Recensies

‘Contouren’ door Rachel Cusk

In 2001 schreef Rachel Cusk (1967) het controversiële A Life’s Work: On Becoming a Mother (in 2003 in het Nederlands verschenen als In het land van moeders), een autobiografisch verslag over haar eerste jaar als moeder. Hierin schrijft ze over haar ambivalente gevoelens jegens het moederschap, waarbij ze niet schroomt om ook over de minder mooie kanten te vertellen: de uitputting en de gebroken nachten, maar vooral ook over de vervreemding en het gemis van haar oude, individuele zelf. Dit riep veel kritiek en heftige, persoonlijke reacties op: ze werd bekritiseerd om het gebrek aan moederliefde dat ze zou tonen en er werd geopperd dat haar kinderen maar uit huis geplaatst moesten worden; ze zou het niet verdienen moeder te zijn.
Nog meer controverse en negatieve reacties riep het in 2012 verschenen Aftermath (Nasleep – Over huwelijk en scheiding) op, een boek waarin ze openhartig en nietsontziend schrijft over (de nasleep van) haar scheiding van fotograaf Adrian Clark. Hierna schreef ze een aantal jaar niks meer. In een interview met The Guardian zegt Rachel Cusk dat dit boek haar creatieve dood tekende. Fictie voelde nep en leugenachtig, autobiografisch schrijven kon of wilde ze ook niet meer: “Once you have suffered sufficiently, the idea of making up John and Jane and having them do things together seems utterly ridiculous. Yet my mode of autobiography had come to an end. I could not do it without being misunderstood and making people angry”.

Met het in 2014 verschenen Contouren (Outline) slaat Cusk na enkele jaren radiostilte dan ook een nieuwe weg in. In dit boek kiest ze voor een fictief hoofdpersonage dat zelf slechts passief deelneemt aan het verhaal dat ze vertelt. De ik-verteller is een gescheiden, Britse moeder en schrijfster (ze deelt enkele basiskenmerken met Cusk) die een paar dagen les zal geven op een zomercursus in Athene en verslag doet van een handvol vluchtige ontmoetingen aldaar.
De lezer komt opvallend weinig over deze Faye (haar naam wordt welgeteld één keer terloops genoemd in het hele boek) te weten, waardoor ze ondanks haar constante aanwezigheid bijna “onzichtbaar” blijft. Ze houdt zich afzijdig, portretteert zichzelf als toehoorder en verschuilt zich in zekere zin achter de verhalen van de anderen. Ze vertelt veelal zonder haar gezicht te laten zien en blijft zodoende ook buiten schot en vrij van kritiek.
Net zoals Rachel Cusk aangaf niet meer autobiografisch te ‘kunnen’ schrijven, lijkt ook personage Faye niet in staat tot het delen van haar eigen verhaal – of dit gewoonweg niet te willen. Ze citeert en parafraseert andermans vertellingen, maar deelt haar eigen aandeel in het gesprek (en daarmee haar eigen verhaal) doorgaans niet. Omdat er maar weinig interactie is en ze vooral de ander aan het woord laat, lijkt gesprekken monologen en lijkt de ik-verteller vooral als een passieve vertolker van de verhalen van anderen te dienen. Maar juist hier ligt ook de subjectiviteit van de vertelling: de ik-verteller filtert de informatie en bepaalt wat er met de lezer gedeeld wordt – en vooral ook wat niet. Veelzeggend hiervoor is ook het einde van hoofdstuk 4, een hoofdstuk dat na een openhartige verhaal over het leven en verleden van collega-docent Ryan, eindigt met: “Hij draaide zijn hoofd naar mij. En jij dan, vroeg hij, ben jij op het moment ergens mee bezig?‘” (pag.45)

De subjectieve weergave van deze ontmoetingen wordt benadrukt doordat de ik-verteller niet alleen andermans woorden parafraseert – en (dus) ook interpreteert, maar deze verhalen bovendien ook op haar eigen leven betrekt. Zo zegt ze op pagina 67: ”Ook ik zag in alles om me heen steeds vaker mijn eigen angsten en verlangens, zag andermans leven steeds vaker als een commentaar op mijn eigen leven”. Bovendien gaan de verhalen van de anderen opvallend vaak over onderwerpen die Faye ook bezighouden, zoals relationele problemen, de verhoudingen tussen partners en die tussen ouder en kind. Hoewel ze vooral observeert en weinig over zichzelf uit de doeken doet, gaan in zekere zin alle vertellingen ook over haar.

Contouren markeert een duidelijke breuk met Rachel Cusk’s eerdere werk en stijl, niet alleen door de “onzichtbare” protagoniste die ze hier ten tonele voert, maar vooral door de gekozen stijl. Er is geen spanningsopbouw, zelfs überhaupt geen plot, maar de roman wordt geheel gevormd door een aaneenknoping van de veelal vluchtige ontmoetingen en de verhalen van deze mensen. Een multimiljonair in een Londense club, haar buurman in het vliegtuig naar Athene, een collega-docent aan de academie, oude vrienden, haar cursisten, een Britse schrijfster; allemaal komen ze uitgebreid aan het woord. Faye observeert, luistert en deelt de verhalen van deze uiteenlopende figuren. Meer dan dat is het eigenlijk niet. Maar het werkt, de vorm van het boek is origineel en verfrissend, de verhalen zijn zeer divers en veelal onderhoudend (met als mijn persoonlijke favoriet het verhaal over de hond en de chocoladecake).
Rachel Cusk zet deze nieuwe manier van schrijven voort in Transit (2016 – gelijktijdig met Contouren in Nederlandse vertaling is verschenen), een losstaand vervolg op Contouren, wederom met Faye als ik-verteller – van wat uiteindelijk een trilogie zal worden.

Uitgeverij          De Bezige Bij, 2016
Pagina’s             224
Vertaald             uit het Engels door Caroline Meijer en Lette Vos (Outline)
ISBN                   978 9023 442 943 

Recensie door Kyra, februari 2017

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress