Recensies

‘Het vogelhuis’ door Eva Meijer

Op een sensitieve manier geschreven roman, poëtisch, lichtvoetig en wonderbaarlijk passend bij de kwetsbaarheid, vlugheid en lichtheid van de vogeltjes.

Het vogelhuis is een fictieve biografie over het leven van de Britse vogelonderzoekster Gwendolen (Len) Howard (1894-1973). Len groeide op in een welgesteld kunstminnend gezin. Haar vader was een bekende dichter en theatermaker. Haar moeder die voornamelijk mooi en chic was, organiseerde in hun huis soirees, waar Len en haar zuster musiceerden en vader en collega-dichters uit eigen en andermans werk voorlazen. Len werd violiste en kreeg een aanstelling in het London Symphony Orchestre onder leiding van (Sir) Malcolm Sargent. In 1938 nam haar leven een andere wending, toen ze een stuk land kocht in Ditchling, een dorp in de streek Lewes in East Sussex, Zuid Oost Engeland. Ze nam ontslag bij Sargents orkest en ging in het eenvoudige huis wonen, dat ze later Bird Cottage noemde. Len Howard deed jarenlang, op geheel eigen wijze, onderzoek naar kleine vogels zoals koolmezen, pimpelmezen, mussen, merels, roodborsten. Zij was geen wetenschapper, maar ‘naturalist’ natuurkenner. Ze schreef in een aantal tijdschriften over haar observaties en bevindingen. In 1952 verscheen bij Collins Press haar boek Birds as individuals, en 1956 verscheen haar tweede boek Living with birds.

Over het persoonlijk leven van Len Howard is, behalve de bovenstaande feiten, niet veel bekend. Eva Meijer vulde het weinige aan met wat ze zelf bedacht als logische aanvullingen op de ontbrekende gegevens. Ze schreef het levensverhaal van Len Howard op een sensitieve manier, poëtisch, lichtvoetig en wonderbaarlijk passend bij de kwetsbaarheid, vlugheid en lichtheid van de vogeltjes. Aanvankelijk wisselt Eva Meijer haar fictieve biografie af met bladzijden uit de boeken van Len Howard. Het begin van het biografische gedeelte is een beetje saai, omdat Gwendolen een gewoon leven leidt van een dochter van rijke ouders in die tijd. Wie wel eens een boek over die tijd heeft gelezen, ervaart déjà vu op déjà vu. Daarentegen zijn de bladzijden uit de boeken van Len uniek. Ze geven het beeld van een vrouw die heeft gekozen samen met vogels te leven. Ze wordt weliswaar gezien als amateur, maar heeft de volharding en de open mind van iemand die alle dagen van de week en al haar wakkere uren bezig is met haar onderzoek. Ze observeert de vogels met liefde, maar ook met de kennis van de musicus. Vogelzang is een van haar bekendste onderwerpen.

Halverwege het boek wordt het leven van Len en haar onderzoek één. Eva Meijers roman is vanaf dan een ongeëvenaard apart verhaal, ontroerend, spannend en prachtig geschreven. Len heeft de meeste vaste gevederde bezoekers namen gegeven. Haar methodiek is gebaseerd op security and safety. Ze volgt de levens van verschillende vogels, weet wanneer ze wat nodig hebben, waar ze zijn en wat ze doen. Len maakt geen lawaai en maakt geen onverhoedse bewegingen, waarvan de vogels zouden schrikken. Slechts met een vogel die geen angst heeft, kan ze een relatie leggen. Ze laat de bovenramen van haar huis open en de vogeltjes die zich vertrouwd voelen komen naar binnen. Ze slapen bij haar en zitten rustig op haar schoot, op haar hoofd en ze eten uit haar hand. Al haar menselijke bezoekers moeten rustig zijn. Borden aan de weg en op de oprit van haar huis geven aan dat er geen lawaai gemaakt mag worden bij Bird Cottage.
Vogels leven minder volgens instinct, ontdekt Len, maar meer als individu. Wie slim is, durft, creatief is, heeft een beter leven, dan wie dom is en angstig. In laboratoria kun je nooit tot dit soort conclusies komen. Daar is de vogel die in een kooitje aan proefjes wordt onderworpen a priori angstig.

Len Howard kreeg veel kritiek. Men vond haar onderzoeksmethode antropomorfisch, dat wil zeggen, men verweet haar dat ze teveel menselijks in de vogels legde. Len gaf ze namen, maar lette nauwkeurig op hoe ze gebeurtenissen beschreef, door menselijke gevoelens en gedachten te vermijden. Niet: ‘Eenoogje was paniekerig’, maar ‘Eenoogje fladderde onrustig heen en weer.
Mooi beschreven is het leven van Ster, een vrouwtjeskoolmees, die de favoriet is van Len. Ster leert tellen. Niet omdat Ster moet, maar omdat ze de tijd heeft en het leuk vindt. Koolmezen spelen en maken lol na de broedtijd en voor de winter.
‘Het is veel werk, iedere dag schoonmaken.’
Door zo’n uitspraak komt er een dimensie bij, als je je het leven van Len Howard voorstelt. Lappen over het meubilair die iedere dag gewassen moeten worden. Veel schrob- en boenwerk. Hoe het haar in de tweede wereldoorlog vergaat is een verhaal op zich. En er zijn twee zeer spannende momenten in haar leven met de vogels.

Eva Meijer verdient alle lof voor de vorm waarin ze deze roman schreef. Daarbij was het leven van vogelonderzoekster Len Howard zeer de moeite waard om uit de vergetelheid te halen. Fictie of niet.

Bedenk wel voor je dit boek leest dat je nooit meer een vogel in de tuin af zal kunnen af doen met ‘ O een vogeltje’, en ook niet met ‘O een koolmees’ . Je zult ze willen herkennen, namen willen geven en waarderen als buurtgenoten, goede kennissen of vrienden.

Deze roman zet aan tot acties. Ten eerste op zoek te gaan naar de antiquarische uitgaven van de twee boeken van Len Howard en ten tweede de romans te kopen en te lezen die Eva Meijer eerder heeft geschreven Dagpauwoog (2013) en Het schuwste dier (2011), beide bij Uitgeverij Cossee.

Eva Meijer is beeldend kunstenaar (performer), filosoof, dichter, schrijver en singer-songwriter. Naast dit alles geeft ze les aan de Universiteit van Amsterdam. Ze heeft (2017) met Het Vogelhuis de Lezersprijs van de BNG Bank literatuurprijs gewonnen. Kijk beslist even op haar grappig vormgegeven website voor blogs, optredens, lezingen.

Uitgeverij         Cossee, 2016
Pagina’s            282
ISBN                 978 9059 366 695

Recensie door Hannah Kuipers, februari 2017

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress