Recensies

‘De thuiswacht’ door Dola de Jong

Boeiende roman over twee vrouwen, in mooi helder proza geschreven, in het decor van de aanstormende Tweede Wereldoorlog.

De roman De Thuiswacht verscheen in 1954, nadat de uitgevers van de schrijfster in de V.S. en in Nederland het aanvankelijk hadden geweigerd, vanwege de ‘schaamteloosheid’ van het onderwerp: een innige vriendschap van twee vrouwen. Uitgeverij Cossee heeft de roman opnieuw uitgegeven.

Het is een roman in ik-vorm; de ik, die Bea heet, geeft een chronologisch verslag van de gebeurtenissen in de twee jaar die ze met vriendin Erica doorbrengt. Bea is een keurige, elegante kantoorbediende, die een maand nadat ze Erica heeft leren kennen, met haar samen gaat wonen op een etage aan de Prinsengracht, een luxe die geen van beiden zich in haar eentje had kunnen permitteren. Erica is een stoere, sportieve, wat onbehouwen journaliste, die door Bea op een voor haar onbekende manier aantrekkelijk wordt gevonden: “Erica toonde nooit angst, ik bedoel de verlegenheid die voortkomt uit schaamte en schuld.” Ze ziet Erica ’s avonds regelmatig verdwijnen en soms midden in de nacht dronken thuiskomen; meestal blijft Erica een hele nacht weg. Bea heeft geen idee wat Erica doet en wat haar beweegt, al weet ze wel dat achter het manifeste gedrag van Erica veel meer schuilgaat: “…het lag dieper, het stond in verband met haar eigenlijke wezen, hoewel ze in haar werk zeker sublimatie had kunnen vinden voor wat er emotioneel haperde.” De achtergrond van Erica vindt ze ‘vreemd’: haar moeder ‘Ma’ woont bij een kolonel, waar ze de huishoudster is. ‘Ma’ is vaag over de vader van Erica, zegt de vreselijkste dingen, doet akelig tegen haar dochter, zaken waar Erica om lacht. Bea vertelt wat ze ontdekt over Erica, wat ze aanneemt dat er aan de hand is of wat haar voortdurende vraagtekens zijn. Indirect geeft Bea uiting aan haar verlangen naar liefde en intimiteit, haar hunkering naar aandacht en begrip, maar ook aan haar onmacht iets goeds voor zichzelf te bereiken.

Schrijfster Dola de Jong stierf in 2003 op 92-jarige leeftijd. Ze werd geboren in Arnhem in een Joods gezin; haar moeder overleed toen ze vijf jaar was. Ze wilde danseres worden, maar om haar strenge vader ter wille te zijn, werd ze leerling- journaliste bij de Nieuwe Arnhemse Courant. In 1930 vertrok ze naar Amsterdam en werkte als danseres. In 1940, nadat ze op straat uitgescholden en beschimpt was, vertrok ze met haar verloofde uit Nederland, net voordat de oorlog uitbrak. Ze kwamen terecht in Tanger. Haar roman En de akker is de wereld gaat daarover en verscheen in 1945 in de Verenigde Staten, waarheen ze geëmigreerd was. Het kreeg de Prozaprijs van Amsterdam in 1947. Toen al had ze diverse kinderboeken geschreven en in 1939 haar romandebuut Dans om het hart. Ze schreef in het Engels en in het Nederlands, vertaalde haar eigen boek The Whirligig of Time (de Draaitol van de tijd) in het Nederlands. Het kreeg in 1963 de prestigieuze Amerikaanse Edgar Allan Poe Award en werd verfilmd.

Als er iets elegant is in de roman De thuiswacht, is het de stijl van schrijven van Dola de Jong. Mooi geschreven, helder proza, dat op het eerste gezicht gedateerd lijkt, maar passend blijkt. De roman begint met de zin: “Ik ontmoette Erica in 1938 bij een gemeenschappelijke kennis…” In alle schrijfcursussen leer je dat je een verhaal niet zo moet beginnen, maar hier is het precies wat nodig is. Vier vragen beantwoord in negen woorden. Wie schrijft? Over wie gaat het? Wanneer speelt het? Hoe kennen ze elkaar?

Ondanks het heldere proza is Dola de Jong in staat de werkelijkheid van de twee vriendinnen te verhullen; ze brengt de feiten mondjesmaat aan het licht, al naar gelang de ontdekkingen van Bea. Veelvuldig gebruikt de schrijfster een ‘cliffhanger’, een aankondiging van iets – een gebeurtenis of een afloop – die de spanning verhoogt maar geen inzicht geeft in wat er precies gaat gebeuren. De ik-figuur kan dat doen omdat ze het verhaal veel later, als ze in de V.S. woont, opschrijft. Gaandeweg wordt het duidelijk dat het niet goed gaat met de vriendschap van Bea en Erica. Bea begint een relatie met een man, maar wil net zo goed de relatie weer beëindigen, als Erica dat zou willen: ‘Mannen staan als schimmen in de coulissen van mijn leven.’ Die man zegt over Bea: ‘Mijn lieve kind, je affectie voor Erica berust op ongezonde emoties.’
Bea heeft een innerlijk conflict tussen weerzin en verlangen en past zich voortdurend aan. Erica uit zich in onverschilligheid en opportunisme, om haar kwetsuren af te schermen en gaat haar eigen ondoorgrondelijke gang. Op vakantie gaan de ogen van Bea open en beseft dat ze op een andere manier aangetrokken is door Erica dan ze dacht. Vanaf dat moment wordt hun relatie een relatie van aantrekken en afstoten: “Zonder haar leven kon ik niet meer, met haar slechts het vreemde bestaan, dat haar miserabele jeugd voor haar had bepaald en waaraan ik alleen als getuige kon deelhebben.” Cliffhangers kondigen aan dat het voor Erica niet goed zal aflopen. ‘Ma’ wordt lid van de NSB en vertelt dat de vader van Erica een Joodse man is.
En helaas, het loopt niet goed af.

Bijzonder is dat Uitgeverij Cossee de moeite neemt zulke pareltjes in de Nederlandse literatuur, zoals De Thuiswacht, opnieuw uit te geven. Een quote van een liefhebber: ‘Wat kunnen, in een diepere laag van de literaire historie gezonken boeken, prachtig zijn, juist doordat zij in een voorgaande wereld spelen.’

Het boekomslag oogt aantrekkelijk voor de koper, maar is niet waarheidsgetrouw. Bea zou op feestelijke gelegenheden wel met hoed en rokje kunnen verschijnen, maar over Erica zegt Bea: “Erica was nog steeds buitengewoon nonchalant op haar uiterlijk en ondanks mijn pogingen zag ze eruit als een slordige jongen.”

Uitgeverij         Cossee, 2017
Pagina’s            159, incl nawoord van Eva Cossee
ISBN                 978 9059 367 142

Recensie door Hannah Kuipers, maart 2017

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress