Recensies

‘De ochtend valt’ door Manon Uphoff

De ochtend valtDe ochtend valt is een novelle van amper 60 pagina’s, een klein verhaal met veel witregels, verteld vanuit het perspectief van Michael, die op een nacht getuige is van een ruzie tussen zijn ouders. De novelle speelt zich af in het Engeland van eind jaren zestig, maar tijd en locatie zijn binnen dit verhaal eigenlijk niet echt van belang; het verhaal speelt zich bijna geheel binnenshuis af. De sfeer is beklemmend, bijna claustrofobisch, en naargeestig.

Meteen al op de tweede pagina van de novelle:
“(Mijn vader doodde mijn moeder.)
Hoe weet ik dat? Ik heb het gezien.
Het was op een maandag.
Haar hoofd in een plas met donker bloed.” (p. 8)

Tussen haakjes vermeld, alsof het een onbeduidende, niet echt ter zake doende registratie is. Op vergelijkbare wijze laat Manon Uphoff haar protagonist veelvuldig in korte bewoordingen en op bijna onverschillige wijze uitspraken doen over de situatie binnen het gezin.

‘Mah’ rommelt in de keukenla en zoekt een mesje – een alledaags tafereel dat een naargeestige bijsmaak krijgt met de gedachte aan een eerder beschreven scene waarin ze, zittend aan de ontbijttafel, “tussen de broodjes en beschuitjes met aardbeienjam door”, de binnenkant van haar armen bewerkt met een scheermesje.

Op slimme wijze maakt Uphoff gebruik van witregels. Er wordt heel erg veel niet gezegd, en dat wat er gezegd wordt, is vaak erg suggestief. Er wordt onder andere gehint aan incest, misbruik en verwaarlozing, maar dit wordt op een zodanige manier gedaan dat de lezer zelf nog veel moet invullen. Dat er problemen zijn en de dingen binnen dit gezin niet gaan zoals ze behoren te gaan is zonneklaar, maar wat er precis gaande is (en wie waar schuldig aan is), wordt grotendeels in het ongewisse gelaten.
Dit geldt ook voor de gebeurtenis tijdens die bewuste maandagnacht.

De volgende ochtend is ‘mah’ opeens verdwenen. ‘Pah’ zegt dat Mah is weggegaan, dat ze wel in zal zien dat ze fout zat en terug zal komen. Hij laat niet veel los, zegt dat er problemen zijn. Wel wekken zijn woorden de suggestie dat ze nog leeft. Wat gebeurde er echt – liegt ‘pah’, of heeft Michael het verkeerd gezien of zich allemaal maar ingebeeld?

Het verhaal wordt geheel vanuit het perspectief van Michael verteld, dus we krijgen alleen zijn visie te zien. Wat is fantasie, wat is werkelijkheid?
Ook in Michaels eigen woorden klinkt twijfel door over wat er die oktobernacht daadwerkelijk gebeurde:
Die nacht loop ik op blote voeten naar het raam, ik denk dat ik kan zien hoe pah mijn mah naar buiten sleept” (p. 11). Niet ik zie, maar ik denk dat ik kan zien. En even later, over het briefje dat ze de volgende dag op de keukentafel vinden: “Het is haar handschrift, dus het is haar briefje (het lijkt echt op het handschrift van mah)” (p.19).

In het begin wordt er nog veel over ‘mah’ gesproken en is haar afwezigheid duidelijk merkbaar binnen het gezin.
“Ik herinner me dat we naar de bushalte liepen, Glenn en ik en Natalee, en dat ze de verkeerde kleren droegen, shirts die niet pasten bij hun broeken” (p. 16)
– een klein zinnetje waarin de afwezigheid van een moeder op indirecte wijze sterk naar voren komt.
Michael neemt als oudste kind de zogenaamde taken van ‘mah’ over, hij maakt schoon, doet de was, draagt zorg voor “het gedoe rond het koken” en “de handelingen rond slapen, rust, hygiëne en regelmaat en ‘persoonlijke verzorging’ “. De verhoudingen binnen het gezin veranderen, worden aangepast aan de nieuwe situatie. Na een tijdje nemen ook de vragen af.
Glenn en Natalee drukken amper een verlangen of behoefte aan mah uit, alsof ze haar minder missen dan de rol die ze had vervuld waarvan ik de taken nu op me neem […]” (p. 38).
Ook ‘pah’ raakt in zekere zin steeds meer buiten beeld en de kinderen lijken grotendeels op zichzelf aangewezen, met alle gevolgen en nieuwe rollen/ machtsverhoudingen binnen het gezin van dien..

De overduidelijke spraaktaal (zoals “Tizzer”, “maggik” en “[Glenn] heb zezelf bezeerd en zo”) is ietwat storend en steekt wat af tegen de rest van het verhaal, maar al met al is Als de ochtend valt een mooi verhaal waarin Manon Uphoff laat zien hoeveel je kunt vertellen met weinig woorden. Een van de sterkste punten is dat er ook heel veel niet gezegd wordt, en dat Uphoff daarmee (gelukkig) niet in een cliché-climax vervalt. Dit alles maakt Als de ochtend valt tot een mooie novelle die je met een unheimisch gevoel achterlaat.

Uitgeverij              De Bezige Bij, 2012
Pagina’s                  62
ISBN                        978 9023 463 115

 Recensie door: Kyra, mei 2014

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress