Recensies

De rouwclub door Vrouwkje Tuinman

Samen met fotografe Andrea Stultiens publiceerde Vrouwkje Tuinman in 2010 de foto- en dichtbundel Intensive care, een boek dat uitgangspunt neemt in het onverwachte overlijden van Tuinmans beste vriend en diens partner. In een interview met Vrij Nederland vertellen Tuinman en Stultiens over de periode na het ongeluk. Over rouw, gemis en herinneringen. Over de band die met de rest van de nabestaanden is ontstaan:

Stultiens: ‘De periode in het ziekenhuis was fijn. Ik had het niet willen missen.  We zijn twee mensen verloren maar hebben er een groep vrienden bij gekregen.’
Tuinman: ‘De “rouwclub”, noem ik ons. We zijn nog naar de Efteling geweest.’

Dit gegeven van een ‘club’ van achterblijvers komt terug in Tuinmans roman De rouwclub, die begin dit jaar verscheen. Hoewel het boek een zwaar thema behandelt en Tuinman zich bovendien dus tot op zekere hoogte op eigen ervaringen baseert, is De rouwclub geen zwaarmoedig boek. Het is een boek over rouw, maar misschien nog veel meer om alles er omheen; al het geregel, praktische zaken als de crematie, het leeghalen en in originele staat achterlaten van Harolds huurhuis en het verdelen van zijn bezittingen. Over hoe het verdriet en gemis een groep mensen samenbrengt.

De harde kern van deze rouwclub bestaat uit Harolds vader Jan, jeugdvriend Victor, schoolvriendinnetje/geliefde Hanna en beste vriendin en collega Emma. Het is hun gedeelde verdriet dat tot saamhorigheid leidt. Ze vormen al vrij snel een hechte groep en verlangen er naar om samen tijd door te brengen, ook als dat ten koste van andere relaties gaat. Emma ziet haar (andere) vrienden nog amper en Victor’s vrouw Saskia verwijt hem dat hij alleen maar met Harold bezig is. Hij is weinig thuis en ziet bijna niemand meer behalve de andere ‘leden’ van de rouwclub. Ze komen dagelijks samen in Harolds woning, waar ze drinken en herinneringen ophalen, en op Harolds verjaardag gaan ze samen naar de Efteling.

Citaat: Emma’s laatste groepsmail met afspraken en details had de titel: ‘De rouwclub gaat naar de Efteling’. De naam was gemeengoed geworden Victor had er nog altijd moeite mee.
Hij associeerde het woord club met vrouwenromans. Met biologieklasjes buiten schooltijd. Als kind had hij bij de Jeugdnatuurwacht gezeten. […] Hier hoefde je geen ledenspeldje op. En anders dan destijds was hij wel degelijk onderdeel geworden van een verbond. Sinds de dagen in het ziekenhuis voelde Victor zich alleen nog rustig, op sommige momenten zelfs goed, met deze mensen om zich heen, of met het vooruitzicht op een afspraak. Desnoods in een pretpark. (citaat p. 233-234)

Tuinman schetst in De rouwclub een groepsportret van deze achterblijvers. Ze benadrukt op mooie wijze hoe individueel rouw is; de verschillende personages rouwen allemaal op hun eigen manier en gaan ieder op eigen wijze met het gemis om.
In korte hoofdstukken wordt er snel gewisseld tussen de verschillende personages. Sterk aan deze keuze is dat er zodoende een duidelijk beeld wordt geschetst van de onderlinge verhoudingen en de verschillende manieren waarop de personages omgaan met de dood. Jammer is echter dat het verdriet van de verschillende personages hierdoor niet echt uitgediept wordt. Dit en Tuinmans luchtige toon zorgen ervoor dat de lezer slechts flarden van het verdriet van deze mensen te zien krijgt.

Het verhaal komt wat langzaam op gang en was wellicht sterker geweest als het eerste deel van het boek, waar een beeld geschetst wordt van het wel en wee achter de schermen bij Walhalla, weggelaten was. Met Harold is, afgezien van dat hij altijd wel wat mankementjes heeft, dan bovendien nog niets aan de hand. Pas op ongeveer een derde van het boek sterft hij. Eerst maakt hij nog een succesvolle editie van het mede door hem georganiseerde festival Walhalla mee, en bezoekt hij samen met stagiair Joris een concurrerend dancefeest. Daar slaat het noodlot toe. In het gedrang in de rij voor de ingang raakt Harold in de verdrukking, raakt in coma, en sterft later in het ziekenhuis (een ongeluk dat duidelijk is geïnspireerd op het drama tijdens de Love Parade in 2010, waar 21 doden en 509 gewonden vielen). Wat er die dag precies gebeurd is blijft lang onduidelijk. Aan het eind van het boek wordt er nog een onthulling gedaan over de precieze toedracht van Harolds dood, maar het is de vraag of dit er dan nog echt toe doet. De rouwclub gaat immers voornamelijk over de nasleep van Harolds onverwachte dood en de manieren waarop er wordt omgegaan met dit verlies, de precieze details rondom zijn dood zijn hierbij voor de lezer eigenlijk overbodig. Belangrijker dan inzicht in deze precieze toedracht van het fatale ongeval, is het (onvermijdelijke) inzicht dat ook aan het eind van het boek komt: het inzicht dat de wereld verder draait, ook zonder Harold. En dat er op een gegeven moment weer naar de toekomst gekeken moet worden, of er nu nieuwe festivals georganiseerd moeten worden of niet.

Uitgeverij        Nijgh & Van Ditmar, 2013
Pagina’s          304
ISBN               978 9038 896 328

Recensie door Kyra, 4 april 2013

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress