Recensies

‘De helft van mijn ziel’ door Violet Leroy

De helft van mijn zielDe Canadese schrijver Yann Martel (wereldberoemd door zijn boek Het leven van Pi, Booker Prize 2002) zegt in Beatrice en Vergilius (2010): ‘Als de geschiedenis zich niet omzet in verhalen zal die geschiedenis voor iedereen verdwijnen, behalve voor de historicus.  Kunst is de koffer van de geschiedenis en draagt in zich de essentie ervan, kunst is de levensboei van de geschiedenis, kunst is het zaad, het geheugen en het vaccin.’ Hij zegt dat als de gebeurtenissen weg zijn, de geschiedenis niet blijft leven. Hij nodigt schrijvers en beeldende kunstenaars uit, gebeurtenissen uit de geschiedenis te gebruiken als thema’s voor hun werken. Zijn Beatrice en Vergilius, waarvan het onderwerp de Holocaust is, is zo’n voorbeeld van verhalende geschiedenis. Verhalen houden geschiedenis levend. Geschiedenisboeken kunnen dat niet.

Ook thrillerschrijfster Violet Leroy verstaat de kunst van het vertellen van verhalen uit de geschiedenis. Haar thrillers zijn een mengeling van geschiedenis en fictieve gebeurtenissen. In haar eerste boek Tot de Bodem speelt de raadselachtige dood van ex-Rolling Stone Brian Jones een cruciale rol, in Medelijden met de duivel vormen gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog de gruwelijke achtergrond en vertelt de schrijfster eveneens het verhaal van de Herald of Free Enterprise, de veerpont die bij de kust van België kapseisde.

In haar zojuist verschenen thriller De helft van mijn ziel draait het verhaal om twee jongens die getuige waren van de moorden op filmster Sharon Tate, de zwangere vrouw van filmer Roman Polanski en haar gezelschap, 1969 in Los Angeles, door sekteleider Charles Manson en enkele van zijn sekteleden.
De Helft van mijn ziel is de derde thriller van deze Nederlandse schrijfster en de tweede met het Amsterdamse rechercheteam van Hofman, Dortlandt en Marie Schut. De thriller is los (als stand-alone) te lezen.

Het Amsterdamse rechercheteam van Hofman komt in actie na de dood van een middelbare scholier. De jongen is van het dak gesprongen of geduwd. Dit is de aangrijpende ouverture tot één van de thema’s: zijn ouders in staat om hun kinderen te beschermen tegen alle gevaren die in het kinderleven op de loer liggen?
Alle drie leden van het rechercheteam worstelen met vragen rond het hebben van kinderen. Hofman heeft met zijn vriendin een tweeling van drie jaar, Dortlandt heeft een LAT-relatie met zijn vriend en een kinderwens en Marie Schut, die met haar man op een woonboot in de Jordaan woont, heeft een dochtertje van twee.

De titel De helft van mijn ziel verwijst naar een uitspraak van de dichter Horatius over zijn vriend, de dichter Vergilius. Hij noemt hem zijn ‘Animae dimidium meae’, de helft van mijn ziel. Horatius geeft daarmee zijn intense gevoelens van vriendschap voor Vergilius weer. Het is inspecteur Hofman die de uitdrukking gebruikt over zijn vriendschap met zijn collega-inspecteur Dortlandt, waarmee hij sinds de brugklas bevriend is. Hofman en Dortlandt hebben daarna allebei op het gymnasium gezeten en ze houden ervan om latijnse uitspraken te doen: soms serieus, soms grappig bedoeld als potjeslatijn. Hofman is een gesloten man uit een familie van juristen en medici en gedraagt zich regelmatig als een korpsbal; een houding die afstoot, hoewel hij eigenlijk een weldenkende, sympathieke man is. Dortlandt is een joodse homo die kinderen wil en op het punt staat van baan te veranderen.

De ondertitel ‘Een verhaal van vriendschap en vergelding’ is het tweede thema. De twee jongens die in 1969 getuige waren van de moord op Sharon Tate en haar gezelschap zijn inmiddels zestigers, keurige succesvolle burgers en nog altijd bevriend. Hun vriendschap heeft zich ontwikkeld naar liefde, van liefde naar haat en van haat naar vergelding. Haat is gefrustreerde liefde, en vergelding is de ultieme uiting van verzengende haat, helaas met dezelfde intensiteit als de oorspronkelijke liefde ooit had.

Wat hebben een meisje dat bedreigd wordt in het Vondelpark, een jongen die zelfmoord pleegt en Guus, een jongen die spoorloos verdwijnt, te maken met die verschrikkelijke gebeurtenis in 1969?
Gaandeweg het verhaal blijkt dat inspecteur Hofman, zonder dat hij het wist, getuige is geweest van de verdwijning van Guus. Die verdwijning confronteert hem met zijn eigen verleden. Toen hij elf jaar was voltrok zich in zijn gezin van herkomst een traumatische gebeurtenis, die een leegte achterliet in het leven van Hofman en zijn ouders. Ze spreken er nooit over, maar zijn er ook nooit overheen gekomen.

De thema’s zijn door het hele boek op allerlei niveau’s uitgewerkt. Dat geeft het boek een aantrekkelijke gelaagdheid, waar de spanning enerzijds diep gaat, anderzijds luchtig is. Behalve door Amsterdam, voert het boek de lezer ook naar New York, waar een Amerikaans rechercheur nog altijd verbeten bezig is de raadsels rond de dood van Sharon Tate op te lossen.  De gedichten van Guus zijn hartverscheurend ontroerend en uitzonderlijk grappig.

Violet Leroy is een thrillerschrijfster, die (nog) niet algemeen bekend is, maar wie haar boeken leest, is onmiddellijk fan. Zodra je eraan begint, wil je doorlezen en weten hoe het zit. Haar boeken veronderstellen van de lezer oplettendheid, ze zijn niet alledaags, er zijn meerdere verhaallijnen, de plots zijn tot het eind toe verrassend, mede door de mix van geschiedenisfeiten en (hedendaagse) fictie. De verhalen zijn bijzonder realistisch, juist omdat het ‘nu’ in elk boek verbonden is met historische gebeurtenissen. De personages zijn echte mensen met hun goede en verkeerde kanten. Hun ontwikkeling is boeiend om te volgen. Het zijn mensen uit de betere milieu’s, goed opgeleid, intelligent, middenin het leven, worstelend met de vragen die de huidige tijd aan de mens stelt, soms tot het uiterste getergd de grens van goed en kwaad overschrijdend, een grens die onwaarschijnlijk dun is. De meeste mensen willen wel het goede, maar door frustratie, angst, woede, onmacht, verdriet, ambitie doen ze vaak het slechte. Zelfs Hofman, die bereid is zijn baan te riskeren om een kinderleven te redden, blijkt niet alleen maar een held.
Violet Leroy schrijft haar psychologische thrillers met vaart en humor, en er zijn ontroerende scènes die tranentrekkend zijn. Ze weet de spanning goed op te voeren en is een meester in het mixen van feiten en fictie, die beide geloofwaardig zijn. Leroy doet nauwkeurig research. Wat je ervan opsteekt, is historisch juist.

De Helft van mijn ziel doet denken aan A.F.Th. van der Heijdens’ Het Schervengericht (2007). Hierin beschrijft A.F.Th., uiterst gedetailleerd, de fictieve ontmoeting in de gevangenis, van de echtgenoot van de vermoorde Sharon Tate, Roman Polanski, met sektekleider Charles Manson. Een mengeling van feiten en fictie, net als in de thriller van Leroy, die echter koos voor een misdaadverhaal met vaart. Uiteindelijk draait het in beide boeken, in de roman van A.F.Th. en in de thriller van Leroy, uit op vergelding.

Voor wie nog nooit had gehoord van de gruwelijke gebeurtenissen rond de dood van Sharon Tate, zal door deze verhalen die geschiedenis nooit vergeten.  Ze leggen de geschiedenis blijvend vast in het geheugen van de lezer.
Eerdere titels van Violet Leroy: Medelijden met de Duivel (2011) en Tot de Bodem (2008).                  www.violetleroy.nl  www.uitgeverijlink.nl

Uitgeverij           Link bv, juni 2014
Pagina’s               320
ISBN                     978 9462 321 878

recensie door Hannah Kuipers, mei 2014

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress