Recensies

‘Rug aan rug’ door Julia Franck

‘Rug aan rug’ (2012) is de vierde roman van de Duitse schrijfster Julia Franck die in Nederlandse vertaling is verschenen. Eerder vertaalde romans waren De liefdesdienst (2001), een subtiele vertelling over het permanent leven in angst en wantrouwen in de voormalige DDR, en Kampvuur (2004), een meesterlijke beschrijving van het eveneens absurde wantrouwen tegenover mensen in een vluchtelingenkamp op weg van Oost- naar West-Duitsland. En haar roman uit 2008, De middagvrouw, een epische familiegeschiedenis die een groot deel van de 20ste eeuw in Duitsland bestrijkt, en die de hoofdpersoon Helene ertoe brengt haar kind te verlaten.

Na de vrijwel unanieme lof voor deze voorlaatste roman van Julia Franck waren de verwachtingen ten aanzien van haar volgende roman hooggespannen. Toen deze verscheen, werd die echter zowel in Duitsland als in Nederland zeer kritisch ontvangen. De roman is wederom een familiegeschiedenis, maar vertelt het leven in de DDR van een beeldend kunstenaar, een vrouw die de Nazi-kampen heeft overleefd, en haar twee kinderen Ella en Thomas. De kritiek betrof vooral het personage van de kille moeder, die haar kinderen verwaarloost: haar schuldige gedrag zou nergens in het boek inzichtelijk en invoelbaar zijn gemaakt zoals dat gebeurde in De middagvrouw.

Maar is deze kritiek terecht? Met kennis inmiddels van de belangrijkste literaire kritieken denk ik dat er voor een waardeoordeel nog een ander aspect moet worden meegewogen. In een interview gaf de auteur aan dat zij in dit boek het bestaan in de DDR uitsluitend vanuit het perspectief van de kinderen heeft willen schrijven: dit is begrijpelijk, want alleen dit maakt Ella’s ziekte en Thomas’ gevoel van isolatie en verstikking in de gesloten samenleving die de DDR was, voelbaar voor de lezer. Bovendien wordt reeds in de roman Kampvuur het gedrag van een vergelijkbare (groot)moeder een verklaring geboden:

‘Mijn grootmoeder mag vrij reizen, dat mocht ze altijd al. De door het nazi-regime vervolgden werden niet vastgehouden. Ze leken vrijwillig gekomen te zijn en te blijven. Mijn moeder zegt dat ze gewoon geen keuze hadden. Wie na de oorlog wilde terugkeren, moest naar het Oosten. Maar ik denk dat het een fata morgana was. Een utopie. Zo ongeveer datgene wat voor velen van ons in het Oosten nu het Westen is. Het betere ik van een verwoest land, een mislukt land. Ik zou eerder zeggen dat ze vanuit de verte door de socialistische idee verdoofd werd.’  ‘Waarom zegt u verdoofd?’ ‘Is het soms geen verdoving?  Stelt u zich eens voor dat u vanwege uw afkomst vervolgd en mishandeld wordt, dat u in kampen of in ballingschap leeft, altijd in angst. Aan God valt niet meer te denken. Geen tijd, mijn grootmoeder zei altijd dat ze gewoon geen tijd had en dat ze ook niet meer het geduld kon opbrengen om aan hem te denken.’

Ik trek hieruit de conclusie dat de wisselende perspectieven in haar romans een uitnodiging vormen aan de lezer om ze te lezen als een meervoudig oeuvre over de recente geschiedenis van Duitsland.

In Rug aan rug komen dus de gevolgen voor de kinderen in beeld. En met name voor Thomas, die tot op zekere hoogte de lieveling is van zijn moeder. Hij poseert naakt voor zijn moeder en denkt intussen na over haar. Dit is technisch heel mooi gedaan, omdat het eens te meer laat zien hoe gevangen hij is, in dit geval door zijn moeder: hij moet immers stilstaan voor haar. Hij is te intelligent om kijkend naar zijn moeder te kunnen geloven in een zinvol bestaan in deze maatschappij; hij beschouwt het geloof van zijn moeder in het belang van ‘kunst scheppen voor iedereen’, als een illusie. Maar hij is te gevoelig om haar het monomane werken kwalijk te nemen; hij bewondert haar en twijfelt vooral aan zichzelf, hoe hij als man moet gaan leven. Thomas ziet zich geconfronteerd met een leefsituatie van  een radicale gelijkheid – nivellering – en waarin het aan elke persoonlijke vrijheid ontbreekt. Deze omstandigheid is inzichtelijk gemaakt, en zijn gevoel van verstikking is sterk invoelbaar gemaakt in de episode waarin hij moet werken in de steengroeven. Het dramatische einde van het boek is dan ook overtuigend.

Een episch verhaal zoals verteld in De middagvrouw, sleept de lezer mee door de gewelddadige twintigste eeuw waarvan we de gebeurtenissen als lezers min of meer kennen. Door een verhaal binnen een gesloten samenleving als de DDR word je als lezer niet meegesleept, je kunt als lezer daarentegen de beklemming – evenals de hoofdpersoon Thomas – maar moeilijk verdragen. Hetzelfde geldt voor een recente film als Barbara, die eveneens in de voormalige DDR speelt. Dit is nog geen manco van de auteur.

Het is de stijl van de roman die soms tekortschiet; de auteur kan men hier en daar het schrijven van kitsch verwijten. De taal in de communistische landen grossierde in cliche’s. De stijl van Julia Franck, die een deel van haar kinderjaren in de DDR doorbracht, is mogelijk deels hierdoor gevormd. De lezer oordele zelf:

Van binnen rekte Thomas zich uit, uiterlijk volhardde hij vrijwel in de gewenste houding. Hij drukte zijn schouderbladen samen, strekte zijn wervelkolom. Hij kreeg pijn van het lange staan onder Kathe’s blik, als hij aan Bellinzona dacht, meende Thomas dat hij moest huilen. Ze had hem er maar een keer over verteld, een motor met pech had daarvoor gezorgd, een nachtwandeling, het verteld met haar bikkelharde opgewektheid. Het fonkelen in haar ogen, het kantelen en kraken van het diepste van haar diepste innerlijk. Hij wilde Kathe omarmen. Een paar keer had hij het geprobeerd, maar tot op heden was ze een blok hout gebleven. Ze was sterk. Hij bewonderde deze vrouw, de manier waarop ze haar beitel aanzette, haar beeld beklopte en nooit zichzelf beklaagde.

Uitgeverij         Wereldbibliotheek, 2012
Pagina’s            317
Vertaald            uit het Duits door Goverdien Hauth-Grubben (Rucken am Rucken)
ISBN                  978 9028 424 487

Recensie door Maud Hollants, februari 2014

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress