Recensies

‘Als padden schreeuwen’ door Lieneke Dijkzeul

Lieneke Dijkzeul - Als padden schreeuwenLieneke Dijkzeul begon in 1987 met het schrijven van verhalen voor jeugdbladen als Okki, Taptoe, Donald Duck en Bobo. Vanaf 1990 schreef ze jeugdboeken, die nog te bestellen zijn bij Uitgeverij Lemniscaat. In 2013 verscheen haar deels autobiografische roman Achterstallig geluk over een moeizame moeder-dochterrelatie in een rooms-katholiek milieu.

Vanaf 2007 schrijft ze literaire thrillers, met in de hoofdrol Inspecteur Vegter. Als padden schreeuwen is de zesde in de reeks. Haar thrillers lezen vlot en gemakkelijk. Ze heeft een heldere beeldende stijl en de plots zijn kloppend. Ze beschrijft meerdere verhaallijnen. Alle thrillers in de reeks kunnen los gelezen worden.

In Als padden schreeuwen is Inspecteur Paul Vegter al weer enige jaren weduwnaar. Hij heeft inmiddels een relatie met zijn naaste collega Renée, wat niet wil zeggen dat hij een vrolijke man is geworden. Hij is een beetje een zeurpiet, waarbij vooral roken of niet-roken een van zijn geliefde onderwerpen is. Zijn andere collega, inspecteur Sjoerd Talsma is aan het begin van het boek net zijn vrouw verloren; het verlies is vers en zijn rouw moet nog vorm krijgen, waardoor er in de hoofdstukken waarin hij optreedt een sombere sfeer rondwaart. Renée is na haar angstaanvallen in eerdere thrillers uit de reeks, weer helemaal haar positieve zelf, maar naar de kinderen van Vegter toe nogal betweterig over hun vader en hun overleden moeder. Dit soort gedrag is van het type ‘spruitjes en ellendelapjes’, het Hollandse burgergedrag van wegstoppen, zeuren, lijden, verhullen, openbreken en dan doodpraten.

De situatie die het politieteam moet onderzoeken en oplossen, behelst terugkerende aanvallen van een groepje potenrammers in de uitgaansbuurt voor homofielen en een verdwijning van twee broers die een schildersbedrijf hebben en niet zijn aangekomen op hun werkadres en ’s avonds niet naar huis zijn teruggekeerd.

Ondertussen heeft zich een nieuwe verhaallijn ontvouwd. Charlotte van den Broecke ligt onderkoeld, van pijn af en toe bewusteloos en verward, in haar badkamer, daar ze bij het uitstappen uit het bad is uitgegleden en akelig terecht is gekomen. Al hallucinerend vertelt ze over haar leven; over haar kinderjaren, het verdwijnen van haar moeder, haar ongezonde relatie met haar vader, en over buurjongen Frederik, nu een buurman van haar leeftijd, die voornamelijk in Frankrijk woont. Langzamerhand wordt duidelijk dat haar leven fysiek, psychisch, sociaal en moreel ernstig in verval is. Na haar val slaat de psychische verloedering genadeloos toe en neemt ze op wrede manier wraak op mensen die haar onrecht hebben aangedaan.

In Als de padden schreeuwen zijn de personages niet erg interessant, zelfs bij het onbeduidende af, zijn de dialogen langdradig en is het politieteam -professioneel en privé – burgerlijk saai.

De hersenspinsels, herinneringen, lichamelijke sensaties en wraakgevoelens van mevrouw Charlotte van den Broecke duren behoorlijk lang. De functie van Frederik is – behalve het gebruik van zijn huis – een vraagteken.

De dialogen van de heren schilders bestrijken vele pagina’s, terwijl ze niet meer te vertellen hebben, dan hoe het lichamelijk met ze gaat. Dat is op de eerste pagina al duidelijk: miserabel. Hun bekentenissen aan het eind zijn nogal cliché.

Zou het niet tijd worden voor een nieuwe generatie politie-inspecteurs in de reeks? De huidige populatie politiemensen is niet bijzonder aantrekkelijk om over te lezen. Wellicht is de jonge Vening, die in Als padden schreeuwen de oplossende observatie doet, een politieman om mee door te gaan in thriller nummer zeven? Hoewel hij ook niet echt swingt in zijn eenpersoonsbedje in zijn slaapkamertje in zijn ouderlijk huis.

Lieneke Dijkzeul heeft zeer kundig alle verhaallijnen verbonden. Ze hebben met elkaar te maken en ook de titel heeft een functie, want op diverse plekken wordt er flink geschreeuwd als die padden in de titel.

Wat mij stoorde was het ontbreken van enig perspectief. Nergens een lichtpuntje in het bestaan van de personages. Een en al somberheid. Dat bracht mij ertoe de deels autobiografische roman Achterstallig geluk (2013) van de schrijfster te herlezen. Ik vond dat in 2013 een goed verhaal en ik hoopte te kunnen begrijpen wat iemand beweegt alleen de diepste ellende van het menselijk bestaan te beschrijven in een thriller, een genre dat toch voor een deel bedoeld is om te amuseren.

In dit boek bezoekt een dochter (geen naam) het huis van haar overleden moeder. Ze is door haar jeugd verbitterd en koestert grote wrok naar haar moeder. Die moeder had drie kinderen uit een op scheiding uitgelopen huwelijk. De vierde dochter, de ik-personage, werd zes jaar na haar halfzuster geboren, verwekt door een voor haar onbekende vader, die geen kinderen wilde en voor haar geboorte al verdween. De schande over zowel de scheiding als over de ongehuwde zwanger-schap is in de kleine plaats waar het gezin woont groot en aanleiding tot kwetsende uitspraken. Het kind voelt zich thuis én daarbuiten een buitenstaander zonder bestaansrecht, hetgeen op de lagere school door nonnen met ongekend sadistische trekken regelmatig wordt onderstreept. Het gezin leeft jarenlang in armoede en is grotendeels afhankelijk van kerkelijke en particuliere liefdadigheid. Uit haar gedachten voor en tijdens het overlijden van de moeder blijkt de onverminderde afschuw van de dochter voor de moeder. Pas als ze na de dood het huis van moeder bezoekt en opruimt, is er een positieve kentering. Ze vangt in haar herinnering een glimp op van het twaalfjarige meisje dat een ogenblik van triomf beleefde door zonder vrees op de meest denigrerende non te reageren: ‘Eén moment voelde ze dat ze er mocht zijn.’

Op de volgende bladzijde is dat gevoel al weer weg ‘door de maalstroom van gebeurtenissen en ervaringen.’

Aan het eind van het boek gaan haar volwassen gedachten naar ‘Kun je jezelf herscheppen? Zou ze kunnen worden wie ze was?’ En ze neemt zich voor niet langer gebruik te maken van haar slachtofferschap. De kentering zet door. Somber? Ja. Verbitterd? Ja. Maar wel één lichtpuntje met perspectief voor de toekomst. Ze wil de verbittering loslaten, door te leren haar slachtoffergedrag los te laten.

Lieneke Dijkzeul is dus wel bekend met lichtpuntjes en perspectief. Helaas niet in deel 6 van de Vegter serie. Jammer.

Als padden schreeuwen                                                                                                     
Uitgeverij        Ambo/Anthos, 2014                                                                                
pagina’s           271
ISBN                978 9026 328 916

Achterstallig geluk                                                                                                                      
Uitgeverij        Anthos, 2013
pagina’s           234
ISBN                978 9041 423 764

recensie door Hannah Kuipers, januari 20115

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress