Recensies

‘Het huisje aan de sloot’ door Carry van Bruggen

Carry van Bruggen is de naam waaronder Caroline Lea de Haan (1881–1932) vele boeken uitbracht. Zij heeft ook enkele boeken geschreven onder de pseudoniemen Justine Abbing en May. Het bekendste werk van Carry van Bruggen is ‘Het huisje aan de sloot‘, uit 1921. Dit boek beslaat 24 hoofdstukken met korte, op zichzelf staande,
(en haar tweelingbroertje).

Het huisje aan de sloot’ behoort tot de literaire stroming het Realisme. Het Realisme is één van de twee literaire stromingen die is ontstaan uit de ‘romantiek’. De romantiek beslaat de periode in de Westerse cultuur voorafgaand aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en voordat Freud en Jung het onbewuste ontdekten. Kenmerken van de romantiek zijn de nadruk op schoonheid en zintuiglijke waarneming, het ophemelen van de natuur en de aandacht voor emoties en het individu.

In romans uit het Realisme werd geprobeerd de werkelijkheid zo natuurgetrouw mogelijk te beschrijven. De opvatting was dat er maar één objectieve waarheid is die je door goed waarnemen en ervaren (zintuigen) heel precies kunt beschrijven. Veel realistische romans bevatten dan ook een uitgebreide beschrijving van de natuur of de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt. Hieronder een sprekend voorbeeld uit ‘Het huisje aan de sloot’, waarbij zowel de waarnemingen van het meisje tijdens heftig onweer, als haar bijbehorende emoties, uitgebreid worden beschreven:

‘Een suizeling voer door het huis en twee deuren tegelijk zijn opengesprongen. Even wordt het dan zo dodelijk stil, alsof het onzichtbare, dat de deuren openwierp, verschrikt door eigen bedrijf, zich haastig verstak achter meubel of kast. Dan ineens begint de grote olm voor het huis zich geweldig te roeren, al zijn takken slaan tegen elkaar, al zijn loof wringt zich dooreen, in een ontzaglijk zwellend bruisen, en een diepe, doffe rommel volgt als een noodlottige boodschap de windvlaag op de voet.

Juist als ze (het meisje) begint te begrijpen wat er gaande is en de verbijstering van de eerste ontsteltenis in kalmer bangheid overgaat, glijdt haar het      boek van de schoot, met een harde plof op de vloer, en bonzend springt het nauwgestilde hart weer op… Ze bukt zich trillend naar het gevallen boek, maar een nieuwe schrik onderbreekt de beweging –, een blauw-paarse gloed drong sidderend door de ruiten, vervulde een ogenblik de kamer, en trok weer af: een vervaarlijke   korte knal achter-haalde het licht als met één sprong, wierp zich erop en heeft het gedoofd, ze zit roerloos en alles aan haar is trillend en verkrimpt…’ (p. 169)

Het huisje aan de sloot’ bestaat voornamelijk uit beschrijvingen zoals hierboven. Je kunt dit een saai en taai boek vinden om te lezen of juist boeiend en inspirerend, omdat deze manier van schrijven heel anders is dan bij de hedendaagse literatuur. Hoe dan ook, het ‘Huisje aan de sloot’ leverde in het begin van de 20e eeuw een belangrijke bijdrage aan de literatuur en werd in 1922 zelfs bekroond met een prijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

Uitgeverij       J.M. Meulenhoff, 1963; oorspronkelijk uit 1921
Pagina’s         220
ISBN               onbekend

Recensie door Charlotte, 30 juli 2012

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Powered by: Wordpress