Recensies

‘Juliana. Vorstin in een mannenwereld’ door Jolande Withuis

Jolande Withuis bedankt! Ik heb weken genoten, gegruwd, me verbaasd en gelachen bij het lezen van deze biografie over Juliana. Een prachtig boek.

De biografie van Jolande Withuis over het leven van Juliana is boeiend, interessant, wetenschappelijk verantwoord en vlot geschreven. Een 756 pagina’s tellend biografisch verhaal dat geen moment verveelt. Jolande Withuis heeft absoluut geen last van ‘hermelijnvrees’ zoals ze de schroom ten aanzien van het koninklijk huis noemt, die menige royaltybiograaf parten speelt. Zij geeft een helder en oprecht beeld van de vrouw en de koningin die Juliana was. Haar biografie is wetenschappelijk: alle beweringen zijn afkomstig uit feiten en uit de bronnen van de feiten. De biografe noemt het boek een psychologiserend publieksboek. Het woord psychologiseren houdt in: iets tot een psychologische zaak maken. Psychologiseren heeft dikwijls een negatieve klank, waar mensen symptomen en signalen willekeurig naar eigen inzicht en voordeel betekenis geven. Dat is hier niet het geval. Biografe Jolande Withuis heeft al haar beweringen gestaafd. Dat ze de biografie van Juliana een psychologische zaak maakte, is buitengewoon interessant. Voorin het boek staat de uitspraak van P.J.S. de Jong aan de Tweede kamer in juni 1968: “Het privéleven van de Koning is met het staatsbelang ten nauwste verweven.”
Juliana wordt beschreven vanuit haar positie als vrouw, in haar tijd – bijna de hele 20e eeuw van 1909 tot 2004 – in haar jeugd als meisje en haar leven als prinses, haar huwelijk, haar moederschap en haar koningschap, met al haar kwaliteiten en tekortkomingen, haar problemen en haar oplossingen. Deze recensie focust op het innerlijk leven (kennen, voelen en streven) en het gedrag van Juliana in een aantal van haar levenssituaties, contexten, die kenmerkend voor haar zijn geweest.

Overdreven beschermd opgegroeid.                                                                                                
Toen Juliana in 1909 geboren werd, had Wilhelmina een viertal miskramen achter de rug. Na Juliana had ze er nog twee. Wilhelmina was dolblij met haar troonopvolgster, maar zo angstig ook dit kind te verliezen dat ze het overdreven beschermde tegen alles wat in haar ogen gevaarlijk was. Juliana werd weggehouden van zieken, ziekten en kou. Ze was altijd dikgekleed.
Haar sociale jeugdleven speelde zich af op Het Loo. Ze kreeg er met een handjevol andere (adellijke) meisjes les. Haar ‘toekomstige bestemming’ was nooit uit zicht. Ze was enig kind, bij stiekem gescheiden levende ouders. Op Het Loo had Juliana vriendinnetjes en verzorgsters waar ze het goed mee kon vinden. Ze hield van toneelspelen, verhaaltjes schrijven, reizen en leren. Ze was dol op gezelschap, hield er niet van alleen te zijn, en lachte graag met de ingehuurde vriendinnetjes. En daarnaast was ze het kind dat in de koets, stijfjes aangekleed moest wuiven naar haar onderdanen. Enerzijds had ze contacten, anderzijds waren die uiterst beperkt.
Ze mocht in Leiden studeren, een speciaal opgezet studieprogramma voor een studente die een speciale taak wachtte. Ze genoot van haar vrijheid, ook al woonde ze afgeschermd in een beveiligd huis. Ze werd lid van studentenvereniging VVSL, waar ze studiegenoten vond die vriendinnen werden, waarbij ze nooit zeker was of de vriendschappen voor haarzelf bestemd waren of voor haar positie als prinses. Haar studie leek normaal, maar ze studeerde slechts twee jaar en deed maar drie tentamens. Bij haar vertrek gaf de Leidse Universiteit haar een eredoctoraat, wat ze zeer gênant vond.

Het voorbeeld van haar ouders
Hoewel Wilhelmina aanvankelijk om haar echtgenoot Hendrik van Mecklenburg gaf, konden ze later hun grote verschillen niet meer overbruggen. Sinds de Eerste Wereldoorlog was er weinig harmonie in de relatie van Juliana’s ouders. Met de val van de Duitse keizer, raakte Hendrik al zijn bezittingen en troon kwijt. Hij was op een toelage van Wilhelmina aangewezen en had geen land meer om naar toe te gaan om te jagen. Hij dronk, gokte, had vriendinnen, kreeg meerdere ‘bastaardkinderen.’ Alleen hun interesse in het geestelijk leven bond Wilhelmina en Hendrik nog. Dat was niet het protestantisme, het officiële geloof van de Oranjes, maar Krishnamurti, de Soefi-leer, Bô Yin Râ (de Zwitser Schneiderfranken) en de dichter Tagore, die in 1913 de eerste niet-Europese winnaar van de Nobelprijs voor letterkunde was. Spirituele leiders genoten levenslang ook Juliana’s interesse.

Levensthema’s                                      
De kinderlijke eenzaamheid, het anders zijn dan andere kinderen, het verdriet om de disharmonie van haar ouders en hun hang naar geestelijke vernieuwing hebben een grote invloed gehad op het leven van Juliana. Zij verlangde haar leven lang naar harmonie, vrede, samenzijn en samenwerken, geestelijke verdieping en naar een grootse vervulling van haar “mooie maar zware” beroep. In het samenzijn kon ze overdreven enthousiast worden, hysterisch en geëxalteerd. Juliana was ervan overtuigd dat ze meerdere wegen kon bewandelen in haar leven. Enerzijds die van gewoon mens en anderzijds die van majesteit. Haar hele leven wilde ze ‘gewoon’ zijn. Een mens zoals alle andere mensen. Helaas was ze geen gewone burger, maar de allerhoogst geplaatste vrouw van Nederland. Ze heeft nooit de functie van koningin willen weigeren, ook abdicatie was geen optie:
Dat zou moedermoord geweest zijn. Wilhelmina was de monarchie. Die zag haar koningschap als door God gegeven, als afstammeling van Willem van Oranje“.
Juliana werd een vreemde mix van een gewone vrouw die koningin moest spelen en een koningin die een gewone vrouw wilde zijn. Ze schonk zelf bij officiële ontvangsten de thee in op Soestdijk, verdween soms plotseling uit het zicht van haar beveiligers, die ze daarmee tot wanhoop bracht, was altijd te laat (uit een soort ik-laat-me-niet-dwingen), en week voortdurend van protocollen af. Met haar (onbewuste) verlangen naar vrede, harmonie, samenzijn, geestelijke verdieping werd ze een chaotische vrouw, die geen richting had in haar functioneren. Ze werd daarbij een speelbal van haar emoties en van de mensen om haar heen die daar gebruik van maakten. In haar grootste wanhoop zocht ze altijd de verdieping van het Hogere, wat nooit de weg is om aardse problemen op te lossen.

Het huwelijk van Juliana en Bernhard
Vanaf haar achttiende zocht men een echtgenoot voor Juliana. Die zoektocht duurde zeven ongemakkelijke jaren. Bernhard von Lippe Biesterfeld meldde zichzelf aan. Hij had drie aanzoeken bij verschillende vrouwen lopen. Alleen zijn aanzoek aan Juliana werd ingewilligd. Men vergat hem na te trekken. Hij bleek een moeder en broer te hebben die beiden fervent aanhangers waren van het nazisme. Juliana was verliefd op de charmante vlotte man van de wereld. In 1936 begon haar ‘gouden eeuw’ zoals Juliana haar relatie en leven met Bernhard toen noemde. Bernhard zag zijn huwelijk met Juliana als een ‘challenge’, een uitdaging om iets van haar te maken. Hij wilde een onafhankelijk leven, doen wat hij zelf wilde, belangrijk zijn en veel geld verdienen.
Hij was voor haar een droom, zij was voor hem een uitkomst. Hij was financieel afhankelijk van haar, zij emotioneel afhankelijk van hem. Hij hoopte op een huwelijk. Zij hoopte dat hij van haar hield.”
Van meet af aan was hij niet aardig tegen Juliana. Zijn hele leven heeft hij zich denigrerend ten aanzien van haar uitgelaten, ‘zeur toch niet zo mens’ ‘dat kun jij toch niet’ ‘daar ben jij veel te dik voor’ oude dikzak’ ‘witte olifant’. Hoewel er een aantal malen een huwelijkscrisis was, is hij nooit vertrokken. Beter dan hij het had kon hij het nergens krijgen.

Juliana was op haar best in de oorlog
Ze werd geëvacueerd naar Canada met dochters Beatrix en Irene. Hier leidde ze het bestaan van een gewone vrouw, een moeder zoals alle moeders. Door volop in die rol te leven, kon ze ook optreden als Prinses der Nederlanden, zonder de puberale weerstand die ze in Nederland vertoonde. Ze maakte kennis met Eleanor Roosevelt, vrouw van de president van de VS, die haar rolmodel werd wat betreft ‘vrouwelijke waardigheid, emancipatie, zelfbewust en zelfstandig optreden.’ Juliana hield in de oorlogsjaren in Canada en de VS tientallen lezingen en voordrachten als voorvechtster voor de vrede in de wereld en Europa. De oorlog tegen de Nazi’s werd haar vrijheidsstrijd. Geen gekwezel, maar krachtig uitgesproken denkbeelden, die haar gehoor een hart onder de riem stak.
Na de oorlog viel ze terug in haar vooroorlogse gedrag. Zij werd in Nederland afgeschilderd als het moedertje dat ‘in den vreemde’ haar kinderen had opgevoed. Moeder Wilhelmina was de redster des Vaderlands en Bernhard had zich het imago van oorlogsheld aangemeten.
In 1948 werd Juliana tot koningin gekroond.

Zwevend in een sekte
Dochter Marijke werd in 1948 zeer slechtziend geboren, doordat Juliana rode hond had opgelopen toen zij die ‘arme Indische mensen’, repatrianten, van de boot was gaan halen. Juliana had enorme schuldgevoelens over haar onvoorzichtigheid. Moeder Wilhelmina had haar nog zo gewaarschuwd. Bernhard liet haar hierin fysiek en psychisch volkomen in de steek. Juliana was niet opgewassen tegen haar eenzaamheid en stortte zich in de geestelijke armen van zieneres Greet Hofmans – Juliana’s lieve engel – die beloofd had Marijke te genezen. De steeds invloedrijkere sekte van de gebedsgenezeres, die rechtstreeks van God boodschappen voor Juliana ontving, palmde Juliana in waardoor haar kijk op haar functie, op haar moederschap en op de wereld vertroebelde. Ze ging zichzelf zien als de grote vredeskoningin in dienst van God. In de psychische wirwar van schuld en eenzaamheid vond ze een plek voor haar verlangen naar harmonie en vrede, van verdieping van haar geestelijk leven. ‘De grens tussen sekte en ziekte is soms poreus,’ schrijft Jolande Withuis. Juliana’s raadgeefster, Directeur van het Kabinet van de koningin, mevrouw Marie Anne Tellegen zei: “In ieder ander gezin zou allang een psychiater geraadpleegd zijn.” Maar dat behoorde voor de koninklijke familie niet tot de mogelijkheden.

Nadat Bernhard de situatie van Juliana met Greet Hofmans en haar kliek had gelekt naar Der Spiegel, was het uit met de sekte op Soestdijk. Maar hun huwelijk kwam nooit meer goed. Juliana hoopte altijd nog van wel en vergoelijkte zijn abject gedrag: “een kwajongen”, “een luxe uitgave van een man”, en hield hem in de Lockheed affaire de hand boven het hoofd, “hij heeft nou eenmaal iets met uniformen, laat hem toch”.

Koningin van 1948 – 1980
Juliana wist na het enorme dal van 1956 ‘zich opnieuw uit te vinden.’ Ze noemde haar taak als koningin ‘zwaar maar mooi’. Het koningschap bood haar echter vooral veel genoegen. Als prinses kon ze haar draai niet vinden, in de tijd met Greet Hofmans was Juliana psychisch labiel, maar na 1956 werd ze de maatschappelijk werksterkoningin. Ze had een oog voor ‘de zieligheid’ van mensen en toonde zich sociaal bewogen. Projectie van haar eigen zieligheid? Ze ging gelijk op met de sociale en maatschappelijke ontwikkeling van het Nederlandse volk, dat haar begrip en emotionele betrokkenheid bij hun levensomstandigheden hogelijk waardeerde. Ze was er bij de watersnood. Ze was er bij de Hongaarse opstand en de Suezkanaal- crisis. Het defilé op Soestdijk voor haar verjaardag bracht tienduizenden op de been en werd later op de televisie door honderdduizenden bekeken. Hoogtepunt van haar populariteit was voor haar de zoen van Jos Brink in 1970. Ze werd een eenvoudige majesteit.

Ze overleefde de crisis rond het huwelijk van Beatrix met een Duitser, de rellen bij dat huwelijk, de leugens van Irene rond haar overgang naar het katholicisme en haar huwelijk met een extremistische fascist, het huwelijk van Margriet met een gewone burger en het voortijdig vertrek uit huis van Marijke, die Christina werd en ’het protectionistisch klimaat van bezorgdheid’ zat was. “Ik leef in het heden”, herhaalde Juliana haar motto. “Het verleden ligt achter ons, wij kijken vooruit”, waarmee ze zichzelf veel ongenoegen over voorbije zaken bespaarde.

Juliana was goed in illusies. “Bernhard had haar in 1936 de illusie gegeven dat hij van haar hield en haar levenstaak kon verlichten. Beide illusies liet ze zich door de realiteit niet afpakken.” Haar totaal tegenovergestelde werkelijkheid was kennelijk te pijnlijk om onder ogen te zien. Dat ze acht jaar meende dat ze via een gebedsgenezeres direct contact had met God en dat Hij haar boodschappen doorgaf over de invulling van haar koningschap was een gevaarlijker illusie, omdat die een grote impact had op haar functioneren als koningin en een grote politieke onrust in Nederland teweegbracht. Ze vervreemdde van haar oudste dochters die partij kozen voor hun vader. Een abdicatie van Juliana ten gunste van Beatrix was in 1956 beslist denkbaar geweest.

Juliana had humor. Bij een van haar jubilea wilde ze een aantal gevangenen amnestie verlenen. Dat ze daartoe constitutioneel niet bevoegd was, wist ze niet. Als het niet kon, dan wilde Juliana ze een taart laten bezorgen. Wiegel zei: “Met daarop in slagroom Nog vele jaren.” Daar kon ze wel om lachen.

Uitgeverij         De Bezige Bij, 2016
Pagina’s           862 inclusief 106 noten, bibliografie, bronnen en dankwoord
ISBN                 978 9023 435 235

Recensie door Han(nah) Kuipers, november 2016

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress