Recensies

‘Klein zwart verhalenboek’ door A.S. Byatt

“….de vallende kunstenaar, die met haar hoofd op zijn borst terechtkwam en haar magere enkels een kort moment over zijn schouders sloeg. Hij greep; zijn armen waren vol licht, vlinderlicht vrouwelijk vlees en botten, verwikkeld in de met goud- en zilverdraad geborduurde kunstzijde en mousseline van haar harembroek en tuniek.”        (Body art, pag 60)

Enkele pagina’s eerder heeft de lezer kennis kunnen maken met dokter Becket van de afdeling Verloskunde. Door bovenstaand fragment gaat het verhaal de andere kant op. Het is één van de kenmerken van de schrijfstijl van A.S.Byatt, die in 2016 tachtig jaar werd en in december de Erasmusprijs krijgt uitgereikt.

Klein zwart verhalenboek bevat vijf lange verhalen, die in 2003 in het Engels verschenen en nu in vertaling beschikbaar zijn. De verhalen zijn beslist zwart, want ze zijn verontrustend, bizar, geheimzinnig, maar altijd elegant en nooit grof. Het alledaagse leven wordt gekleurd door vervreemdende of schokkende gebeurtenissen en kabbelt daarna weer verder.

In ‘Het Ding in het bos‘ zien twee kleine meisjes, evacués, die ingekwartierd zijn in een oud landhuis, een monsterlijk gedrocht, wat hun levens daarna beïnvloedt, maar wat ook weer een bron wordt voor een vertelling.
In ‘Body art‘ wekt een kunstenaar een beroepsgedeformeerde gynaecoloog tegen wil en dank tot het echte leven.
Een stenen vrouw’ is een bijna mythische vertelling over transformatie. Het speelt dan ook gedeeltelijk in IJsland, waar de verhalen in het landschap voor het oprapen liggen.
In ‘Ruw materiaal’ vecht een cursusleider creatief schrijven zonder resultaat tegen de behoefte van zijn cursisten om melodrama te schrijven.
Ik kan het niet laten om te citeren hoe deze Jack Smollett wordt beschreven:
“Hij droeg kabeltruien in olietinten en een vuurrode halsdoek om zijn nek.Vrouwen waren verzot op hem, zoals ze verzot waren op enthousiaste labradors. Bijna allemaal – en zijn cursisten waren voornamelijk vrouwen – hadden ze eerder het verlangen appeltaarten en vleespasteien voor hem te bakken dan wilde nachten met hem te beleven.”    (pag 174)

In een paar zinnen wordt hij neergezet en je ziet hem voor je, stuntelig en wel.
Ik zou nog veel meer passages willen aanhalen, het lijkt me een verrukkelijk boek om voor te lezen, vooral ook omdat de taal zo rijk is, bijna poëzie, naast alledaagse dooddoeners uit de vocabulaire van enkele hoofdfiguren.
A.S. Byatt houdt van opsommingen, of zij nu de natuur beschrijft (wilde planten, vogels, gesteenten) in ‘Het Ding in het bos’ en in ‘Een stenen vrouw’ of de medische apparatuur in de krochten van een ziekenhuis, als een soort rariteitenkabinet in ‘Body art’.

Verhalen kwamen ook al voor in haar romans ‘Obsessie’ en ‘Het boek van de kinderen‘. De verhalen in deze bundel zijn minder sprookjesachtig, maar wel herkenbaar door hun geheimzinnigheid en de beschrijvingen van al dan niet ondergrondse, kille ruimtes, kelders, tunnels, lege huizen, die door argeloze mensen worden betreden, meestal uit nieuwsgierigheid.

Kortom, voor wie houdt van mooie taal, van verhalen vol kunst, van verrassende wendingen, van op het verkeerde been gezet te worden, van folklore en grillige sprookjes is deze verhalenbundel beslist een aanrader.

Uitgeverij                     De Bezige Bij, 2016
Pagina’s                       272
Vertaald                        uit het Engels door Saskia van Lingen  (The little black book of stories)
ISBN                             978 9023 412 472

Recensie door Elsje Smit, november 2016

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress