Recensies

‘Het leek stiller dan het was’ door Eva Kelder

Eva Kelder - Het leek stiller‘Ik heb wel eens gelezen,’ schreeuwde ik, ‘dat je nooit iemand kan zijn op je eentje, je staat altijd in verhouding tot de ander. Je bent niet iemand, je wordt iemand via de ander. Mooi. Lelijk. Goed. Slecht.’ Mijn stem brak, door het volume en doordat ik hem van me zag wegglijden, ik zag hem gaan. ‘Zonder jou ben ik niemand, jij maakt mij. Ik ben via jou, begrijp je, alleen door jou, met jou, besta ik’ (p. 239).

Al haar hele leven heeft Seije het gevoel dat ze niet kan voldoen aan de verwachtingen van anderen. Het gevoel nooit goed genoeg te zijn, wordt door een drietal ingrijpende gebeurtenissen in haar jeugd nog eens extra versterkt; alles is in haar ogen haar schuld.
Seije twijfelt constant aan zichzelf en denkt dat ze de liefde en vriendschap van anderen alleen verdient als ze perfect is. Maar ook Seije kan – uiteraard – niet perfect zijn, dus doet ze dat ene waarvan ze zelf weet dat ze er goed in is. “Liegen. Niemand had het door. Ze keken dwars door me heen. Dwars door mijn bleke huid, die zo dun aanvoelde dat ik wel eens vergat da ik een huid had. Die al opensprong bij de lichtste aanraking, waar blauwe plekken op verschenen zonder herinnering aan het obstakel waar ik tegenaan gebotst moest zijn. Ze zagen de leugens niet die ik achter mijn vel verstopte, dicht bij mijn hart, dat altijd bonsde, zelfs in bed met mijn hoofd onder de dekens zoals Teun me had geleerd” (p. 49)

Door middel van leugens probeert ze perfectie te veinzen, maar liegt daarmee misschien nog wel het meest tegen zichzelf. Ze veinst bovendien veel meer dan ze zou ‘hoeven’ – ze excelleert op academisch gebied en bouwt een academische loopbaan op waar menigeen jaloers op zou zijn. Seije is echter niet in staat dit succes in te zien en ziet zichzelf enkel door haar eigen negatieve blik. “To be able to see ourselves as others see us / It would save us from many mistakes / And foolish thoughts”, staat er te lezen in het citaat van de Schotse dichter Robert Burns dat Kelder als motto voor de roman koos.

Seije’s jeugd speelt zich af op Vlieland, waar ze opgroeit bij haar alleenstaande moeder Fenna, een ‘hippie’ van het vasteland die op het eiland neergestreken is. Fenna drinkt veel, gebruikt veel, maar lijkt zich weinig om haar dochter te bekommeren. Een vader is er niet, en zoals over zo veel dingen wordt er ook over hem niet gesproken. De relatie tussen moeder en dochter kenmerkt zich veelal door stiltes en stilzwijgende acceptatie. Seije smeekt echter om aandacht, om Fenna’s aandacht. “We hadden geen hond meer geen enkel huisdier trouwens, nu Drummer dood was. Maar dat was ook nergens voor nodig, een dier in huis. Mijn moeder had mij. En ik kwam maar al te graag bedelen om aandacht, ieders aandacht overigens, want wat schaars is, dat wil je. Het is net als met ijs, of met kroketten” (p. 23-24).

Na haar eindexamen verruilt Seije Vlieland voor een nieuw eiland en vertrekt samen met haar beste (en enige) vriend Teun naar Edinburgh, waar ze aanvankelijk op haar plek lijkt te zijn. Ze blijkt een briljante literatuurstudente en wordt bovendien al snel gevraagd hoofdredacteur van het prestigieuze faculteitsblad te worden – een unicum voor een buitenlandse studente. Haar negatieve gevoelens zitten echter zo diep dat ze zich nog steeds niet los kan maken van het gevoel niet goed genoeg te zijn. Steeds weer streeft ze naar een betere versie van zichzelf, naar perfectie, en hunkert ze naar goedkeuring van anderen.
In Edinburgh ontmoet ze ook de Amerikaan Daniel, met wie ze uiteindelijk Edinburgh zal verlaten voor – jawel, weer een eiland – Manhattan, New York. Het contact met Teun verwatert; hij wordt als het ware ‘vervangen’ door Daniel, een nieuw iemand aan wie ze zich kan vastklampen. Seije stelt haar leven ook steeds meer in dienst van Daniel; ze wil dat hij haar nodig heeft, zij op haar beurt moet alles ‘goed doen’ zodat zij zijn aandacht waard is, het leven waard is. Als Daniel plotseling naar New York zal vertrekken om daar het familiebedrijf over te nemen, zoekt Seije dan ook vooral een aanleiding om alles achter zich te laten en met hem mee te gaan. Ze vindt een ‘excuus’ in niets minder dan een promotieplaats aan Columbia University, maar meer dan dat ze blij is met deze aanstelling an sich, is ze opgelucht hiermee een reden gevonden te hebben om Daniel te volgen.

Wederom ziet alles er vanaf de buitenkant perfect uit’; ze mag promoveren, heeft bij voorbaat al een boekcontract op zak en heeft met Daniel een man aan haar zijde die haar liefheeft en bewondert, maar het gevoel niet te kunnen voldoen aan andermans verwachtingen blijft sluimeren. Ze veinst succes en ze liegt, tegen anderen en tegen zichzelf, tot ze er zelf bijna aan ten onder gaat.

Ik loog over academische inzichten en persoonlijke groei in snelle zinnen, hard op weg naar succes. In zinnen waarvan ik dacht dat hij ze wilde horen. In zinnen, die me deden verlangen naar gewoon, naar normaal, naar eerst en toen. Naar woorden die uitdrukten wat ik wilde zeggen, niets meer en niets minder.
Ik wilde niet meer en beter. Niet groeien en vlammen en knallen, maar verdwijnen. Ik zag maar één uitweg nu ik mezelf gegijzeld hield in een leven dat niet bestond. Ik wilde mezelf onttrekken aan mijn eigen gedachten, alsof ik me wilde ontdoen van mezelf. Ik zocht een plek waar ik geen verantwoording hoefde af te leggen over wie ik was, wat ik dacht. Een plek waar ik bevelen kon opvolgen die niet ingegeven waren door mijzelf, maar door anderen die mij zouden beoordelen op kwaliteiten waar ik zelf geen waarde aan hechtte, zodat het minder erg was als ik faalde. Ik zou van nut zijn, bruikbaar, dienstig van hand tot hand gaan” (p. 222-223).

Ze wil verdwijnen, vlucht keer op keer voor zichzelf, laat alles achter en kijkt eigenlijk nooit achterom. Met elke verhuizing wordt ook de afstand tot Fenna groter, zowel letterlijk als figuurlijk. Maar ook in deze roman blijkt het uiteindelijk onmogelijk om je helemaal van je verleden los te maken.

Eva Kelder schildert in Het leek stiller dan het was op mooie wijze het contrast tussen hoe dingen lijken en hoe ze zijn, tussen hoe een leven er van de buitenkant uitziet en hoe het ‘is’ of voelt. Soms ligt de symboliek er wat te dicht bovenop of draaft Eva Kelder een beetje door in haar – over het algemeen erg geslaagde – beeldende, zintuiglijke beschrijvingen en dreigt ze te vervallen in clichés, maar dat is slechts een kleine smet op dit mooie debuut. Want Het leek stiller dan het was is over het geheel gezien een prachtig geschreven en verfijnde roman over de worstelingen van een jonge vrouw met haar identiteit en het streven naar perfectie. Een debuut dat nieuwsgierig maakt naar meer.

Uitgeverij          Meulenhoff, 2014
Pagina’s             288
ISBN                  978 9029 089 005

Recensie door: Kyra, april 2015

 

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress