Recensies

‘Rose’ door Rosita Steenbeek

Een familie in oorlogstijd.
Rosita Steenbeek is een bekende Nederlandse schrijfster, die sinds haar debuut in 1994 met De laatste vrouw, dat speelt in Rome en op Sicilië, een twaalftal boeken heeft geschreven. Haar debuut werd in verschillende talen vertaald. Rome is de stad waar ze het grootste deel van het jaar woont. Veel van haar romans en boeken spelen in Italië: Rome, Sicilië, Venetië. Rosita Steenbeek schrijft in romanvorm over ervaringen in haar eigen leven en weet alledaagse gebeurtenissen op literaire wijze te verwoorden.

Ballets Russes uit 2002 was mijn eerste kennismaking met het werk van Rosita Steenbeek en ik ben haar boeken sinds die tijd blijven volgen. Dit boek speelt in Venetië, de stad van schoonheid en verval, van grandeur en laaghartigheid. Met de sfeer van Venetië en de thema’s ontheemding, liefde en dood schreef Rosita Steenbeek een prachtig verhaal, dat me sindsdien is bijgebleven.

In ROSE beschrijft ze het leven van haar grootmoeder van moederskant Rose Lehmkuhl, die werd geboren in 1905, als dochter van een Joodse moeder en een niet-Joodse vader. Na een korte introductie van de schrijfster, wordt het levensverhaal vanuit het perspectief van grootmoeder Rose verteld. De biografische roman begint in 1920. Rose is opgegroeid in Keulen. Ze heeft een grote familie van moederskant, die verspreid over Duitsland woont en werkt. Alle joodse feesten worden gevierd en alle verjaardagen. De familie is hecht. De vader van Rose heeft jong zijn moeder verloren en geniet van de warmte en gezelligheid van de familie van zijn vrouw. Voor de niet-joodse vader worden ook Kerstmis en Pasen gevierd. Rose is bijzonder op haar vader gesteld. Als vader een baan krijgt in Hamburg gaat het gezin een driehoeksruil met hun woning aan, die bij aankomst in Hamburg niet blijkt door te gaan. Vader brengt hen onder in het huis van zijn hospita, een jonge weduwe. In deze situatie knalt het huwelijk van vader en moeder uit elkaar. Moeder en haar twee kinderen, Rose en haar broertje Hans, verhuizen naar Bremen. In de ogen van Rose, is het gedrag van vader is onvergeeflijk en haar diepe afkeer van de man die ze liefhad – wanneer liefde gefrustreerd wordt verandert die in haat- vormt een rode draad in haar leven.

In de jaren 1922- 1929 leren we de familieleden van Gretchen, de moeder van Rose kennen: ooms, tantes, neven en nichten die als Duitse burgers hun levens leiden tijdens de crisis en het interbellum. Er is armoede in Duitsland en politieke onrust. Rose werkt als privésecretaresse. Ze is geïnteresseerd in kunst en cultuur. Ze houdt van gedichten en leest Heine en Hölderlin. Ze bezoekt tenstoonstellingen van Emil Nolde, Paul Klee, Paula Modersohn Becker en Frans Marc. In de zomer is de familie bijeen in Wangeroog, één van de Duitse waddeneilanden waar Onkel Moritz en tante Röschen een hotel hebben.

In 1929 ontmoet Rose een Nederlandse man, dominee Gerhard Hugenholtz, die haar op bijzondere wijze het hof maakt. Het is liefde op het eerste gezicht. Ze besluiten een jaar te wachten, zich dan te verloven en na weer een jaar te trouwen. Rose moet kiezen of ze joods blijft of dat ze hervormd kan worden. Of ze Duitse blijft of Nederlandse wil worden. Ze voert een innerlijke strijd over ‘the things we do for love.’ Het is een cultuurschok als ze aankomt in Ransdorp, de gemeente waar Gerhard dominee is. Gerhard is een zachtaardige man, die gelooft in de goedheid van de mens en door en door vervuld is van zijn geloof. De jaren 1931 tot 1940 zijn jaren van geluk, van hard werken als domineesvrouw, het krijgen van twee kinderen, Hans en Margreeth (de latere moeder van de schrijfster). Het domineesgezin verhuist naar een nieuwe beroeping van Gerhard in Klaaswaal. Grootmoeder Gretchen woont bij hen in. Af en toe gaan Rose en Gretchen naar Duitsland voor bezoek aan familie, die lijden onder het nazisme, de gewelddaden van de bruinhemden en de anti-Joodse maatregelen van het Hitler regime. Familieleden ‘emigreren’ naar Brazilie, New York, Zwitserland en Nederland. Hun bezittingen en hun burgerrechten worden hun afgenomen, het hotel in Wangeroog wordt door de nazi’s gevorderd en onteigend.

De ondertitel van ROSE is Een familie in oorlogstijd. Met de vliegtuigen die bij hen in Klaaswaal overvliegen op 10 mei 1940 begint hun oorlog. Vier dagen later zien ze dat het brandt in Rotterdam; vliegtuigen hebben de stad gebombardeerd en de capitulatie is een feit. Nederland is in oorlog met Duitsland.

Het tweede gedeelte van deze biografische roman gaat over wat de familieleden van Gerhard in Nederland en de familie van Rose in Duitsland in de oorlog overkwam en hoe ze reageerden. Het gezin van Rose en Gerhard leeft in een oorlogssituatie, maar ook in een ingewikkelde persoonlijke situatie. Hun omstandigheden en hoe ze ermee omgaan, maakt de roman bijzonder boeiend: Oma Gretschen is Duits en Joods. Ze wordt beroofd van haar bewegingsvrijheid. Zoon Hans is Duits en half Joods, hij hoeft niet in het Duitse leger. Maar later toch nog weer wel. De dominee is een positieve opgewekte man, een naïeve verzetsheld, die (de kwaliteit) openheid voorop heeft, mooi in vredestijd, maar gevaarlijk in een oorlogssituatie. Hij wordt door de Duitsers opgepakt. Roos is Duitse, half Joods, maar ook Nederlands Hervormd en getrouwd met een Nederlandse dominee. Ze gebruikt haar kwaliteiten, zoals haar bekendheid met de Duitse cultuur en taal in contact met de Duitse officieren die in de pastorie worden ingekwartierd, teneinde de positie van het gezin en de dorpsgemeenschap te verbeteren. We blijven de levens van de familieleden van Gerhard en van alle neven en nichten, ooms en tantes van Rose volgen. Van sommigen tot aan hun dood.

Aan het einde komt Rose te weten hoe het met haar vader is gegaan. Hij blijkt een lange arm gehad te hebben en vanuit zijn positie in Duitsland van invloed geweest te zijn op zijn gezin.

De oorlog vormt de omstandigheden, de oorlog is geen hoofdpersoon in dit boek. De mensen zijn de hoofdpersonen: hun emoties, gedachten, gedragingen en fysieke ervaringen maken dit boek tot een prachtig document over moed en wanhoop in 1940 -1945. De teneur in het domineesgezin is – hoewel dat op de loer zou kunnen liggen- nergens kleinburgerlijk of star-christelijk. Het zijn sympathieke mensen die nadenken over hun omstandigheden en zichzelf. Die het goed bedoelen en ook fouten maken. Die verantwoordelijkheid nemen voor datgene waar ze verantwoordelijk voor zijn. Die trouw zijn aan hun keuzes.

De laatste paar bladzijden van het boek neemt de schrijfster het perspectief weer terug. Ze beschrijft haar herinneringen aan haar grootmoeder, maar betreurt het haar niet uitgevraagd te hebben over haar leven en de levens van haar familieleden. Tenslotte vertelt ze in haar Verantwoording hoe ze de feiten en de menselijke interacties achterhaald heeft.

Schrijfster Rosita Steenbeek heeft haar grootmoeder en haar tijd liefdevol, nauwkeurig en boeiend neergezet. De beelden zijn sfeervol, passend in de tijd. Ze heeft al haar schrijverskwaliteiten ingezet voor haar beste boek tot nu toe.

Dit boek biedt de gelegenheid om de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden. Het is geen geschiedenisboek, het verhaalt de geschiedenis van de mensen die leefden in de geschiedenis.

Opdat wij niet vergeten!

Uitgeverij             Ambo/Anthos, 2015
pagina’s                352
ISBN                     978 9026 326 813

Recensie door Hannah Kuipers, juli 2015

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress