Recensies

‘Leven tot elke prijs’ door Kristina Sandberg

Leven tot elke prijs (Liv till varje pris) is het derde deel van de zogenaamde “Maj-trilogie” van Kristina Sandberg (1971). Deze trilogie betekende Sandbergs grote literaire doorbraak en met dit derde en afsluitende deel won ze in thuisland Zweden bovendien de prestigieuze Augustprijs (Augustpriset).
Noemenswaardig is dat tot op heden alleen Leven tot elke prijs, dat als het sterkste van de drie delen wordt beschouwd, in een Nederlandse vertaling is verschenen. Hoewel dus verwacht mag worden dat Leven tot elke prijs ook als losstaand boek gelezen kan worden, – en dat is in zekere zin ook wel zo – geven de eerdere delen het verhaal in het algemeen, en het personage Maj in het bijzonder, meer diepgang en krijgt de lezer via die delen bovendien meer begrip voor Maj en haar situatie.

De Maj-trilogie schildert het leven en de gedachtewereld van Maj Berglund, die als 20-jarige ongepland zwanger raakt van de vijftien jaar oudere fabriekszoon Tomas. Ze trouwen – niet uit liefde, maar omdat zij nu eenmaal zijn kind draagt en Tomas niet weg wil lopen voor de consequenties. Voor Maj betekent dit huwelijk een stijging op de sociale ladder: van jonge arbeiders-klassevrouw voor wie werk buiten de deur noodzaak was, tot huisvrouw in een ‘betere’ familie. Opeens moet ze zich aanpassen aan deze nieuwe rol; aan een nieuw leven als echtgenote van, als moeder, als huisvrouw – een routineus leven dat zich grotendeels binnenshuis afspeelt. Bij aanvang van Leven tot elke prijs beheerst Maj dit bestaan als huisvrouw inmiddels tot in de puntjes, maar begint het ogenschijnlijk zorgeloze middenklassebestaan van Tomas en Maj ook steeds meer scheuren te vertonen.

Maj’s wereld is klein. Het beperkt zich tot het huishouden en de zorg voor haar kinderen. Ze wast, bakt, kookt, poetst, boent, zit eigenlijk nooit stil. Maanden van tevoren begint ze met de voorbereidingen voor feestmaaltijden. Ze breekt haar hersenen op wat ze haar gasten zal voorschotelen, op wat ze nu weer voor maaltijd zal verzinnen. Als lezer word je meegezogen in de begrensde wereld van deze middenklasse huisvrouw, in een leven vol huishoudelijke details, geregeerd door twijfels en onzekerheden over wat anderen wel niet van haar zullen denken.

“Ja, wat zal Maj voor lekkers verzinnen? Zou Clary een moeilijke eetster zijn? […] Misschien alleen gevogelte dan. Een voorjaarskip! Dat is feestelijk eten. Knapperig bruin, in de oven gebraden. Smaakvol vleesnat om aan te lengen tot bouillon en dan in te koken tot een dikke roomsaus. Zure komkommersalade – heeft ze het aan de gal kan ze die laten staan – gelei, gebakken krieltjes asperges en warm gerookte marene met in boter gebakken witbrood als voorgerecht? Misschien is kip te… gewoon? Iets wat iedereen in het voorjaar bij een wat chiquer diner verwacht. En veel dekschalen om warm te houden en op tafel te zetten. Morieltjes in witte saus en kalfsgehaktballetjes? Fijne petits pois uit blik. Ja, groene erwten. Volgens Titti geeft dat bijna alles extra kleur en smaak. Maar Maj! Een diner fiks je toch best. Je hebt het nu in te vingers. (p. 35)

In een stijl die aan die van Virginia Woolf – aan wie overigens ook het motto van de roman ontleend is – doet denken, maakt Sandberg de lezer tot in de kleinste details deelgenoot van Maj’s leven, gevoelens en gedachten. De roman wordt gekenmerkt door gedachtestromen vol niet afgemaakte zinnen waarbij een eerste en derde persoon elkaar soms plotsklaps afwisselen en waar dialogen niet direct weergegeven worden, maar als het ware deel van Maj’s gedachten worden.
Af en toe wisselt het perspectief naar Tomas, waarmee mooi wordt geïllustreerd hoe ver Tomas en Maj eigenlijk van elkaar staan, hoe anders ze over dingen denken. Ze doen allebei hun best, maar zijn ook niet in staat om met elkaar over hun problemen te communiceren. Tomas zoekt zijn toevlucht in alcohol, Maj vindt houvast in haar huishouden. Ze verhult hun problemen achter de uiterlijke schijn van een schoon, sfeervol huis, een verzorgd uiterlijk, mooi gedekte tafels en lekker eten. Constant vraagt ze zich af hoe anderen haar zien, wat ze van haar doen en laten zullen denken, en ze doet ook vooral heel erg haar best om het anderen naar de zin te maken, goed te doen in de ogen van anderen; een goede moeder, echtgenote en huisvrouw te zijn. Ze is alsmaar bezig in huis, en wanneer ze zichzelf tijdens het ‘huismoederhalfuurtje’ op de radio eindelijk even rust gunt, pakt ze toch haar haakwerkje er bij en knoopt ze de huishoudtips uit het programma goed in haar oren. Grote, wereldse gebeurtenissen spelen zich voornamelijk in de periferie af, fungeren meer als tijdsmarkering, maar laten bovenal ook goed zien hoe klein en beperkt Maj’s wereld is.

Maj’s leven staat geheel in dienst van haar gezin. Ze is overbeschermend, maar tevens ook ontzettend veeleisend ten opzichte van haar kinderen – vooral dochter Anita lijkt in de ogen van Maj maar weinig goed te kunnen doen. Ze wil het beste voor ze, maar vooral dat wat in haar (beperkte) wereld ‘het beste’ is, en aan haar conservatieve verwachtingen voldoet. Dit komt mooi naar voren in een scene waarin Maj wil dat Anita, die negen maanden zwanger is, de ramen lapt, zodat ze het tegen Kerst, als de baby er is, kan overslaan:

[…] Maj wil alleen maar behulpzaam zijn. Haar bijstaan met kennis.[…] Enigszins schoorvoetend krijgt ze Anita aan het werk. Het is echt geen noemenswaardig karwij als de ramen zo nieuw zijn! Raamlijsten, vensterbanken, knoppen – nergens aangekoekt vuil. En wat een praktische ventilatieluiken! Is ze nu aan het mokken? Haalt luidruchtig adem als ze van de houten stoel afstapt – jullie moeten een keukentrapje aanschaffen – vraag Ola of hij er eentje koopt. […] Maj staat in elk geval onder aan het raam en probeert vlekken te zien die Anita mist. Heb je het zo zwaar, zegt Maj als Anita haar ogen sluit en opnieuw naar adem hapt. Het lijkt enigszins gespeeld. Als de baby er is, is het bijna onmogelijk voor Anita om ramen te lappen. Het is toch fijn voor haar om het gedaan te hebben? […] Een beetje streperig is de ruit wel. (p.443)

Maj is extreem kritisch ten opzichte van anderen, maar zelf is ze ontzettend onzeker en heeft ze een totaal gebrek aan zelfvertrouwen. Op knappe wijze legt Kristina Sandberg in Leven tot elke prijs Maj’s tekortkomingen bloot, maar laat daarnaast zien dat Maj ook slachtoffer is van de situatie waarin ze terechtgekomen is.

Maj heeft erg veel moeite met de veranderde tijd waarin ook meisjes aan de universiteit studeren en het huisvrouwenbestaan geen vanzelfsprekendheid meer is – is haar inzet als huisvrouw dan helemaal niets waard? Vooral wanneer Tomas en Maj door financiële problemen steeds verder van het vertrouwde middenklassebestaan komen te staan en ook Maj weer noodgedwongen buitenshuis aan het werk moet om de eindjes aan elkaar te kunnen blijven knopen, overheerst deze gedachte.

Maar ervaart ze het niet als enigszins beschamend dat de verrichte taken in de stomerij als het nut van haar leven en haar belangrijkste prestatie gelden, terwijl de jaren thuis als een suf intermezzo worden beschouwd? Of heeft de politica Nancy Eriksson iets gemist in haar onderzoek naar de visie van de samenleving op de huisvrouw? Een moeder moet toch nog altijd haar kleintjes verzorgen in het beschermde hoekje van haar thuis, en pas aan het werk gaan als ze wat groter zijn? Zo veel strikken waarin een huisvrouw vast kan komen te zitten. Hoe moet je haar economische waarde berekenen – of is ze louter verlies? (p. 412)

Kristina Sandberg wekt begrip voor Maj’s situatie, voor die van de huisvrouwen uit de tweede helft van de vorige eeuw die zich schikten naar hun situatie en wier harde huishoudelijke werk niet gezien werd, maar als een vanzelfsprekendheid werd beschouwd. Maj’s extreme onzekerheid, haar jaloezie en haar minachting tegenover mensen wier huishouden minder smetvrij is dan dat van haar, maken haar niet direct tot het meest sympathieke personage, maar daar gaat het ook niet om. “Mensen hoeven niet van je te houden, Maj, maar ze moeten je wel de ruimte geven om te bestaan” (p. 23), zegt ook de vertelster op een van de momenten dat deze in het verhaal inbreekt.

Soms werkt Maj op je zenuwen, het aantal bijpersonen dat de revue passeert is veel te hoog waardoor je in de wirwar van namen niet altijd meer weet wie wie is, en de veelvuldige minutieus beschreven huishoudelijke beslommeringen zijn niet altijd even interessant, maar toch blijft Kristina Sandberg boeien en slaagt ze er met Leven tot elke prijs in om een warm en respectvol portret te schetsen van een huisvrouw in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Van een vrouw die zich te midden van alle dramatiek en onzekerheid toch ook gewoon weer de vraag stelt wat voor eten er die avond op tafel moet komen..

Uitgeverij            Nieuw Amsterdam, 2015
Pagina’s              479
Vertaald               uit het Zweeds door Jasper Popma en Wendy Prins (Liv till varje pris)
ISBN                    978 9046 819 159

Recensie door Kyra, april 2016

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress