Recensies

‘Mijn naam is Nadra’ door Elle van Rijn

De zaak Bertha Hertogh is aanleiding geweest voor een van de ergste rellen in Singapore en maakt deel uit van de Maleisische geschiedenis (in die tijd viel Singapore nog onder Maleisie).
Hoe komt het dan dat de naam Bertha Hertogh hier in Nederland (bijna) geen belletje doet rinkelen? Zijn we vergeten hoe een voogdij-strijd om een Nederlands meisje uitmondde in een strijd tussen christenen en moslims én hoe dat breed werd uitgemeten in de internationale pers?

Het is de jaren ’40. Bertha Hertogh groeit op in Java en wordt geadopteerd door een Maleisische vrouw als haar vader gevangen wordt genomen in een Jappenkamp en haar moeder niet meer voor haar kan zorgen. Tot haar dertiende groeit ze op bij deze Maleisische vrouw, Amina, en is ze gelukkig. Ze heeft zich dan al bekeerd tot de Islam, draagt een andere naam “Nadra” en leeft volgens de Indische cultuur. Ze beschouwt Amina als haar moeder en is gelukkig met wat ze heeft. Meerdere keren tijdens haar jeugd denken blanke mensen dat Amina Nadra ontvoerd heeft, maar elke keer zijn de adoptie papieren (een verklaring van haar echte oom Waldi) genoeg om te bewijzen dat het om een legale adoptie gaat. De echte strijd begint na een dansoptreden van haar school waar een Britse consul aanwezig is. Hij merkt haar op en bericht Het Rode Kruis. Dat is het moment dat de strijd begint tussen Amina en Bertha’s ouders. Omdat ze als jong meisje veel wordt afgeschermd, komt ze pas later te weten wat het effect is geweest van de strijd tussen Amina en haar Nederlandse ouders.

In het nawoord schrijft Elle van Rijn dat ze hoopt dat het verhaal van Bertha de lezer net zo raakt als het haar heeft geraakt. En dat doet het zeker. Vanaf de eerste bladzijde trekt Elle van Rijn je mee in Bertha’s verhaal, haar kindertijd in Java en Maleisië en haar volwassen leven in Nederland.

“Ik zette de lege kom naast me neer en rende naar mijn lievelingsboom. Met de behendigheid van een aapje klom ik naar boven. Vogels stoven weg uit hun nesten, eekhoorntjes sprongen angstig over naar een andere boom. ‘Ik doe niks, hoor. Ik bijt niet,’ zei ik met een zachte stem. Maar mijn daadkrachtige klim naar boven leidde desondanks tot instinctief vluchtgedrag. Bovenin, waar de takken steeds dunner werden, liet ik me zacht heen en weer wiegen door de wind en keek ik naar de bewegende wereld onder me. Ik zag hoe de nette wijk waarin wij woonden overging in de kampong, waar mijn oma woonde. Er kringelde rookpluimen omhoog. Over de wegen en paden reden tientallen fietsen. Paarden trokken zware karren voort. Als ik de andere kant uit keek, zag ik de toren van de kerk en daarnaast de koepel van de moskee. Ik hoorde een motor links op de heuvel, autogeronk rechts op de zandweg die langs ons huis liep, en geblaf uit elke richting. Als ik goed had geluisterd, had ik ook de stem van mijn broertje Kees kunnen horen, die beneden aan de boom stond te schreeuwen, maar daar sloot ik mijn oren voor af.”

Als Bertha weer eenmaal terug is in Nederland:

Samen met de politiecommissaris had het comité gedragsregels opgesteld voor mij en mijn ouders. Niemand uitlokken of provoceren. Geen informatie of foto’s lekken naar de pers, ook niet voor geld. Ik wist dat mijn vader behoorlijk wat zou kunnen verdienen door foto’s van mij te verkopen. ‘Jij kost ons alleen maar geld. Het beetje dat we met dit hele gedoe zouden kunnen verdienen, wordt ons niet gegund,’ zei hij weleens tegen mij. Alsof ik er iets aan kon doen dat hij twee banen had, en dat hij alleen maar slecht betaalde baantjes kon krijgen vanwege zijn slechte ogen. ’s Ochtends om vier uur ging hij naar de plaatselijke bakkerij om te helpen en ’s middags verdiende hij nog wat bij op de kazerne als magazijnmedewerker. Een baan die volgens mijn moeder alleen als goedmakertje was bedoeld, na al zijn trouwe dienstjaren bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Mijn vader was een ander man geworden. De oorlog had hem zijn trots afgenomen. Tijdens het werk aan de Birmaspoorweg was hij door vitaminegebrek en uitputting bijna blind geworden. Daarom droeg hij nu een bril met heel dikke glazen, en kon hij de krant alleen lezen als hij er met zijn neus bijna tegenaan kwam. Na de oorlog hadden ze hem meteen naar Nederland gestuurd voor genezing en rust, ondanks het feit dat hij niet terug wilde naar zijn geboorteland. Hij dus ook niet, dacht ik bij mezelf. Hij had ook niet naar Nederland willen gaan!”

Elle van Rijn beschrijft alles uit het oogpunt van Bertha en soms doet het je bijna vergeten dat ze nog zo jong is op het moment dat alles gebeurt. De foto’s die zijn bijgevoegd, halen je weer terug naar de realiteit. Bertha heeft nogal wat meegemaakt in haar jonge (en ook latere) leven. Als volwassen vrouw komt ze erachter waarom ze als 13-jarige zo goed werd bewaakt in Nederland en waarom ze niet mocht terugkeren naar Singapore. Je blijft jezelf als lezer afvragen hoe Bertha’s leven zou zijn gelopen als ze niet terug was gekeerd naar Nederland. Zou ze dan gelukkiger zijn? Hoe kan het dat de autoriteiten haar wens om niet terug te keren niet hebben gehonoreerd? Dat de Britse rechter de mening van dit 13-jarig meisje zo aan de kant heeft geschoven? Uiteraard is dit wel heel kort door de bocht, maar die gedachte komt wel bij me op als ik dit boek lees. Nu, vele decennia later, zou de mening van een puber anders gewaardeerd worden en zou het culturele aspect zeker worden meegenomen.

Na alle media die een beeld vormden van Bertha en haar familie, is dit boek Bertha’s stem die eindelijk haar verhaal vertelt. Elle van Rijn heeft hiervoor gebruik gemaakt van urenlange interviews, boeken en gesprekken met Bertha’s kinderen en nichtje. Ik vind het knap samengevat van Elle van Rijn. Ik kan me voorstellen dat het moeilijk is geweest om alles in één boek neer te schrijven. Wat verwerk je wel en niet in het boek? Laat de 313 pagina’s van het boek je niet afschrikken. Het leest ontzettend makkelijk weg dankzij het beeldende taalgebruik en de vlotte schrijfstijl van Elle van Rijn. Ik weet niet of de kinderen van Nadra het zo zien, maar zelf zie ik “ Mijn naam is Nadra”  als een ode aan het leven van een vrouw die door tragiek getekend was. Ze bleef zelf niet bij de pakken neer zitten, maar werkte hard om iets van haar leven te maken.

Uitgeverij        Ambo Anthos, 2015
Pagina’s          313
ISBN               978 9047 203 773

Recensie door Sereena, augustus 2015

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress