Ook met Rilke deelt ze haar intensiteit, ze wisten allebei wat ze zochten en wat ze wilden: schrijven, schilderen, eenzaamheid vinden om zich terug te trekken en te scheppen.
In Fischerhude is ook een kunstenaarskolonie waar het landschap vele kunstenaars inspireert. Maar Paula en Otto gaan in 1906 en 1907 in Parijs leven. Daarna gaan ze toch weer terug naar Worpswede.

In maart 1907 is Paula zwanger. De bevalling op 2 november 1907 is zwaar. De baby krijgt de naam van haar moeder: Mathilde. Van moeder op dochter is er weer een dochter geboren. Na achttien dagen mag Paula eindelijk uit bed opstaan, maar ze zakt in elkaar en sterft aan een embolie.
Als ze neervalt zegt ze: ‘Schade’, haar laatste woord. Het betekend ‘jammer’.
Op dit woord heeft de schrijfster dit boek gemaakt: ze wil haar ‘het heerlijke hier zijn’ teruggeven.

Uitgeverij       Arbeiderspers
Pagina’s       157
ISBN              978 9029 510 790

recensie door Lia Martinali, juni 2017

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress