Recensies

‘Coupé N˚ 6’ door Rosa Liksom

Rosa Liksom - Coupe nr 6Zij is een Finse studente, hij een Russische metaalarbeider. Samen delen ze een coupé in de Transsiberië Express en zijn dientengevolge gedurende de hele reis aan elkaars gezelschap overgeleverd. Terwijl Sjostakovitsj en Tsjaikovski door de luidsprekers klinken, brengt de trein ze van Moskou naar Ulaanbaatar, de hoofdstad van Mongolië.

In de Nederlandse vertaling draagt deze jonge vrouw de naam Anna, in het Finse origineel blijft ze naamloos. Haar mannelijke reisgenoot (die overigens in zowel het origineel als in de Nederlandse vertaling wel een voor- en achternaam draagt) wordt bijna altijd omschreven als ‘de man’ – meer dan wie deze mensen daadwerkelijk zijn, wil Liksom duidelijk maken dat ze uit twee totaal verschillende werelden komen.

Hij slaat het ene glas wodka na het andere achterover, vertelt verhalen over vroeger, valt Anna lastig met aanstootgevende praatjes, spuugt op grond en provoceert. Maar ook deelt hij zijn eten met haar, drinken ze samen thee en biedt hij haar in nuchtere toestand zijn excuses aan voor zijn grove dronkenmanspraatjes.

Anna kan de man niet uitstaan en probeert tevergeefs van coupé te wisselen (gefrustreerd door de aanstootgevende praatjes van de man kiepert ze bovendien een flesje nagellakremover leeg in zijn wodkaglas, maar zijn maag is echter zo bestand tegen alcohol dat hij – zoals het een echte Rus behoort – zijn glas zonder ook maar iets te merken achteroverslaat), maar tegelijkertijd voelt ze zich ook bij hem op haar gemak – de treincoupé die ze delen is als een veilige haven in de angstaanjagende en troosteloze wereld waar de trein doorheen raast.

Hij praat en drinkt aan een stuk door, zij zwijgt, kijkt en herinnert. Ze registreert de omgeving en laat haar gedachten afdwalen naar het verleden. Het is vooral daar, in het verleden, waar er dingen gebeuren; in de verhalen van de man over het Rusland uit zijn jeugd, in Anna’s herinneringen aan Moskou en een gecompliceerde liefdestriangel. Jammer is dat de lezer slechts flarden van Anna’s verhaal meekrijgt en dat haar personage wat ongrijpbaar blijft, want datgene wat er prijsgegeven wordt, maakt nieuwsgierig naar meer..

Coupé N˚ 6 wordt echter niet gedragen door het plot of door de personages, maar veel meer door de gedetailleerde, zintuiglijke beschrijvingen van landschappen, steden en mensen. Liksoms roman staat vol met mooie, beeldende beschrijvingen van een land in verval. Het beeld dat geschetst wordt van de wereld buiten de trein is grauw en troosteloos, bijna dystopisch. Desolate steden en dorpen, armoede, opvallend veel gewonde of kreupele dieren, brandende gebouwen, verongelukte auto’s, bloedvlekken in de sneeuw, een krant vol berichten over ongelukken, dood en verderf. We schrijven 1986 – het einde van het Sovjettijdperk is nabij.

 “In de verte verdwijnt Chabarovsk, verdwijnen de rookpluimen uit de vensterloze fabrieken, de door de lente ontdooide verontreinigde wolken. In de verte verdwijnt Chabarovsk, het Parijs van Siberië, met zijn door de tijd gepatineerde ornamenten op de stenen gebouwen. In de verte verdwijnt het door zware industrie en olieraffinaderijen vermoorde land, de zware, door achtergelaten verrotte staalbetonplaten omgeven stad […] in de verte verdwijnt het op instorten staande, uit Chinees staal opgetrokken stedelijke kombinat en de stinkende visconservenfabriek. In de verte verdwijnt Chabarovsk, een mooie, slecht verlichte stad, een vermoeid land. Dit hoort nog bij Chabarovsk: een verlaten industriestreek, een aangelegd dennenbos, een doodgeboren, nog in aanbouw zijnde woonwijk, een ziek, verontreinigd bos […] Dit hoort niet langer bij Chabarovsk. De trein rijdt. Een onder het gewicht va de sneeuw ingestort huis […] De trein duikt de natuur in, dendert door het besneeuwde, verlaten landschap. Alles is in beweging, sneeuw, water, lucht, bomen, wolken, wind, steden, dorpen, mensen en gedachten. “(Citaat 163-164)

Rosa Liksoms beschrijvingen van de steden die de trein passeren, volgen steeds hetzelfde stramien. De woorden “in de verte verdwijnt” / “in de verte verdwijnen” / “Dit hoort nog bij XX” / “Dit hoort niet langer bij XX” / “Alles is in beweging: sneeuw, water, lucht, bomen, wolken, wind, steden, dorpen, mensen en gedachten” komen keer op keer terug. Het is mooi gedaan, maar door de vele herhaling komt het net wat te geforceerd over. Bovendien schotelt Rosa Liksom de lezer zoveel indrukken voor, dat het op een gegeven moment een beetje te veel van het goede kan worden – wellicht was het interessanter geweest als ze iets minder aandacht aan al deze minutieuze details had besteed, en bijvoorbeeld iets meer aan Anna’s personage. Toch wordt het gelukkig nooit echt saai, en zijn ook de vele (vooral indirecte) verwijzingen naar de Russische literatuur noemenswaardig.

Uitgeverij        Podium, 2012
Pagina’s            160
Vertaald           uit het Fins door Annemarie Raas
(oorspronkelijke titel Hytti nro 6)
ISBN:                978 9057 595 394

 

Recensie door: Kyra, maart 2014

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress