Recensies

‘Het einde van de dag’ door Nelleke Noordervliet

Een fictief levensverhaal van een politica, ex-minister en schrijfster. Haar overtuigingen over haar levensdoelen maken haar hard, sarcastisch en cynisch. Krachtig, heftig proza, soms plat als ze boos is. Prachtig passend bij het karakter van het hoofdpersonage Katharina Mercedes Donker.

Katharina (Kat) krijgt een verzoek van een schrijfster om haar biografie te mogen schrijven. Katharina is tegen biografieën en vooral tegen die van haar: ‘Een biografie is het verwrongen zelfportret van de auteur, een parasiet die leeft van een meestal nogal dode gastheer, een aaseter verlekkerd wroetend in een karkas. Ik moet dat niet. Ik wil dat niet.’Kaths partner van de laatste tien jaar, Simon, vindt dat ze mee moet werken aan de biografie, want ook al doet ze dat niet, hij wordt toch geschreven, maar dan zonder haar inbreng. Het resultaat zou dan wel eens minder gunstig kunnen zijn. Vijanden, vrienden, familie, kinderen, collega’s, opponenten, iedereen wordt geïnterviewd, en er zitten altijd mensen tussen die graag met modder gooien. Simon heeft een punt. Toch kan Katharina geen ja zeggen.Zij begint zelf haar levensverhaal op te schrijven, vooral op punten waar ze in haar vlijmscherpe oordeel een fout heeft gemaakt, verkeerde inschattingen heeft gedaan, zich vals of slecht gedroeg, haar reputatie te grabbel gooide of zelfs een strafbaar feit pleegde. Feiten die het publiek niet van haar kent, maar waarvan ze bang is dat die de biografie gaan bepalen.

Ze vertelt grotendeels chronologisch over haar leven, maar maakt tussendoor sprongen in de tijd en verhaalt tevens over haar gepensioneerde leven met Simon. Ze kijkt terug op haar leven en spaart zichzelf niet. Het proza is passend, krachtig, heftig, soms randje platvloers. ‘Mijn ziel is als een zwarte gladde steen, een meteoriet, vanuit de ruimte handwarm in de holte tussen mijn ribben gevallen.’Of: ‘Schaamte is een hyena, een onaangenaam dier waar niemand van houdt.’ Of: ‘De blik uit zijn donkere ogen kon een gat in de krant branden.’ Of ‘ …een verrassende hoge lach, waarvan iedereen verschrikt stilviel alsof de koningin een scheet liet tijdens de kersttoespraak.’ Ze is atheïst: ‘ Wat Gods ondoorgrondelijke wegen doen voor de gelovige, dat doet causaliteit voor de atheïst: verklaren, oorzaak en gevolg beschrijven, het een in verband brengen; het is de rollator van de moderne gelovige.’

Kat probeert uit te vinden wie ze is, was. Ze beschrijft beeldend haar jeugd in een volksbuurt, met een gedesillusioneerde scheldende meppende vader, typograaf, die in de burgeroorlog in Spanje vocht en met een moeder die de klappen opving. De beschrijving van haar adolescentie waarin ze behoorlijk tekeer ging, lijkt soms op de beschrijvingen uit De Schaamte voorbij van Anja Meulenbelt. Ze had een abortus, ging naar Parijs, neukte met de patron van het café waar ze werkte, raakte weer zwanger van een vriendje, en trouwde verplicht de vader. Het hoofdstuk over haar universitaire studie en haar aansluiting bij de Partij is enigszins vaag. Er verschijnen een aantal mensen op het toneel, die nauwelijks worden geïntroduceerd, zodat je je afvraagt of je die personen zou moeten herkennen. Zit er toch een werkelijkheidsfactor in deze roman? Welke partij is dit dan? In ieder geval is het een linkse partij. Hier krijg je de neiging af te haken. Niet doen! Zelf zegt de schrijfster aan het begin van het volgende hoofdstuk: ‘Soms stokt dit relaas lang. Ik heb geen zin in chronologie, maar voeg me in mijn bewust nadenken over mijn verleden toch ongemerkt in die vertelconventie.’

Niet afhaken wordt beloond met een prachtig stukje over ouder worden, naar aanleiding van Dylan Thomas: ‘Old age should burn and rave at close of day.’ ‘In de badkamerspiegel kijk ik naar mijn aftakelende lichaam, bestudeer van nabij het landschap rond en in mijn ogen, verwonderd om de materie van iris en glasachtig lichaam en het zwarte puntje waardoorheen de wereld naar binnen dringt. Mijn ik toont zich in mijn blik, ik bestudeer haar nauwkeurig, speur naar de dingen van vroeger die als een matte aanslag over het blauw liggen. Ik gesel het trouwe, vermoeide lichaam met sport, ik daag het uit met fietstochten tegen de wind in, ik straf het met diëten, ik ontken de neergang met hippe kleren (niet té, maar tijdloos vlot, mind you) en elke dag word ik mezelf vreemder en vreemder. Ik ben het niet. Ik ben nooit geweest wie ik zag. Ik weet niet wie ik is.’
Ze trouwde met Hugo, kreeg een dochter Hanna. Hugo was een partijgenoot, een poëet, een schrijver die grootse ideeën had over de boeken die hij zou gaan schrijven, maar waar nooit iets van terechtkwam. Hij had een bipolaire stoornis. Dochter Hanna erfde die van haar vader.

Katharina was minister in twee kabinetsperioden. Zij schreef haar twee succesvolle boeken; een van de titels is Paden naar de macht. Ze verhardde. Haar doel was: ‘De macht krijgen in dit land om mannen als mijn vader, vrouwen als mijn moeder te wreken, en een robuuste eerlijkheid en solidariteit te kweken in de politiek en de maatschappij.’ Maar zagen de ogen van Hugo haar, dan zag hij: ‘…macht, geld en aanzien, maar evenzeer verkwanseling van idealen, corruptie van zuiverheid, de onvermijdelijke werdegang van alles wat gericht is op verandering, revolutie, rebellie.’ Toen Hugo overleed ging ze met haar dienstauto naar de begrafenis, wat haar dochter haar ernstig kwalijk nam. Dochter Hanna vroeg haar hoe het voelde om macht te hebben. ‘ Ik heb geen macht,’ zei de moeder-minister. ‘Ik heb verantwoordelijkheid.’ Waarop Hanna haar middelvinger opstak.

Pas in de laatste hoofdstukken is er een kentering in het gedrag van Katharina. Ze gaat alleen naar Sicilië, waar ze een zieke invalide Amerikaanse professor ontmoet. Die ontmoeting brengt haar tot een uitbarsting van een groot verdriet, over een gebeurtenis die haar bijzonder dwars zit. Ze dacht van zichzelf: ‘Ik had mijn hele leven lang gezworen bij nuchtere realiteit; de tragische zinloosheid recht in de muil kijken en zonder vrees of verlangen leven.’ Maar ook zij heeft een breekpunt, wat een prachtige en ontroerende scène oplevert. Met il professore heeft ze intieme gesprekken over tijd en sterfelijkheid, ouders en kinderen en het besef dat ze de ander nodig heeft.
Komt die biografie er?
Wie afhaakt, mist veel moois. Doorlezen dus.

Uitgeverij         Augustus/Atlas Contact, 2016
Pagina’s            347
ISBN                 978 9025 448 691

Recensie door Hannah Kuipers, februari 2017

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress