Recensies

‘Het smalle pad van de liefde’ door Vonne van der Meer

Vonne vd Meer - Smalle pad van de liefdeWanneer ik aan Vonne van der Meer denk, denk ik als eerste aan een serie boeken, ‘Eilandgasten‘ was de eerste, die zich afspelen op Vlieland. Je loopt de korte periode van een vakantie mee in het bestaan van levensechte mensen, met al hun mooie en minder mooie kanten. Vonne van der Meer zet het zorgvuldig neer. In ogenschijnlijk eenvoudige zinnen maak je kennis met de personages en het landschap waar de personages zich in bevinden.

Nieuwsgierig naar haar laatste boek ‘Het smalle pad van de liefde’ werd ik door het interview dat Wim Brands in het televisieprogramma ‘Boeken’ met haar hield. Hierin werd het boek bondig samengevat met de woorden; een boek over een onmogelijke liefde en het ontwaken van een religieus bewustzijn.

In het gesprek reist de vraag waarom er binnen de hedendaagse literatuur niet meer over geloof, of de nieuwsgierigheid ernaar wordt geschreven terwijl er wel literatuur is over afstand nemen van het geloof. De conclusie is dat veel schrijvers niets met het onderwerp hebben, en dat er een schroom is om over te schrijven, mede door de kritiek. Ook Vonne van der Meers keuze voor de Katholieke kerk, twintig jaar geleden kwam ter sprake.

In ‘Het smalle pad van de liefde leren we twee koppels kennen, allereerst Floris en Françoise.

De elf maanden oude Björn, zoon van Floris en Françoise Vrijbloed, broertje van Lucie en Dédé, was op slag dood. Zinloos de gruwelijke details te beschrijven. Kijk niet om, als de vrouw van Lot naar haar brandende stad. Het staren naar ongeluk dat we niet hebben kunnen verhelpen, zal ons afstompen.”

Vierenhalfjaar later, Floris en Françoise zijn inmiddels in de Auvergne gaan wonen, bezoeken zij een bruiloft in Amsterdam waar zij May en Pieter ontmoeten. Er ontstaat een vriendschap tussen beide koppels. Vanaf dat moment brengen May en Pieter met hun kinderen de zomervakanties door bij Floris en Françoise. Belangrijk aan deze vriendschap is, dat het een vriendschap van ná het ongeluk is.

In het eerste deel van het boek, want voor mij valt bij lezing het boek uiteen in twee delen, maakt de lezer, soms door de ogen van een wat dwingende alwetende verteller, een zomervakantie mee. De onmogelijke liefde krijgt hier vorm.

Toch hing er als de twee paren in elkaars gezelschap waren iets verliefderigs in de lucht. Net genoeg om hun het gevoel te geven dat gevieren aantrekkelijker waren, grappiger en leniger van geest waren dan als paar. He was nooit uitgesproken, maar daarom niet minder waar: ze voedden, ja, ze inspireerden elkaar. Met zijn vieren, al dan niet omringt door kinderen waren ze op hun best. En deden ze misschien ook meer hun best.”

Tijdens deze vakantie bouwen de kinderen een kapel in de tuin. De aanvoerster is Dédé, ze wil een plek om haar broertje Björn te herinneren. Bij de opening van de kapel wil Dédé iets tegen Björn zeggen; “Ik wil iets voor hem bidden, of zo… Alleen ik weet niks.” De volwassenen blijven even stil.

Ineens herinnerde May zich een verhaal dat iemand op school haar verteld had, over een gelovige die tegen zijn rabbi zei: Ik weet niet hoe ik moet bidden, elke keer als ik wil bidden, wordt mijn hoofd een zeef. En de rabbi antwoordde: Dan zeg je gewoon het alfabet op, de Eeuwige weet allang wat je wil zeggen en zet de letters in de juiste volgorde.”

Het verloop van de vakantie, met een focus op May, laat zich lezen in de vertrouwde sfeer die bekend is van Vonne van der Meer.

In wat ik als het tweede deel van het boek ervaar, is de zomervakantie ten einde gekomen en moet iedereen de draad van het eigen leven weer oppakken. De één met gevoelens van schuld, een ander in onwetendheid. Het lijkt zowel de schuldvraag als hoe Floris en Françoise met hun gezin omgaan met de dood, die de zoektocht van May naar gebed, gehoor en geloof in werking zet.

Soms kostte het haar veel moeite iets te doen of te laten voor een ander en dan trok ze zich even terug, in een kamer of in zichzelf. Dan deed ze haar ogen dicht en haalde diep adem. Stamelde een vraag, vroeg om kracht bij wat ze wilde maar nog niet op kon brengen, in onaffe zinnen, losse woorden. God maakt er volgens de rabbi uit de legende wel een samenhangende zin van.”

De zoektocht van May gaat in snel tempo, zij stelt zich innerlijke vragen, onderzoekt het gebed, heeft gesprekken met een collega, Heleen, een non die haar over haar eigen geloofsbeleving vertelt, haar literatuur aanbiedt, maar haar tevens aanraadt om het pad rustig te bewandelen. Ook de confrontatie en twijfel komen aan bod.

Het bidden was een tweede natuur geworden zo vanzelfsprekend dat ze nu ook haar handen vouwde en naar het raam keek, waar achter het witte rolgordijn twee spijlen een kruis vormden. Als bij de overburen nog licht brandde, schemerde het kruis door het rolgordijn heen. In stilte zei ze het Onze vader, maar algauw legde ze haar handen naast haar lichaam. De woorden in haar hoofd klonken geforceerd, bedacht. Het was alsof ze iemand na-aapte.”

‘Het ontwaken van het religieus bewustzijn’ gaat in het tweede deel van het boek wel in een razend tempo, daardoor voelt het soms wat uit balans. Het is alsof de auteur ineens nog veel meer wilde vertellen dan zij van te voren bedacht had. Ik ben benieuwd of religie een terugkerend thema wordt in het werk van Vonne van der Meer, ik wil het zeker volgen.

Uitgeverij          Atlas Contact, september 2013
Pagina’s             218
ISBN                   978 9025 441 234

Boekbespreking van Katja Berkenbosch, februari 2014

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress