Recensies

‘Gustav en Anton’ door Rose Tremain

Een subtiel, beeldend, benauwend, spannend en ontroerend verhaal over de vriendschap van twee Zwitserse kleuterjongetjes in 1947 tot en met 2002 als ze vijftigers zijn.

In het Engels heet deze roman The Gustav Sonata. Dat blijkt – na lezing – een passender titel te zijn. De titel Gustav en Anton doet denken aan Heidi en Peter en hun leven met de Milka-koeien op de Alpenweiden. Op het omslag vermeldt de uitgever dat deze roman een soort Zwitserse Stoner is. Dat is waar. Gustav en Anton is een prachtige roman, in een stijl als die van Stoner, waarin de personages en hun omstandigheden zich rustig ontvouwen en je wordt meegezogen in de gedachten en gevoelens van gewone mensen, die uiterst bijzonder blijken te zijn.

Er zijn drie delen. Deel 1 speelt van 1947 t/m 1952 en wordt verteld vanuit het perspectief van Gustav, die geboren is in 1942. Zijn vader Erich, die politieman was, stierf in datzelfde jaar, handelend naar zijn overtuigingen. Zijn moeder Emilie moet sinds zijn dood hard werken in een kaasfabriek, wat niet wegneemt dat Gustav en zij arm zijn en blijven. Voor moeder voltrekt het leven zich totaal tegengesteld aan wat ze zich van haar leven had voorgesteld. Ze is afstandelijk en verbitterd. “Je moet niet huilen. Je moet je beheersen.” Een benauwende situatie voor Gustav, die tot haar dood bezig blijft zijn moeder te leren van hem te houden. Of het hem lukt? Navrant! Antons eerste dag op de kleuterschool is voor de nerveuze, sensitieve Anton een drama. Het gezin is onlangs verhuisd van de stad naar het dorp Matzlingen en hij is bang. Zijn rijke ouders zijn Joods, maar niet joods in de zin van gelovend. Anton wordt door Gustav tot bedaren gebracht, die herhaalt wat zijn moeder hem heeft geleerd: ‘Je moet niet huilen. Je moet je beheersen.’ Anton staat voortdurend onder druk van zijn ouders om een ‘wonderkind’ te moeten zijn. Gustav en Anton worden levenslang vriendjes. Anton wordt geregeerd door angst, Gustav is de helper, de verzorger, de oplosser van de problemen.

Deel 2 speelt van 1937 t/m 1942 en vertelt het verhaal van de ouders van Gustav afwisselend vanuit het perspectief van Emilie en van Erich. Op briljante wijze wordt de achtergrond van elk van de ouders en van hun relatie verhaald. Briljant omdat het ogenschijnlijk een klein verhaal is, maar groots in zijn onbeduidendheid. Het is bijzonder knap hoe de schrijfster het historische gegeven in de kleine geschiedenis van de ouders van Gustav heeft vormgegeven. Zwitserland was een zogenaamd neutraal land waar veel Duitse Joden naartoe vluchtten, maar een inderhaast ontworpen en door de Duitsers afgedwongen wet ontzegde hen in 1942 de toegang tot het vrije Zwitserland. Voor veel Joden betekende dat de dood.

Deel 3 speelt van 1992 tot 2002. Gustav, niet getrouwd, geen relatie, heeft een hotel, waar hij als een perfecte gastheer zijn gasten verzorgt. Een van de gasten is Kolonel Ashley-Norton, die het hotel (en Gustav heeft ontdekt en er graag verblijft. Gustav en zijn hotel vormen een plek van veiligheid voor de kolonel die weduwnaar is en het trauma uit zijn legertijd niet kan loslaten. Ook hier een klein verhaal in het grote dat ontroert en verrast. Anton, die nog steeds vrijgezel is, is na zijn mislukking als concertpianist muziekleraar in Matzlingen geworden. Hij krijgt (nog een keer) een kans om zijn muziek aan duizenden liefhebbers te laten horen.

De vriendschap van Gustav en Anton blijft de hele roman door de leidraad van het verhaal. Gustav is een eenzame man, betrouwbaar en soms saai, maar ook inventief en ten slotte in staat bij de kern van zijn wezen te geraken. Anton is nerveus, naïef ambitieus en – op zoek naar liefde – destructief.

In een interview zegt schrijfster Rose Tremain dat het mogelijk is dat je tot overeenstemming kunt komen met je verleden en met de manier waarop je over je verleden denkt. Zijzelf voelde zich tot haar zestigste kwetsbaar en verlaten doordat haar vader op haar tiende uit haar leven was verdwenen. Ook in Gustav en Anton komen de mannen halverwege hun vijftigste tot het besef van het verloop van hun leven, van wat ze ervan gemaakt hebben en wat voor soort mensen ze zijn. Dan pas kunnen ze waarlijk open zijn en kiezen voor wat ze werkelijk willen.

Rose Tremain, geboren in Londen in 1943, studeerde aan de universiteit van East Anglia en aan de Sorbonne in Parijs. Ze schreef veertien romans (vaak met een historische context), vijf bundels met korte verhalen en een bundel voor kinderen. Haar boeken worden over de hele wereld gelezen. Zij won talrijke literaire prijzen. Bij Uitgeverij De Geus verschenen ook De weg naar huis (The Road Home) en De onafwendbare dag (Trespass).

Uitgeverij         De Geus, 2016
Pagina’s            300
Vertaald            uit het Engels door Anneke Bok (The Gustav Sonata)
ISBN                  978 9044 538 038

 Recensie door Hannah Kuipers, maart 2017

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress